De Gentse architect Paul Robbrecht (64) hoeft niet lang na te denken als hij de mooiste publieke gebouwen van Robbrecht en Daem op een rijtje moet zetten: het Concertgebouw van Brugge staat op één, de overdekte Markthal in Gent op twee. Sinds kort heeft het gerenommeerde architectenbureau er een realisatie bij: het nieuwe clubhuis van Winge Golf in Sint-Joris-Winge. De dakconstructie geeft het gebouw een fraai en sierlijk glooiend uitzicht. De doorkijkjes naar de golfcourse maken nieuwsgierig naar het weidse uitzicht op het groen. Het gebouw heeft een adembenemen...

De Gentse architect Paul Robbrecht (64) hoeft niet lang na te denken als hij de mooiste publieke gebouwen van Robbrecht en Daem op een rijtje moet zetten: het Concertgebouw van Brugge staat op één, de overdekte Markthal in Gent op twee. Sinds kort heeft het gerenommeerde architectenbureau er een realisatie bij: het nieuwe clubhuis van Winge Golf in Sint-Joris-Winge. De dakconstructie geeft het gebouw een fraai en sierlijk glooiend uitzicht. De doorkijkjes naar de golfcourse maken nieuwsgierig naar het weidse uitzicht op het groen. Het gebouw heeft een adembenemend terras en een hippe, huiselijke brasserie. De Brit Chris Morton -- een ex-prof en golfleraar die golfclubs managet -- was een van de initiatiefnemers. "Een echt clubhuis hadden we hier niet", vertelt Morton. "Sinds jaar en dag huurden we de kelderverdieping en een etage van het naburige kasteel. Dat kon niet blijven duren. Ook de leden droomden van een eigen huis op hun club. Ik heb in Europa en in de wereld nogal wat golfclubs bezocht. Maar dit clubhuis is een unicum." Paul Robbrecht, die zelf niet golft, zegt dat hij vanaf het begin gefascineerd was door de opdracht. "Het was mijn grote uitdaging een trendbreuk te realiseren met alles wat al bestond in de golfwereld", zegt hij. "Ik vond inspiratie bij de Duitse architect Ludwig Mies van der Rohe, een van de belangrijkste architecten van de twintigste eeuw. Hij tekende een nieuw clubhuis voor een golfterrein in het Duitse Krëfeld, maar kon zijn plan nooit realiseren. Ik heb dat geluk wel." "Het moest een gebouw met een dubbele roeping zijn: enerzijds was er het functionele, anderzijds het landschappelijke. De relatie tussen binnen en buiten is cruciaal. Op en rond een golfterrein gaat het ook altijd een beetje om zien en gezien worden. Het ruime terras is opgevat als een soort van observatorium. De golfspelers zien wat er hogerop gebeurt, en de bezoekers kijken vanaf een aangename hoogte naar spelers die hun balletje slaan en verdwijnen naar een andere court. Het terras heeft niet alleen een sociale functie -- mensen samenbrengen -- het creëert ook een saamhorigheidsgevoel, ongeacht of je je op of naast de court bevindt." Het hagelwit geschilderde clubhuis is zo goed als helemaal opgetrokken uit beton, met hout, glaspartijen en staal erin verwerkt. Maar strak is het ontwerp allerminst. Daar zorgen de niet-alledaagse architecturale golvingen in de structuur voor. "Die golvingen gedijen als het ware mee met de natuur", zegt Robbrecht. "Ik gebruik graag het beeld van een enveloppe. Het gebouw omzwachtelt als het ware de hele omgeving, als een warme witte deken over een zacht glooiende natuur. Het vergde een hele zoektocht om architecturaal beton te vinden dat zich plooide zoals we dat wilden. Een klassieke industriebouwer kan dat niet. Bij Thys in Geel vond ik wat ik zocht." KAREL CAMBIEN