De ervaren beheerder Robin Batchelor is erin geslaagd het fonds BGF-World Energy binnen te loodsen in de top vijf van de beste fondsen gewijd aan de energiesector (op één, drie en vijf jaar), aldus Morningstar. De laatste keer dat we hem spraken, was ruim een jaar geleden. Op dat moment maakten we een diepe crisis door, wat maakte dat hij vooral de voorkeur gaf aan defensieve waarden, waaronder de majors of geïntegreerde largecaps (actief in heel de keten, gaande van exploratie over productie tot distributie) zoals ExxonMobil. Wat is er sindsdien gebeurd? Hoe heeft hij zijn strategie aangepast aan de economische en beurscontext? Een interview.
...

De ervaren beheerder Robin Batchelor is erin geslaagd het fonds BGF-World Energy binnen te loodsen in de top vijf van de beste fondsen gewijd aan de energiesector (op één, drie en vijf jaar), aldus Morningstar. De laatste keer dat we hem spraken, was ruim een jaar geleden. Op dat moment maakten we een diepe crisis door, wat maakte dat hij vooral de voorkeur gaf aan defensieve waarden, waaronder de majors of geïntegreerde largecaps (actief in heel de keten, gaande van exploratie over productie tot distributie) zoals ExxonMobil. Wat is er sindsdien gebeurd? Hoe heeft hij zijn strategie aangepast aan de economische en beurscontext? Een interview. "Momenteel is het voor mij als beheerder de hemel op aarde: ik kan mij volledig concentreren op mijn specialiteit, namelijk stockpicking of het selecteren van de aandelen waarvan ik het meest verwacht. Ik word niet meer gedwongen tot uitsluitend beleggingen in majors zoals Exxon en Royal Dutch Shell om macro-economische en financiële ontwikkelingen die losstaan van de sector op te vangen en de schade te beperken. Sinds april 2009 heb ik de portefeuille aangepast om te kunnen profiteren van het begin van een haussecyclus. Voordien was de portefeuille belegd met het oog op schadebeperking aan het einde van de baissecyclus." "Tegenover eind 2008 is het gewicht van de geïntegreerde majors gehalveerd (ongeveer 30 % van de portefeuille) en ook het type majors is veranderd: het zijn nu vooral middelgrote kapitalisaties waarvan de activiteiten vooral gericht zijn op exploratie en productie. Enerzijds zijn die kleinere groepen gevoeliger voor de evolutie van de olieprijs en anderzijds mogen we niet vergeten dat dit type aandelen historisch gezien door twee factoren ondersteund wordt: de stijging van de winst en de verhoging van de oliereserves. Mijn voorkeur gaat uit naar bedrijven met duidelijk geïdentificeerde reserves die binnen 12 tot 24 maanden geëxploiteerd kunnen worden: het bestaan ervan is al aangekondigd op de markt; het bedrijf beschikt over de nodige financiële middelen om de projecten op te starten; op termijn zal hun exploitatie cashflow genereren, enzovoort. Analisten hebben echter de neiging om dergelijke bedrijven te wantrouwen en de aandelen pas te belonen wanneer de productie goed op dreef is en de afzetting opbrengt zoals voorzien. Waarom? Omdat het soms voorkomt dat een bedrijf zich vergist, dat een afzetting maar weinig olie bevat, dat de exploitatie vertraging oploopt en dat de kosten de pan uit swingen. Samengevat: ik beleg in bedrijven die al over een sterke en geografisch goed gespreide productiebasis beschikken, maar die ook meerdere projecten hebben lopen en die me ervan overtuigd hebben dat die projecten in de toekomst een fors aantal vaten zullen opleveren, wat de markt uiteindelijk zal inzien. Occidental, Anadarko en Niko Resources zijn daar voorbeelden van." "Ik hecht ook veel belang aan het selecteren van groeibedrijven, aangezien ik ervan uitga dat de olieprijs in 2010 min of meer ter plaatse zal blijven trappelen. Aan de vraagzijde zal het herstel zich geleidelijk uitbreiden van de opkomende landen naar de geïndustrialiseerde landen en stilaan aan kracht winnen. Historisch gezien bevinden de olievoorraden zich momenteel op een hoog niveau, wat sterke prijsstijgingen zal afremmen. Als de prijs van een vat boven 90 dollar zou gaan, is het zeer waarschijnlijk dat de OPEC het minder nauw zal nemen met de vastgelegde productiequota en dat ze die kunstgreep 'officieel' zal maken door de quota op te trekken. De OPEC heeft er alleszins de middelen voor: de omvang van haar niet-gebruikte productiecapaciteit is hoog. Het is echter mogelijk dat de olieprijzen vanaf 2011 of 2012 opnieuw zullen stijgen door een daling van de voorraden. Wanneer dat precies zal zijn, kan ik niet zeggen, maar in afwachting hebben de bedrijven die ik geselecteerd heb geen nood aan een stijging van de olieprijs om hogere winsten te realiseren." "Een andere wijziging in de portefeuille heeft betrekking op de olieservicebedrijven (boorplatforms en -uitrusting, enzovoort), waarvan het gewicht gestegen is van iets onder 20 % eind 2008 tot meer dan 40 % vandaag. Talrijke exploratie- en productiebedrijven breiden hun activiteiten uit na het herstel van de markt en de prijzen van servicecontracten beginnen een bodem te vormen. Het is daarom beter om nu al een positie in te nemen dan af te wachten tot de analisten hun ratings opwaarts bijstellen." "Ten slotte ben ik ook begonnen met het aankopen van niet-genoteerde exploratiebedrijven die op termijn maximaal 5 % van het fonds zullen uitmaken. Het betreft smallcaps met een waarde van ongeveer 100 miljoen dollar die meerdere projecten hebben lopen in verschillende landen en die over voldoende financiering en betrouwbare partners beschikken. Die elementen zijn essentieel: we zijn altijd bang dat we een e-mail zullen ontvangen die luidt: "We hebben geboord in put A en die was leeg. Het geld is op, het is gedaan!" Wij verkiezen een e-mail die zegt: "We hebben geboord in put A en die was leeg; we gaan naar put B; vervolgens naar put C; en we hebben geen nood aan extra financiering." E-mails in de trant van "We hebben in put A geboord en het was jackpot", zijn statistisch gezien zeldzaam!" "Ik heb het misschien bij het verkeerde eind, maar ik ga niet akkoord met de analisten die voortdurend zeggen dat de prijs van aardgas dit jaar zal stijgen. In de eerste plaats is de bepaling van de gasprijs structureel aan het veranderen. Vroeger waren de contracten gebaseerd op de olieprijzen, aangezien de grootste afnemers van deze twee natuurlijke rijkdommen dezelfde waren, met name de elektriciteitsproducenten. Dat is vandaag niet meer zo. Nu wordt olie vooral gebruikt voor transportdoeleinden, terwijl gas en steenkool gebruikt worden door elektriciteitsproducenten. We zien een ontkoppeling tussen enerzijds olie en anderzijds gas en steenkool, waarvan de prijzen meer en meer gelijk evolueren. Daarnaast is er ook op technologisch vlak een revolutionaire innovatie, die onlangs na tien jaar onderzoek is afgerond en die nog lange tijd op de gasprijs zal wegen. In klassieke putten wordt aardgas gewonnen uit zandsteenlagen, maar vanaf nu is het ook mogelijk om aardgas te winnen uit leisteenlagen. Bovendien zijn er enorme hoeveelheden van dergelijke afzettingen ontdekt, vooral in de VS (zie kaart). De techniek zal ook ontwikkeld worden in Oost-Europa en in India. In tegenstelling tot de peperdure exploitatie van onconventionele olie, zoals de olie in teerzanden, is de exploitatie van onconventioneel aardgas in leisteenlagen zeer voordelig, aangezien het om minder diepe onshoreputten gaat. Dat wil niet zeggen dat de gasprijs nooit meer zal stijgen - dat is bijvoorbeeld nog altijd mogelijk in het geval van een zeer strenge winter - maar op lange termijn zou mij dat sterk verbazen. Samengevat: olie geniet in de portefeuille de voorkeur boven gas, maar het is niettemin mogelijk om geld te verdienen aan gas door te beleggen in bedrijven gespecialiseerd in het winnen van aardgas uit leisteenlagen." (C) >BlackRock Global Funds-World Energy Fund (ISIN: LU0171301533) Door Béatrice Denis"De hoeveelheid aardgas in leisteenlagen die nu exploiteerbaar is dankzij een nieuwe technologie, is enorm."Robin BatchelorAardgas in leisteen-lagen in de VS