Uw dienaar is helaas oud genoeg. Het was ergens in de bovenste helft van de jaren zestig. Een vriend van een oom reed zowaar met een Opel GT. En ja, hij zou zelfs eens langskomen. Amper vijf kilometer had hij nodig om de droom van een kleine jongen om te buigen in niet weg te branden realiteit. We mochten mee in de Opel GT. Bijna veertig jaar later weten we nog precies langs waar de rit ging. Alsof we de lederen stoelen nog voelen, die geur van het interieur nog opsnuiven. Om maar te zeggen: de Opel GT was niet zomaar een auto.
...

Uw dienaar is helaas oud genoeg. Het was ergens in de bovenste helft van de jaren zestig. Een vriend van een oom reed zowaar met een Opel GT. En ja, hij zou zelfs eens langskomen. Amper vijf kilometer had hij nodig om de droom van een kleine jongen om te buigen in niet weg te branden realiteit. We mochten mee in de Opel GT. Bijna veertig jaar later weten we nog precies langs waar de rit ging. Alsof we de lederen stoelen nog voelen, die geur van het interieur nog opsnuiven. Om maar te zeggen: de Opel GT was niet zomaar een auto. De Opel GT, dat was een machine die tot de verbeelding sprak. Die hoofden deed keren, als hij voorbijkwam. 103.000 werden ervan gebouwd, en eigenaars van een nog rijwaardig exemplaar hebben een peperduur collector's item in handen. Zowat overal in de wereld zijn er vandaag nog Opel GT Clubs, met leden die veertig jaar geleden vielen voor het ding en nog altijd verliefd zijn. De Amerikaan Chuck Jordan, destijds chief designer van het GT-project, besefte niet dat zijn team halverwege de jaren zestig een icoon aan het schetsen was. En hij lacht: "Opel wilde trouwens geen legende bouwen, maar gewoon een conceptwagen."Een conceptwagen, waarmee een merk zijn huisstijl wil tonen, en de smaak van het publiek peilen. Vandaag heel gewoontjes op autosalons, in die tijd hoogst uitzonderlijk. Murad Nasr, destijds lid van het designteam: "Voor ons wat dat toch wel een kerstgeschenk. Een conceptwagen bouwen. Je zou even goed kunnen zeggen: we mochten eens ons gedacht doen." Het was een goed gedacht. Vandaag, op weg naar een halve eeuw later, is de eerste Opel GT nog altijd een legende. "De mensen die hem zien rijden, kijken er nog altijd naar om. En de jongeren die hem destijds nooit zagen, vragen steevast wat voor auto dat is. Meer zelfs: sommigen denken dat het een nieuwe auto is," zegt Nasr. Tijdloos design, heet dat. Maar hoe doe je dat eigenlijk, een tijdloze auto bouwen? "Daar bestaat geen definitie van," geeft Chuck Jordan in zijn bejaarde dag toe. "Je tekent hem zoals je denkt dat hij moet zijn, je bouwt hem, je zet hem op een autosalon en je kijkt naar de reactie van het publiek. En dan kan je alleen maar hopen dat die reactie positief is. Want zekerheid, die heb je nooit." En wat hem dan inspireerde, toen hij met zijn team aan de tekentafel ging zitten? "Een... colaflesje." Het resultaat was een tijdloze auto. Een icoon. Een cultwagen. De Brit Bryan Nesbitt leidde het team dat de nieuwe Opel GT tekende. En voelt zich niet te beroerd om de eenzaamheid van de designer te schetsen. "Of we opnieuw een legende hebben neergezet? Ik zou het niet weten. Design is in wezen een heel subjectief gegeven. Je kunt alleen maar hopen dat de grote meerderheid ervan zal houden. Een model ontwerp je niet om indruk te maken op je collega's. Een auto bouw je voor de markt."Alleen is het in dit geval de vraag voor welke markt. De nieuwe Opel GT is de derde variant van een Amerikaanse auto van de GM-groep, die als Saturn Sky en Pontiac Soltice door het leven rijdt. Kwestie van de kosten te drukken, want zelfs een grote constructeur als Opel kan het zich niet permitteren om een auto voor een heel kleine doelgroep helemaal vanaf nul te bouwen. Het was destijds met de eerste Opel GT niet anders: die werd gebouwd op het chassis van de... Opel Kadett. Dat de nieuwe Opel GT een Amerikaanse auto is, merk je natuurlijk wel als je achter het stuur zit, maar dat ontsiert het ding ook helemaal niet. Het interieur is met de juiste trekjes voldoende geëuropeaniseerd. En in het vooronder zit een motor die helemaal op maat van de Europese wegen is gesneden: een tweeliter turbo, met rechtstreekse benzine-inspuiting, die maar liefst 264 pk sterk is. Een echte sprinter dus, die piekt bij 230 per uur en minder dan zes seconden nodig heeft om van nul naar honderd te springen. Een atletische machine met klapdak en twee zitplaatsen. Met andere woorden: een roadster. Maar had Opel met de Speedster al niet zo'n ding in huis? "Ja, maar de Speedster was veel te ver gaan afwijken van onze klassieke seriemodellen," beweert Alain Visser, directeur marketing voor Europa bij General Motors. Die zich ook laat ontvallen: "De nieuwe GT, dat is een rijdende ondersteuning voor ons imago." De auto als marketingtool, dus. Een statement , "om het grote publiek te zeggen: dat kunnen we ook", zegt designer Bryan Nesbitt. Maar of de nieuwe GT net zoals zijn voorvader het status van icoon zal verwerven, is een andere vraag. En dat heeft niets te maken met twijfels omtrent het design, neen, want de nieuwe GT is een van de mooiste roadsters die straks op onze wegen te zien zal zijn, zoniet de mooiste. Wel heeft het alles te maken met het tijdperk waarin hij moet rondrijden. De eerste GT kwam er in een autolandschap waar nog ruimte was om te verrassen. Vandaag rijden wel meer wielen rond die tot de verbeelding spreken. En dat is wat hij zal moeten doen om ook te verkopen: tot de verbeelding spreken. De nieuwe GT is een oogstrelend ding. Hij ligt goed op de weg en heeft een heerlijke motor. Maar in vergelijking met concurrenten als de Audi TT, Mercedes SLK of BMW Z4 is hij minder praktisch. Waarmee we bij zijn grote leemte komen: zo goed als geen kofferruimte. Je kunt er niet eens twee stevige reistassen in kwijt om met zijn tweetjes, haren in de wind, naar het zuiden te rijden. Vandaar trouwens dat Opel een set op maat gemaakte reistasjes in de cataloog zet. Wel komt de GT met een aantrekkelijk prijskaartje: 29.900 euro. Voorts, opmerkelijk in dit segment: amper één optie. Het premium pack met lederen bekleding en radio/cd-wisselaar kost 1250 euro. Zodat je voor om en bij de 30.000 euro inderdaad een zeer goed uitgeruste bliksem in huis haalt. Letterlijk en figuurlijk. Jo Bossuyt