" Na zes dagen werken moet je op de zevende dag rust nemen. Die regel staat al op de eerste bladzijde van de Bijbel. Het is een religieuze wet, maar het is vooral ook een teken dat de mens daar behoefte aan heeft. Je moet op adem kunnen komen en afstand nemen van je werk, onder meer om je psychische evenwicht te behouden. Zelf ga ik op zondag wel in de eucharistieviering voor, maar dat beschouw ik niet echt als werken.
...

" Na zes dagen werken moet je op de zevende dag rust nemen. Die regel staat al op de eerste bladzijde van de Bijbel. Het is een religieuze wet, maar het is vooral ook een teken dat de mens daar behoefte aan heeft. Je moet op adem kunnen komen en afstand nemen van je werk, onder meer om je psychische evenwicht te behouden. Zelf ga ik op zondag wel in de eucharistieviering voor, maar dat beschouw ik niet echt als werken. "Ik troost me bovendien met de gedachte dat ik ook als ik geen aartsbisschop was, een christen zou zijn en dat ik dus hoe dan ook op zondag in de kerk zou zitten. Het enige verschil is dat ik me er nu op moet voorbereiden. Aan de mensen die naar de kerk komen, ben ik het verplicht me er niet goedkoop vanaf te maken. Je wilt er toch voor zorgen dat wat je zegt relevant is en dat je een antwoord geeft op de vragen die mensen zich vandaag stellen. "Daarom is het in mijn ambt belangrijk dat je voeling houdt met wat er leeft in de wereld. Je mag je niet opsluiten in je eigen denkkaders. Daarom lees ik de krant en kijk ik naar televisie, maar het is vooral de literatuur die me in contact brengt met de wereld. Ik ben dus altijd wel bezig in een roman, want ik heb gemerkt dat echte literatuur je verandert als mens." "Ik weet bijvoorbeeld nog goed hoe een boek plots een nieuwe wereld voor me opende. Het was in de kerstvakantie van 1979. Toen las ik de gevangenisbrieven van de Duitse theoloog en protestantse dominee Dietrich Bonhoeffer. Hij kwam in de gevangenis terecht door zijn verzetsacties tegen de nazi's en overleed kort voor de bevrijding. Het boek met zijn brieven heeft mij bepaald. "Een auteur die ik recenter heb ontdekt, is Aharon Appelfeld, een Jood die de Holocaust op een verschrikkelijke manier heeft overleefd. Hij is als kind alleen achtergebleven. Hij weet heel goed neer te zetten hoe geraffineerd er soms voor wordt gezorgd dat mensen zich ergeren aan het anders-zijn van de ander, en waartoe dat kan leiden. Appelfeld beschrijft dat met een zekere afstandelijkheid, maar er schuilt een grote tragiek achter zijn woorden. Zo toont hij aan dat je in de literatuur zaken ter sprake kunt brengen die je bijna niet kunt zeggen. Niet voor niets zijn er boekverbrandingen en wordt literatuur verboden in een dictatuur. Het zijn tekenen dat sommigen de werkelijkheid zoals ze is beschreven niet meer aanvaarden." "Je merkt waarom lezen zo belangrijk is voor mij. Al is het tegenwoordig soms zoeken naar vrije momenten om daartoe te komen. Voordat ik bisschop werd, gaf ik les, leidde ik sessies, maakte ik cursussen. Ik had een druk programma, maar ik had voor een groot deel macht over mijn eigen tijd. Nu woekeren de afspraken in mijn agenda, heb ik een secretariaat nodig en moet ik me aan een tijdschema houden. Dat vind ik soms moeilijk. Als er iets is waarvoor ik blij zal zijn dat ik met pensioen ga, dan is het wel dat ik dan zelf opnieuw kan bepalen wat ik wanneer doe. Niet dat ik nu geleefd word, maar ik kan toch maar nu en dan zelf beschikken over mijn tijd. Als dat toch lukt, kan ik dat sindsdien enorm waarderen. "Gelukkig slaag ik erin me af en toe eens terug te trekken, want als je agenda je niet meer toelaat je met jezelf te confronteren, heeft dat een weerslag op je werk. Er zijn mensen die van het ene naar het andere hollen en daardoor na een tijd niet anders meer kunnen. Zo hollen ze het leven voor zichzelf uit. Daar moeten wij als kerk toch op blijven wijzen."