In het najaar van 2006 werd Luc De Leersnyder (61) CEO van de organisatie van reclame- en communicatiebureaus, de ACC, Association of Communications Companies. De Leersnyder was een zwaargewicht in de reclame. Hij had een hele carrière in de reclamewereld achter de rug, werkte voor Young & Rubicam in Australië en Groot-Brittannië en leidde in de jaren negentig ook nog de commerciële zender VTM. De Leersnyder was in 2006 aan het uitbollen en ging op het aanbod van de ACC in om de dagelijkse leiding van die vereniging op te nemen. Iets terugdoen voor het vak was één van zijn redenen om op dat aanbod in te gaan. "Het is wennen gewees...

In het najaar van 2006 werd Luc De Leersnyder (61) CEO van de organisatie van reclame- en communicatiebureaus, de ACC, Association of Communications Companies. De Leersnyder was een zwaargewicht in de reclame. Hij had een hele carrière in de reclamewereld achter de rug, werkte voor Young & Rubicam in Australië en Groot-Brittannië en leidde in de jaren negentig ook nog de commerciële zender VTM. De Leersnyder was in 2006 aan het uitbollen en ging op het aanbod van de ACC in om de dagelijkse leiding van die vereniging op te nemen. Iets terugdoen voor het vak was één van zijn redenen om op dat aanbod in te gaan. "Het is wennen geweest om een vereniging te runnen. Een associatie is toch wat anders dan een bedrijf", vertelt De Leersnyder. "Alles duurt veel langer. Je moet een consensus krijgen." Wat hem heel sterk is opgevallen, is de tijdsdruk waaronder de managers van vandaag moeten werken. Dat maakt het voor hen moeilijk om tijd vrij te maken voor verenigingswerk. De Leersnyder: "Je valt terug op een beperkte groep mensen en die mensen zijn verschrikkelijk druk bezig. Het is niet makkelijk om de besten in het vak samen rond een tafel te krijgen." ACC is niet de enige vereniging in de marketingwereld. Er zijn veel andere algemene verenigingen en associaties gericht op een deelgebied van marketing en reclame. Bovendien is de ACC nog eens georganiseerd in expertcentra per communicatiediscipline. Er is eigenlijk een overaanbod. "Je moet de verenigingen ook zien als een markt. Onze markt is versplinterd. En elke associatie voelt zich verplicht voor de leden evenementen te organiseren. Er ontstaat dus een overaanbod van activiteiten. En daardoor een inflatie van evenementen." De Leersnyder is eerlijk genoeg om op dat vlak ook de hand in eigen boezem te steken. Hij pleit daarom voor less is more. "De associaties weerspiegelen momenteel hoe het beroep er tien, vijftien jaar geleden uitzag, maar het beroep verandert. Dus moet ik de eigen associatie herontdekken en in vraag stellen. De ACC moet een merk worden met een gezicht en inhoud. Dat creëert toegevoegde waarde." Hij geeft de expertcenters binnen de ACC dan ook de raad maar één of twee activiteiten op te zetten die het verschil maken. Hij ziet voor de ACC taken weggelegd als het beroep verdedigen en excellence creëren. De ACC werkt bijvoorbeeld samen met de UBA aan de richtlijnen voor een goede briefing van de klant aan het reclamebureau. Daarmee komt men begin 2008 naar buiten. Een ander fenomeen is de inflatie aan awards in de marketingwereld. Veel prijzen zijn volgens hem een doel op zichzelf geworden. De Leersnyder kijkt ook naar de promotie van het communicatievak bij jongeren. Maar ook daar heerst er een overaanbod. "Elke vereniging heeft een eigen plan en richt zich naar dezelfde onderwijsinstellingen," zegt hij. "Er zouden misschien minder verenigingen moeten zijn en ze zouden meer samen moeten doen. Dat is gigantisch moeilijk. Je wil dingen samen doen, maar dan zegt iedereen: stop, ik ben anders." Na iets meer dan één jaar ACC zegt De Leersnyder: "Ik ben gefrustreerd geweest. Ik wilde snel veel doen en heb me laten meeslepen door de markt. Iedereen wilde tien dingen organiseren, dus wij ook. Maar nee, je moet iets anders doen. Als iedereen rechts gaat, ga ik links." AvP