Uit verschillende studies is gebleken dat men zich bij afslanking te veel concentreert op de vertrekkers. Ook de vakbonden mobiliseren niet rond de blijvers, maar rond de sukkelaars die moeten gaan. De 'overlevenden' krijgen veel te weinig aandacht. Die mogen al blij zijn dat ze nog een job hebben. Maar hun motivatie, hun arbeidstevredenheid, hun vertrouwen in de werkgever is diep geraakt. En ze staan meestal nog voor stresserende problemen: het werk lijkt nauwelijks verminderd, maar het kleinere aantal collega's is duidelijk zichtbaar, dag na dag.
...

Uit verschillende studies is gebleken dat men zich bij afslanking te veel concentreert op de vertrekkers. Ook de vakbonden mobiliseren niet rond de blijvers, maar rond de sukkelaars die moeten gaan. De 'overlevenden' krijgen veel te weinig aandacht. Die mogen al blij zijn dat ze nog een job hebben. Maar hun motivatie, hun arbeidstevredenheid, hun vertrouwen in de werkgever is diep geraakt. En ze staan meestal nog voor stresserende problemen: het werk lijkt nauwelijks verminderd, maar het kleinere aantal collega's is duidelijk zichtbaar, dag na dag. Werknemers verafschuwen het uiteraard als hun bedrijf moet afslanken. Collega's vertrekken en de onzekerheid over de toekomst blijft knagen. Toch zijn niet alle vormen van afslanking even pijnlijk. Of toch wel? Kan het een werknemer eigenlijk veel schelen hoe de collega uit het beeld verdwijnt? Maakt het echt een verschil hoe het afslanken is gebeurd? Onderzoekers aan drie Amerikaanse universiteiten vergeleken drie modellen van afslanken: echte ontslagen, outsourcing en off-shoring. Bij outsourcing verdwijnen de banen naar een ander bedrijf. Bij offshoring verdwijnen de banen naar het buitenland, eventueel naar een buitenlandse vestiging van hetzelfde bedrijf. In elk van de drie gevallen zijn de jobs voor de lokale gemeenschap verloren. Is het een troost dat in een ver land er nu plots anderen een job hebben? Of maakt dit de werknemer juist nog woedender? Het is het bewijs dat de job nog echt nodig is, maar dat de werkgever uit louter winstbejag de kosten drukt. Bij echte ontslagen kan je de baas misschien minder verwijten, er is misschien gewoonweg geen werk meer. De job is verdampt. De onderzoekers wilden ook weten of zelf meemaken van afslanking leidt tot een veel negatievere perceptie van het proces. De resultaten van het onderzoek liggen in de lijn van de verwachtingen. Wie het allemaal zelf aan den lijve heeft ondervonden, heeft een veel negatievere attitude tegenover de bedrijfsleiding dan wie het enkel uit de kranten kent. Een zwaar afslankingsproces meemaken, ook al is men zelf niet ontslagen, is ronduit traumatisch. De houding tegenover het bedrijf is zeker geen van dankbaarheid of opluchting. Integendeel, de houding is ronduit negatief. Het management is niet fair, de eigen job is toch nog bedreigd, het bedrijf is niet performant, de nieuwe doelstellingen gewoonweg niet haalbaar. Men kijkt dan ook uit naar een andere job, in een meer betrouwbare omgeving. Dat kan het bedrijf meestal missen als kiespijn. Er is al zoveel kennis en knowhow verloren gegaan. Toch is er een verschil in attitude. Echte ontslagen komen het hardst aan. Hoewel die economisch vaak het best te verantwoorden zijn, pikt men de uitleg niet. In het algemeen is de houding tegenover outsourcing en offshoring wat minder negatief. Dat heeft vooral te maken met het gevoel van jobzekerheid. Echte ontslagen doen het ergste vrezen over de competentie van de bedrijfsleiding. Outsourcing is niet leuk voor de eigen collega's, maar is tot op zekere hoogte geruststellend: er zal wel een reden zijn waarom mijn job 'gered' is. Bij ontslag ben 'ik' gered, bij outsourcing en offshoring is 'mijn job' gered. Dat is veel geruststellender. Bij Amerikanen is er meer begrip voor outsourcing dan voor offshoring. Waarschijnlijk speelt hier een nationalistische reflex, eigen volk eerst. Het meest bevreemdende resultaat is dat opeenvolgende rondes van echte ontslagen als minder erg worden ervaren dan opeenvolgende rondes van outsourcing en offshoring. Waarschijnlijk bereidt men zich na echte ontslagen voor op het ergste, en gebeurt het soms ook. Bij outsourcing wordt men telkens opnieuw zeer negatief verrast. Jobverlies is per definitie negatief. Maar toch blijkt uit het onderzoek dat de manier waarop het management ermee omgaat, nog een groot verschil kan maken. Als het management als unfair en incompetent wordt gezien, komt jobverlies dubbel hard aan. Men had het allemaal kunnen vermijden. Als het topmanagement zorgvuldig communiceert, en blijk geeft van oprechte ethische bekommernis, smaakt de pil wat minder bitter. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Leuven Gent Management School. MARC BUELENSEchte ontslagen zijn econo-misch het best te verantwoorden, toch pikt men die uitleg niet.