Toen Rudolf Höss, de commandant van Auschwitz, door de geallieerden werd gevraagd of hij ooit in de verleiding was gekomen zich persoonlijk te verrijken ten koste van de gevangenen, antwoordde hij: "Wat voor een man denkt u dat ik ben?" Je kunt dus door de omgeving unaniem worden beschouwd als een misdadiger, maar zelf voor de spiegel staan en stellen: "Ik ben goed, ethisch verantwoord, correct bezig. Ik ben een eerbiedwaardig man."
...

Toen Rudolf Höss, de commandant van Auschwitz, door de geallieerden werd gevraagd of hij ooit in de verleiding was gekomen zich persoonlijk te verrijken ten koste van de gevangenen, antwoordde hij: "Wat voor een man denkt u dat ik ben?" Je kunt dus door de omgeving unaniem worden beschouwd als een misdadiger, maar zelf voor de spiegel staan en stellen: "Ik ben goed, ethisch verantwoord, correct bezig. Ik ben een eerbiedwaardig man." Dit zeer extreme voorbeeld maakt me toch wat moedeloos over de gewone dingen des levens. Er is een grote algemene morele verontwaardiging over het gedrag van vele topmanagers, topbankiers en traders. Vooral voor de laatste groep is het blijkbaar opnieuw bonusfeest. Diezelfde groep heeft er rechtstreeks toe bijgedragen dat miljoenen mensen sterk verarmd zijn, dat miljoenen mensen hun job hebben verloren. Hoe zien deze mensen zichzelf? Wees maar gerust: 95 procent kan nog altijd voor de spiegel staan en zeggen: "Ik heb mezelf echt niets te verwijten, ik heb steeds volkomen correct gehandeld." U, beste lezer, bent uiteraard zo niet. U hebt een uiterst verfijnd moreel kompas. U neemt misschien wel plaats achter het stuur van een auto (altijd een potentieel moordwapen) nadat u bij een lekker dinertje overduidelijk te veel hebt gedronken: een aperitief, twee glazen witte wijn, enzovoort. Toch zult u niet bij het thuiskomen voor de spiegel zeggen: "Hier staat een potentiële moordenaar." Mocht ik u daarop aanspreken, zou u misschien zelfs boos worden, mij een moraalridder of een wereldvreemde mierenneuker noemen, of gewoon onverschillig de schouders optrekken. Onder invloed van de drank zou u schitterende argumenten gebruiken zoals: ik ben een ervaren chauffeur, ik ken de weg, een man met mijn gewicht die goed gegeten heeft kan zeker twee glazen per uur drinken, of sterker nog: ik heb ervaring, ik doe dat regelmatig en ik heb nog nooit een ongeval veroorzaakt. In dat laatste geval verklaart u eenvoudigweg zelf dat u regelmatig en bewust een misdadiger bent. Alleen bent u nog niet 'gepakt'. Hannah Arendt heeft ons geleerd dat er zoiets bestaat als de banaliteit van het kwaad. Als je het systeem maar voldoende opsplitst (bureaucratiseert), doet iedereen wel mee. In de beruchte gehoorzaamheidsexperimenten van Stanley Milgram werd de instructie gegeven potentieel dodelijke elektroshocks te geven. Het is alom bekend dat tot een derde van de proefpersonen effectief tot potentiële moord op bevel overging. Afschuwelijke resultaten. Maar vele resultaten van Milgram zijn minder bekend. Hij kon aantonen dat zonder het bevel ongeveer niemand 'sadistisch' werd. Of als er twee chefs waren, en de ene gaf de instructie: "geef de shock", terwijl de andere zei: "Neen, geen shock", dan gaf geen enkele proefpersoon nog een shock. De eenheid van bevel was gebroken. Toen de proefpersonen niet zelf op de knop moesten duwen, maar enkel een ondersteunende taak uitvoeren, werkte iedereen mee. Het is dus wel degelijk het 'management', het 'systeem', de 'formele organisatie' (bureaucratie in het vakjargon) dat het volkomen onethische gedrag uitlokte, en niet sadisme of geloof in een extreme ideologie. Dit soort inzichten moet ons ernstig doen nadenken over de notie 'ethiek' in management. Niet zozeer het individu, de brave werknemer, de ervaren trader, of de toegewijde filiaalhouder is de 'oorzaak' van de ellende, maar een systeem, dat ongeveer iedereen tot hetzelfde 'immorele' gedrag brengt. Opleiding in ethiek van individuen zal een beetje, maar echt niet veel verschil maken. Ethisch sterk gevormde mensen weigerden weliswaar bij Milgram de shocks te geven, maar werkten wel mee aan de ondersteunende taak. Wat dus blijkbaar nodig is, is nagaan hoe ethisch het 'systeem' is. En dat is verre van eenvoudig, laat staan haalbaar. De enige systemen die weerstand kunnen bieden aan onethische situaties, zijn systemen die van binnenuit eindeloos gecontesteerd kunnen worden. Een filosofische kring met telkens nieuwe leden zal zelden onethisch principes hanteren. Maar systemen die eindeloos zichzelf bevragen zijn zelden of nooit geschikt voor uitvoering, ze zijn in het moderne bargoens zelden of nooit 'performant'. Ze krijgen geen man op de maan, want bij elke stap heeft er wel een klokkenluider een ethisch probleem gevonden. Managers houden niet van pottenkijkers. Ze willen resultaten halen. Niets mag hen daarbij vertragen. Dat betekent dat zij volkomen ongeschikt zijn, net zoals de dronken chauffeur, om te oordelen over de moraliteit van hun systeem. Het is de maatschappij die zich bij herhaling en indringend moet buigen over het morele gehalte van de 'bureaucratieën', zoals Moody's die aan rommelobligaties een triple A gaf. Andere benaderingen van business ethics zijn een door het bedrijfsleven zeer gewenste vorm van tijdverdrijf. Want niemand zal de volgende proefpersoon stoppen om toch maar mee te werken aan het volgende gehoorzaamheidsexperiment. Het zit immers in onze genen. DE AUTEUR DOCEERT MANAGEMENT AAN DE VLERICK LEUVEN GENT MANAGEMENT SCHOOL.Marc BuelensManagers zijn, net zoals een dronken chauffeur, volkomen ongeschikt om te oordelen over de moraliteit van hun systeem.