Tijdens een jaarlijks uitje met collega's sprak ik over de problemen in de sector en een aantal bedrijven. Zoals altijd moet je ieder verhaal dat je leest met een korrel zout nemen, en dat geldt ook in onze sector. De mededeling van de nieuwe voorzitster van de CREG bijvoorbeeld, die zegt dat ze niet politiek benoemd is en dat haar politieke voorkeur privé is. Dat is niet geloofwaardig. Natuurlijk was de benoeming politiek. Maar dat hoeft geen probleem te zijn als iemand capabel is. Zoals steeds verdient iedereen het voordeel van de twijfel.
...

Tijdens een jaarlijks uitje met collega's sprak ik over de problemen in de sector en een aantal bedrijven. Zoals altijd moet je ieder verhaal dat je leest met een korrel zout nemen, en dat geldt ook in onze sector. De mededeling van de nieuwe voorzitster van de CREG bijvoorbeeld, die zegt dat ze niet politiek benoemd is en dat haar politieke voorkeur privé is. Dat is niet geloofwaardig. Natuurlijk was de benoeming politiek. Maar dat hoeft geen probleem te zijn als iemand capabel is. Zoals steeds verdient iedereen het voordeel van de twijfel. Er heerst sinds september 2013 wel een grote stilte bij onze nationale energieregulator CREG. Maar ook dat hoeft niet slecht te zijn. Ook organisaties worden beoordeeld op hun daden. Alleen hoop ik dat we snel iets te zien krijgen, want er is nog heel veel werk. De critici die zeggen dat de CREG monddood is gemaakt, hebben tot nu toe gelijk, maar wellicht stelt dat de regionale regulatoren in staat het gat te vullen. Hun rol wordt binnenkort belangrijker, want de bevoegdheid voor distributietarieven gaat naar de regio's. De regulatoren moeten die kans aangrijpen om ook naar buiten te komen met hun visie voor de toekomst, gebaseerd op de ervaringen van de liberalisering. We moeten durven te stellen dat niet alle delen van de energieketen zomaar te liberaliseren zijn. Een ervan is productie. De enige productie van enige omvang die er bijvoorbeeld in België bij is gekomen, is de duurzame productie. En dat kon alleen maar omdat de overheid op voldoende lange termijn een groot deel van de inkomsten garandeert. De beslissing van de Engelse regering om de bouw van kerncentrales door EDF gedurende decennia te ondersteunen (lees: twee derde van de inkomsten zijn gegarandeerd) bewijst trouwens dat er een langetermijnmechanisme nodig is. Een andere strijd zal de komende jaren uitgevochten worden over de tarieven voor het transport van energie/elektriciteit. Het idee van de CEO van Eandis om naar een capaciteitstarief te gaan in plaats van te betalen voor je verbruik per KWh is een goed idee. Alleen dient het de regulator te zijn die dat regelt. Daarbij is transparantie essentieel, zodat de regulator alle toekomstige investeringen apart kan goedkeuren en laten opnemen in het capaciteitstarief. Dat de netwerkbedrijven graag meer inkomsten krijgen is logisch, alleen moet dat gebaseerd zijn op de reële kosten en moet er vooral oog zijn voor jaarlijkse efficiëntieverbeteringen (lees: lagere prijzen). Ook de sector dient zijn eigen waarheid. De berichten over de wens om een oude kolencentrale in Genk om te vormen tot een grootschalige biomassacentrale klinkt als een slecht verhaal dat we al eerder gehoord hebben met de Maxgreen-centrale in Gent. Dergelijke centrales zijn geen oplossing om onze duurzame doelstellingen te halen. In heel Europa bestaan zogoed als geen centrales op deze schaalgrootte en daar is een goede reden voor. Voor dergelijke centrales heb je al snel tussen 1 tot 2 miljoen ton hout nodig. Of dat nu pellets zijn of chips maakt niet uit: ze komen van ver en er is mondiaal niet genoeg. De totale voorraad is minder dan 150 miljoen ton in de wereld, dus de plannen van de twee vernoemde centrales (er is nog sprake van een nieuwe houtverbrander in de haven van Gent) lijken op zijn zachtst gezegd bijzonder ambitieus en risicovol. Zelfs de grote energiebedrijven gaan niet snel dergelijke risico's aan. Honderden miljoenen euro's subsidies in een verbrander steken op een moment dat veel duurzame projecten in moeilijkheden verkeren, zoals de biogascentrales in Vlaanderen, zou een aanfluiting zijn van een goed beleid. Als er ooit één plaats wel geschikt zal zijn, dan is dat toch veeleer de Antwerpse haven, om het aantal transporten tot een minimum te beperken. Ook dient de overheid bij de aanvraag van subsidies te kijken naar de financiële draagkracht van de bedrijven. We lezen te veel verhalen van bedrijven die in moeilijkheden verkeren. De oorzaak daarvan kan vaak gezocht worden in een onderkapitalisatie. Wil je investeren, dan zul je zelf over middelen moeten beschikken en niet te veel leunen op hefbomen of leningen. Het gebruik van duurzame fondsen, crowd funding of coöperatieve financieringsvormen kan zeker helpen, voorzover de overheid erop toeziet dat het geld rechtstreeks in de projecten wordt belegd, om zo het risico te beperken. De auteur is gedelegeerd bestuurder van NPG energy.ANDRÉ JURRESWe moeten durven te stellen dat niet alle delen van de energieketen zomaar te liberaliseren zijn. Een ervan is productie.