Enkel de letters op de garagepoort in dit grauwe stukje Antwerpen verraden dat we juist zitten. We gokken dat we moeten aanbellen bij Koji Enterprises, het belooft tenslotte een Japanse culinaire ervaring te worden. Een jongeman in een rode kimono begeleidt ons door een industriële gang en plots bevinden we ons in een restaurant, met vintage meubels en Japanse erotische tekeningen. De contouren van het pakhuis zijn nog duidelijk zichtbaar.
...

Enkel de letters op de garagepoort in dit grauwe stukje Antwerpen verraden dat we juist zitten. We gokken dat we moeten aanbellen bij Koji Enterprises, het belooft tenslotte een Japanse culinaire ervaring te worden. Een jongeman in een rode kimono begeleidt ons door een industriële gang en plots bevinden we ons in een restaurant, met vintage meubels en Japanse erotische tekeningen. De contouren van het pakhuis zijn nog duidelijk zichtbaar. Zoals tegenwoordig in bijna elk Japans restaurant ga je bij DOJO voor een vast omakase-menu (zes gangen, 120 euro). Aangezien chef Dennis Ekisola ook een gecertificeerd sake-sommelier is, laten we elk gerecht begeleiden door een ander type sake, waarbij uitvoerig uitgelegd wordt of de rijst 50 of 60 procent gepolijst werd en wie de drank gemaakt heeft. Evenveel uitleg krijg je bij elk gerecht over de vaak niet zo bekende Japanse producten. Fijne reepjes otoro, buikvet van tonijn, contrasteren mooi met de zilte smaak van kaviaar die gemarineerd werd in dashi. De in sojasaus gemarineerde eidooier blendt beide tot een smeuïg geheel. Dat Ekisola veel technieken kent, toont hij ook met zijn huisgemaakte garum van sint-jakobsnoot, waarin hij sashimi van dezelfde vrucht dompelt. De ponzu zorgt voor een welkom zuurtje, maar de koolrabischijfjes vallen te groot uit, waardoor ze moeilijk te eten zijn. Dat Ekisola tien jaar aan boord van luxejachten een exquise kennis van vis heeft opgedaan, merk je aan elke visbereiding. Hij laat zijn producten het liefst rauw, wat zorgt voor een bepaalde directheid, eigen aan Japan. Zo heeft een rauw stuk makreel niet meer nodig dan sojasaus en shisopoeder om de delicate balans te vinden tussen zuur en vet. In het tweede deel van het menu schuift de chef meer op naar comfortfood: een kommetje met alle ingrediënten van sushi - van rijst, tot foreleitjes, komkommer, nori en wasabi - meng je door elkaar tot een fris tussengerecht. Op het einde smelt fijngesneden wagyu (échte, uit Japan) op je tong, waarbij het vet verzadigd wordt door smaakvolle, gestoomde rijst die we zelf mogen opscheppen uit een keramieken pot die op tafel gezet wordt. We eindigen niet met een dessert, maar met een prachtige zoete umeshu-sake, met pruimpjes, om ons warm de nacht in te sturen.