In de zomer van 2010 bracht de grondstoffengigant BHP Billiton een vijandig bod uit op het Canadese Potash Corp, de grootste meststoffenproducent in de wereld. Het had er 39 miljard dollar voor over om zich toegang te verschaffen tot de lucratieve kaliummeststoffenmarkt. Dat komt overeen met 46,9 dollar per aandeel (toen 43,33 dollar). De Canadese provincie Saskatchewan, die de helft van de wereldwijde potashreserves heeft, deed het bod op Potash mislukken.
...

In de zomer van 2010 bracht de grondstoffengigant BHP Billiton een vijandig bod uit op het Canadese Potash Corp, de grootste meststoffenproducent in de wereld. Het had er 39 miljard dollar voor over om zich toegang te verschaffen tot de lucratieve kaliummeststoffenmarkt. Dat komt overeen met 46,9 dollar per aandeel (toen 43,33 dollar). De Canadese provincie Saskatchewan, die de helft van de wereldwijde potashreserves heeft, deed het bod op Potash mislukken. Sindsdien is er heel wat veranderd. In de zomer van 2013 blies Uralkali het exportkartel Belarusian Potash Co (BPC) op. Dat deed de potashprijzen terugvallen, maar het leidde ook tot een opleving van de vraag. Die evolueerde de afgelopen twintig jaar in cycli van ongeveer vijf jaar. Een periode met een robuuste jaarlijkse groei (5 à 6 %) werd telkens afgewisseld met een periode van nulgroei. In de periode 2008 tot 2013 stabiliseerde de vraag rondom 55 miljoen ton per jaar. Vorig jaar steeg de vraag tot 63 miljoen ton. Vooral China en India -- met respectievelijk 13 en 4,4 miljoen ton -- sprongen in het oog. Voor 2015 mikte Potash in februari nog op een marktvolume van 58 tot 60 miljoen ton, maar intussen gaat het uit van 60 miljoen ton, onder impuls van de hogere verwachtingen voor China (14 tot 14,5 miljoen ton, tegenover 12,5 tot 13 miljoen) en India (4,5 tot 5 miljoen ton, tegenover 4,5 tot 4,8 miljoen). Potash investeerde het afgelopen decennium liefst 8,3 miljard Canadese dollar in de uitbreiding van zijn jaarlijkse capaciteit (een stijging met 7 miljoen ton, tot 17,2 miljoen). De jongste uitbreidingen worden dit en volgend jaar afgewerkt. Voor 2015 mikt Potash op een productie van 9,2 tot 9,7 miljoen ton. Zelfs als de prijzen gelijk blijven, zal de vrije kasstroom gradueel toenemen, van 1,25 naar 2 miljard dollar. Dat is voldoende om het royale dividendbeleid voort te zetten. Het brutodividend steeg van 0,13 dollar in 2010 naar 1,49 dollar in 2015 (met een kwartaaldividend van 0,38 dollar vanaf april). Minder positief waren de resultaten over het eerste kwartaal. De nettowinst per aandeel steeg met 9 procent, tot 0,44 dollar per aandeel, maar de gemiddelde analistenverwachting lag op 0,50 dollar. De brutowinst van de potashafdeling steeg met 128 miljoen tot 428 miljoen dollar door hogere prijzen (+13,6 % tot 284 dollar per ton) en positieve wisselkoerseffecten. De nitraatafdeling ontgoochelde echter met een brutowinstdaling met 24 procent tot 118 miljoen dollar, terwijl de brutowinst in de fosfaatbusiness toenam met 32 miljoen dollar tot 58 miljoen dollar. Door het mindere kwartaal en de verhoging van provinciale belastingen in Saskatchewan (negatieve impact van 7 dollarcent) verlaagde de winstverwachting per aandeel voor 2015 van 1,9 à 2,2 dollar naar 1,75 à 2,05 dollar. Het tegenvallende eerste kwartaal duwde de koers naar de onderkant van de tradingvork sinds het einde van het BPC-kartel (32 à 38 dollar). De waardering is daardoor weer vrij aantrekkelijk, tegen 17 keer de verlaagde verwachte winst voor 2015 en een ondernemingswaarde van 10,2 keer de verwachte bedrijfskasstroom. Daarom geven we een aankoopadvies. Danny Reweghs