Epo positief bevonden

Vorige week zette het Kortrijkse parket met een actie rond de Mapei-ploeg het peloton op zijn kop. Epo, een geneesmiddel voor nierdialysepatiënten, vergiftigde vorige zomer al de ronde van Frankrijk. Wie fabriceert dit hormoon en hoe komen deze strikt gereglementeerde geneesmiddelen bij gezonde wielrenners terecht?

De Franse douane hield vlak voor de Tourstart Willy Voet, verzorger van de Festina-ploeg, tegen voor een routinecontrole. Ze vond een koffer vol Epoerythropoëtine, een geregistreerd geneesmiddel voor nierdialyse- en kankerpatiënten. Noch Willy Voet, noch ploegdokter Eric Ryckaert, noch de Festina-renners behoren tot die groep. Toch gaven ze toe systematisch het hormonaal product toe te dienen of te gebruiken.

Het nieuwe seizoen bracht hoop voor een zuiverder wielersport. “Zou het kunnen dat de wedstrijden een eerlijker verloop kennen?” vroegen wielercommentatoren zich al af. In geen van de topwedstrijden van de afgelopen weken kon één ploeg domineren – zoals Gewiss dat deed in de Waalse Pijl van 1995, of Mapei in Parijs-Roubaix van 1996. Gewiss zette die prestatie neer in een periode van de steile progressie van vooral jonge Italiaanse renners. Dankzij een uitgekiende medische begeleiding, beweerde de ploegleiding. Dankzij het gebruik van Epo, vertelden de geruchten – want in die periode raakte Epo ingeburgerd in sport- en wielerkringen. Tijdens de voorbije ronde van Frankrijk barstte dan de Epobuil.

Epo is een lichaamseigen hormoon

dat wordt aangemaakt door de nieren. Het hormoon stimuleert de productie van rode bloedcellen, die instaan voor het transport van zuurstof door het lichaam. Wanneer het lichaam zuurstof tekortkomt – op grote hoogte bijvoorbeeld – produceren de nieren Epo. Kunstmatig toegediende Epo is een zegen voor de nierdialysepatiënten, die door een gebrekkige nierfunctie met een tekort aan natuurlijk Epo kampen, en voor kankerpatiënten die bij chemotherapie veel vers bloed moeten kunnen aanmaken. De overlevingskansen van de patiënten ging dankzij de toediening van het hormoon steil de hoogte in.

Farmaceutische bedrijven zochten jarenlang naar een manier om ook in het laboratorium Epo te produceren. Dat lukte pas halfweg de jaren tachtig, dankzij de zogenaamde recombinante gentechnologie. Tot zolang kon Epo alleen op natuurlijke wijze worden gewonnen, wat het peperduur maakte. Een half miljoen nierpatiënten wereldwijd kunnen sinds tien jaar een beroep doen op synthetische Epo tegen een relatief betaalbare prijs. Volgens het Franse economische weekblad l’Expansion haalt Epo wereldwijd een omzet van ruim 70 miljard Belgische frank.

Twee fabrikanten

verdelen de Europese markt onder elkaar. Janssen-Cilag (van de groep Johnson & Johnson) brengt het Epomerk Eprex op de markt. Boehringer Mannheim (een dochter van Roche) produceert Recormon. Woordvoerder Richard Sommer van de Zwitserse productievestiging van Janssen-Cilag gaf aan dat meer dan 70 miljoen dosissen Eprex naar vijftig landen vertrekken vanuit het Zwitserse bedrijfslab. Eprex is goed voor een kwart van de omzet. Volgens PharmaInformation wordt er in Zwitserland voor 250 miljoen frank Eprex verkocht.

Zwart bloed

Verschillende bronnen beweren dat er in verschillende sporten op grote schaal erythropoëtine wordt toegediend. Hoe belangrijk is die sportafzet voor de geneesmiddelenindustrie? Vormt dit een belangrijke bijverdienste in een anders natuurlijk beperkte patiëntenmarkt? De industrie reageert geïrriteerd op dergelijke vragen. Begrijpelijk. Farmaciebedrijven maken geneesmiddelen; met doping willen ze niks te maken hebben. Christian De La Porte, medisch directeur van Janssen-Cilag België: “We distantiëren ons volledig van het off label-gebruik van Epo. We hebben dan ook absoluut geen idee hoeveel in sportkringen terechtkomt.”

Een geneesmiddel kan in principe twee legale wegen afleggen van industrie naar patiënt: hetzij via de ziekenhuizen, hetzij via de groothandelaars naar de apothekers. Epo is strikt gereglementeerd en in België beperkt tot ziekenhuizen en niercentra. Christian De La Porte: “In België hebben we een sluitend opvolgingssysteem dat elke Epo-ampul traceert. Eens Epo is afgeleverd aan de bevoegde personen, kunnen we misbruiken weliswaar niet uitsluiten. Maar we hebben geen aanwijzingen dat in België met Epo wordt gefraudeerd.”

De registratie van geneesmiddelen, die onder de hoede staat van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv), houdt de cijfers bij, maar geeft ze niet vrij. Ook niet aan de Vlaamse Gemeenschap, bevoegd voor preventieve gezondheidszorg en dus voor dopingbestrijding. Geneesmiddelenregistratie is namelijk een federale, gezondheidszorg een gemeenschapsmaterie. “Dat is een duidelijke lacune in het dopingbeleid,” vindt Jan Verstuyft van het Team Medisch Verantwoorde Sportbeoefening binnen het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Hoe belandt Epo

dan toch in de sportwereld? De gemakkelijkste sluipwegen leiden naar Zwitserland of Italië, dat ter zake een laksere wetgeving hanteert. Een doktersvoorschrift volstaat om er Epo bij de apotheker te kopen.

Ook op het Internet kunnen on line bestellingen worden geplaatst. Goedgeplaatste bronnen binnen de farmaceutische industrie gewagen van georganiseerde lekken bij de groothandelaars of zelfs bij patiënten die een deel van hun eigen dosis te gelde maken. Ook in de ziekenhuizen valt er soms een dosis van de plank. Zegt Jan Verstuyft: “Plots doken Russische ampullen op waarvan de vervaldatum verstreken was.” En er is de parallelindustrie: voor hormonale producten opereren er naast het courante circuit ook een aantal ‘zwarte’ laboratoria.

Schattingen gewagen dat 10% tot 20% procent van de Epo-productie op de zwarte markt belandt. De woordvoerder van Janssen-Cilag in Frankrijk liet optekenen dat één vijfde van de verkoop in Frankrijk niet bij de nierpatiënten in de ziekenhuizen, maar in een zwart circuit terechtkomt. Sandro Donati, lid van het Italiaans Olympisch Comité, zei vorig jaar dat 80% van de Epoverkoop in Italië een dopingbestemming heeft. Michiel De Backere, eminent Vlaams dopingbestrijder op rust, hield het op de helft.

Strijd tegen misbruik

“Om doping efficiënt te bestrijden, is er een Europese aanpak nodig,” zegt Verstuyft. “Maar dat is voorlopig wishful thinking.” Ook de industrie zou een steentje kunnen bijdragen. Alleen is het markeren van bijvoorbeeld Epo om het opspoorbaar te maken onbespreekbaar voor de producenten. Dan wordt immers geraakt aan de formule van het geneesmiddel en moet de lange en dure procedure om een geneesmiddel te registreren van vooraf aan herbegonnen worden. Ook moet een nieuw klinisch onderzoek worden gevoerd. Christian De La Porte: “De Epo die we in het lab produceren, is nu dermate geavanceerd dat ze niet langer verschilt van wat het lichaam produceert. Brengen we wijzigingen aan, dan dreigen we het afweersysteem van het lichaam te activeren. We kunnen de zwaar zieke populatie toch niet blootstellen aan deze risico’s omdat de sport misbruik maakt van Epo.”

Bovendien heeft markeren een beperkte waarde. Of het creëert één detecteerbaar product, óf het markeert verschillende producten die weer niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Ook zonder markering zouden bepaalde moleculaire eigenschappen – zoals de elektrische lading – de herkomst van Epo in het bloed kunnen verraden. Maar deze eigenschappen opsporen, blijft vooralsnog een heel omslachtige en dure techniek.

De dopingjagers erkennen dat ze vooral toevalstreffers scoren. “Het totale aantal positieve controles is belachelijk laag in vergelijking met de verspreiding van het probleem,” denkt Verstuyft. “Een atleet wordt negen van de tien keer betrapt op een abnormale dosis van een bepaalde lichaamseigen stof.” Dopingbestrijders moeten terugvallen op een bekentenis van de atleet om hem te kunnen straffen. Maar zegt Christian De La Porte: “Het toedienen van Epo is op te sporen als de atleet meewerkt. Het volstaat hem enkele weken in quarantaine te observeren om vast te stellen hoeveel Epo hij op natuurlijke wijze produceert. Stijgt zijn Epogehalte boven deze nulwaarde, kan het bijna niet anders of er werd op een kunstmatige manier Epo toegediend.”

De kloof tussen jager en prooi verkleint, maar ook de entourage van de topsporters volgt de farmacologische ontwikkeling op de voet (zie kader: Pep voor morgen). Want kan topsport wel zonder doping, vragen waarnemers zich af. Ook het publiek, belust op een gladiatorenstrijd, houdt er een tweeslachtige mening op na. Horlogefabrikant Festina zag zijn omzet met een kwart stijgen na de dopingaffaire in de Ronde van Frankrijk. De officiële lijn van de sponsors is nochtans duidelijk: wie wordt betrapt, vliegt uit de ploeg. Om hun goede wil te onderstrepen, financieren de ploegen mee de controles. Ook de farma-industrie werkt aan het imago door de dopingbestrijding te steunen. En het gerecht viseert nu vooral de entourage om het dubbele circuit te ontmaskeren – als het al beslist om tijd en energie in dopingonderzoek te steken.

FRANK DEMETS DAAN KILLEMAES

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content