De westerse donoren hebben plannen voor Congo, maar trekken geen lessen uit het verleden om een nieuw fiasco te vermijden. In een DRC Governance Compact is sprake van "de historische kans grijpen om te breken met het verleden," van goed bestuur, transparantie in de mijnsector en correct management van de overheidsfinanciën. Er wordt ook gedacht aan schuldkwijtschelding.
...

De westerse donoren hebben plannen voor Congo, maar trekken geen lessen uit het verleden om een nieuw fiasco te vermijden. In een DRC Governance Compact is sprake van "de historische kans grijpen om te breken met het verleden," van goed bestuur, transparantie in de mijnsector en correct management van de overheidsfinanciën. Er wordt ook gedacht aan schuldkwijtschelding. Kennelijk heeft niemand bekeken hoe Congo/Zaïre meer dan 11 miljard euro buitenlandse schulden kon opstapelen. Alle projecten - of juister witte olifanten - waarmee die schuldenberg kon aandikken, zijn er gekomen onder supervisie van westerse donoren, studiebureaus, accountancykantoren en aanbestedingen onder toezicht van de Wereldbank. Dat is nu niet anders. Zaïre had geen eigen studiebureaus en vandaag heeft Congo die evenmin. Het oude affairisme is nog altijd springlevend. Omdat het Westen er niet voor gezorgd heeft dat Congo, na de verkiezingen, met een propere lei kon beginnen. Nu de plunderaars gelegitimeerd zijn door verkiezingen, is die kans verkeken. Alles blijft bij het oude: degenen die de grote Congolese mijnbouwgroepen kapot maakten, mochten met de beste brokken gaan lopen. En onlangs werden bijvoorbeeld de heffing van tolgelden en het onderhoud van de weg Kinshasa-Matadi zonder openbare aanbesteding toegewezen. De factor China versterkt die tendens nog. Een dertigtal Afrikaanse leiders zagen vorige week in Peking hoe China zich aandient als een leuk alternatief voor eventuele westerse zedenprekers. Dat de Congolezen plichtbewust deelnamen aan de verkiezingen, past nochtans in een nieuwe dynamiek van onderuit, die in heel Afrika op gang komt (zie blz. 56: Afrika komt uit de startblokken). Buiten Afrika lijkt men die Stille Revolutie niet te (willen) zien. Het Westen heeft in Congo zijn favorieten opgedrongen (ook al zullen die zich later - zoals Mobutu eerder - tegen hen keren). Het Westen heeft nog niet begrepen dat good governance geen vraag is van de buitenlandse donoren, maar komt vanuit de bevolkingen die genoeg hebben van de rotzooi. De Afrikanen zijn het kotsbeu slachtoffer te zijn van slecht bestuur, dat al te vaak in stand wordt gehouden door allianties van bilaterale donoren, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds met corrupte regeringsleiders. De povere kwaliteit van die leiders is een kaakslag voor het Congolese volk, terwijl onder de 70 miljoen Congolezen intellectueel hoogstaande, integere persoonlijkheden klaar staan. Maar zij krijgen geen kansen. Ze worden geïntimideerd, ze hadden de financiële middelen, noch de relaties om op verkiesbare plaatsen te staan. Congolezen die vooruit willen en ernstige investeerders hoopten dat er na de verkiezingen een nieuw investeringsklimaat zou ontstaan. Mocht blijken dat de DRC Governance Compact het zoveelste bedrog wordt en het in Congo verkeerd afloopt, zal de internationale gemeenschap niet moeten zuchten en kermen. Erik Bruyland