De fabrieken draaien, de vrachtwagens rijden en veel winkels blijven minstens virtueel open. Om de curve van het aantal coronabesmettingen en ziekenhuisopnames om te buigen, ging het land gedeeltelijk op slot, maar de economie ligt niet in een tijdelijke coma, zoals in het voorjaar. Een drastische aanpak is nochtans niet alleen de beste aanpak voor de volksgezondheid, maar ook voor de economie.
...

De fabrieken draaien, de vrachtwagens rijden en veel winkels blijven minstens virtueel open. Om de curve van het aantal coronabesmettingen en ziekenhuisopnames om te buigen, ging het land gedeeltelijk op slot, maar de economie ligt niet in een tijdelijke coma, zoals in het voorjaar. Een drastische aanpak is nochtans niet alleen de beste aanpak voor de volksgezondheid, maar ook voor de economie. Er bestaat zoiets als een slimme en een domme lockdown. Een slimme lockdown boekt bijna dezelfde resultaten in de strijd tegen het virus, maar tegen een veel lagere kostprijs. Het verschil in aanpak tussen België en Nederland in het voorjaar spreekt boekdelen. Terwijl België de economie enkele weken bijna dichtgooide, hield Nederland de bedrijvigheid zo veel mogelijk intact. Het schaderapport is navenant. In het tweede kwartaal kromp de Nederlandse economie met 9,4 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar, terwijl de Belgische een klap van 14,5 procent incasseerde, leert een vergelijkend onderzoek van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS durft de vergelijking tussen België en Nederland te maken omdat ze allebei kleine, open economieën met een grote dienstensector zijn. "Je zou kunnen zeggen dat de Nederlandse lockdown slimmer was. De analyse van het CBS wijst uit dat de Nederlandse aanpak minder economische schade veroorzaakte, terwijl de impact op de besmettingscurve ongeveer gelijk bleef", zegt Marieke Blom, de hoofdeconoom van ING Nederland. Nu hanteert België ook de slimme variant van een lockdown, om de tweede besmettingsgolf te lijf te gaan. Sociale contacten worden tot een minimum beperkt, maar de economische bedrijvigheid ligt niet geheel aan de ketting. Niet-essentiële winkels - zoals meubelzaken of slaapcomfort- en keukenwinkels - ontsnapten evenwel niet aan de lockdown. Fa Quix, de topman van de sectorfederatie Fedustria, vindt de lockdown voor zijn sector allesbehalve slim: "De sluiting van de winkels was een brug te ver, zeker omdat we na de eerste lockdown flink geïnvesteerd hebben in veilig winkelen. In Nederland en Duitsland bleven de winkels wel open. De beperkte gezondheidswinst staat niet in verhouding tot de aanzienlijke economische schade. Onze productiebedrijven blijven draaien, maar als de winkels dicht zijn, drogen de bestellingen snel op. De helft van de productie is bestemd voor de binnenlandse markt. De onlineverkoop compenseert het omzetverlies slechts in beperkte mate. In sommige segmenten is de toestand dramatisch. Heel wat bedrijven dreigen deze tweede golf niet te overleven." In juni schetste de Nationale Bank nog een economisch horrorscenario in het geval van een nieuwe besmettingsgolf in het najaar. De soep wordt gelukkig minder heet gegeten, dankzij het mildere karakter van de nieuwe lockdown. "Deze lockdown is minder schadelijk dan die in het voorjaar", zegt William De Vijlder, de hoofdeconoom van BNP Paribas. "De maatregelen zijn minder streng, de bedrijven zijn beter voorbereid en de export zou moeten profiteren van het herstel in Azië. De Banque de France schat dat het Franse bruto binnenlands product (bbp) in november met 11 procent daalt in vergelijking met een normale maand. In april was er een daling van 31 procent." Voor België is dat vrij goed nieuws, omdat de lockdown hier iets minder strikt is dan die in Frankrijk. Nu zitten we grotendeels op het Nederlandse spoor. "De eerste lockdown legde op het dieptepunt 15 tot 20 procent van de Nederlandse economie stil. Nu is dat tussen 5 en 10 procent. De impact is duidelijk minder groot", zegt Marieke Blom. De grote onbekende is hoelang de lockdown duurt. William De Vijlder: "We hebben nog een lange weg af te leggen eer het aantal besmettingen laag genoeg is. De overheden zullen de fouten van het verleden niet herhalen en de maatregelen niet te snel versoepelen. Het risico bestaat dat we blijven vastzitten in een jojo-economie, waarin het herstel telkens gefnuikt wordt door een nieuwe besmettingsgolf. Een goed werkend vaccin kan dat donkere scenario van tafel vegen. "Het vaccin van Pfizer -- en er zullen er nog volgen -- verlaagt aanzienlijk het risico dat ook 2021 een heel slecht economisch jaar wordt", zegt William De Vijlder. "Dat maakt een wereld van verschil, omdat de economie kan anticiperen op betere tijden. Financieel gezonde bedrijven zullen sneller investeren. Het dalende risico op werkloosheid kan de bestedingen aanvuren. Het vertrouwen kan terugkeren. Er schijnt een groot licht aan het einde van de tunnel." "De cruciale vraag is wat er na de lockdown komt", zegt Marieke Blom. "Voor de economie is het vooral belangrijk dat er een structureel werkende aanpak komt, zodat de normale economische activiteit blijvend kan hervatten. Een combinatie van veel en snel testen, mensen aanzetten tot zelfisolement als ze positief zijn, het opsporen van contacten, de gerichte uitrol van een vaccin en een betere behandeling en meer behandelcapaciteit kunnen helpen. De economie heeft een helder perspectief nodig dat het virus onder controle raakt. Dat voorkomt dat bedrijven niet investeren door de ongewisse toekomst." Intussen wordt deze tweede lockdown toch geen vlot verteerbare hap. De economie en het bedrijfsleven waren nog lang niet hersteld van de klap van het voorjaar. Het oplopende aantal besmettingen maakte in september een einde aan het zomerherstel, terwijl de bedrijven nog met een gemiddeld omzetverlies van 14 procent kampten. Ook in 2021 houden ze rekening met een gemiddeld omzetverlies van 11 procent. Die inschatting is gemaakt voor de nieuwe lockdown, maar ook voor het goede nieuws over een vaccin. De nieuwe lockdown zal slachtoffers maken. Volgens een stresstest van Trends Business Information worden dit jaar ruim 20.000 bedrijven richting het faillissement geduwd. Bijna één op de vijf ondernemingen kampt met een negatieve solvabiliteit ( zie kader Ruim 20.000 bedrijven in gevaar). Een enquête bij het bedrijfsleven, in oktober uitgevoerd door de Economic Risk Management Group, leverde gelijkaardige dramatische conclusies op. In oktober achtte 8 procent van de bedrijven de kans op een faillissement groot. 5 procent dacht dat een nieuwe lockdown hen over de afgrond zou duwen. De helft van de bedrijven is voor hun overleven rechtstreeks afhankelijk van de steunmaatregelen van de overheid. Voor bedrijven die moesten sluiten, wordt het moratorium op faillissementen verlengd tot eind januari, ook al is dat voor heel wat bedrijven maar uitstel van executie. Maar hoelang en op welke manier moet de overheid de redder in nood blijven spelen? "Het zou voor de overheden pound foolisch and penny wise zijn de economie te weinig te ondersteunen", tweette Olivier Blanchard, voormalig hoofdeconoom van het IMT. "Tijdens de eerste lockdown hielden noodleningen en het uitstel van betalingen veel bedrijven overeind. Dezelfde aanpak kan leiden tot een te hoge schuldenlast in het bedrijfsleven en veel faillissementen. Bedrijven zouden dus meer directe overheidssteun moeten krijgen, maar dat kost de overheid veel meer. De oplopende schuldenlast van de overheden vormt echter geen probleem, omdat de rentevoeten laag blijven, onder meer dankzij het beleid van de Europese Centrale Bank. Hopelijk hebben de overheden stalen zenuwen." Het zal tijd vergen om de economische impact van covid-19 af te schudden. De Bank voor Internationale Betalingen windt er geen doekjes om: de gevolgen zullen nog jarenlang voelbaar zijn. Als de contactberoepen de volgende drie jaar geplaagd blijven door beperkende maatregelen, kan de bedrijvigheid 10 tot 20 procent onder het precoronaniveau blijven. Europa, de Verenigde Staten en Japan krijgen een 98 procenteconomie. Tot na 2023, en misschien zelfs permanent, blijft er een kloof met het groeitraject van voor de coronapandemie ter waarde van 2 procent van het bbp. Het heeft daarom weinig zin bedrijven te steunen die geen gezond businessplan hebben voor de economie post corona. Er dreigt een zombificatie van de economie, als de overheid bedrijven zonder toekomst overeind houdt. Die bedrijven houden mensen en kapitaal gevangen die veel beter zouden renderen in de gezonde bedrijven. De regering wacht de delicate evenwichtsoefening om een noodzakelijke portie creatieve destructie toe te laten, zonder gezond weefsel kapot te laten gaan.