Zes Europese scholen staan in de topvijftig van 's werelds beste MBA-programma's. Veel economische hogescholen en studenten zullen verrast zijn over het resultaat: het Spaanse Esada (plaats 26), het Franse Insead (28) en het Zwitserse IMD (33) doen beter dan de Amerikaanse topinstituten zoals Columbia University, de University of California in Los Angeles en Massachusetts Institute of Technology. De andere Europese scholen in de topvijftig zijn de London Business School (39) in het Verenigd Koninkrijk en het Instituto de Empresa (49) en IESE (50) in Spanje.
...

Zes Europese scholen staan in de topvijftig van 's werelds beste MBA-programma's. Veel economische hogescholen en studenten zullen verrast zijn over het resultaat: het Spaanse Esada (plaats 26), het Franse Insead (28) en het Zwitserse IMD (33) doen beter dan de Amerikaanse topinstituten zoals Columbia University, de University of California in Los Angeles en Massachusetts Institute of Technology. De andere Europese scholen in de topvijftig zijn de London Business School (39) in het Verenigd Koninkrijk en het Instituto de Empresa (49) en IESE (50) in Spanje. Het resultaat van de Europese scholen is zeer indrukwekkend omdat 83% van de ondervraagde rekruteerders uitsluitend Amerikaanse scholen beoordeelde, 10% aleen maar niet-Amerikaanse scholen selecteerde en 7% zowel Amerikaanse als niet-Amerikaanse scholen selecteerde.De Tuck School aan het Dartmouth College, 's werelds eerste economische hogeschool waar diploma's boven het 'bachelor's degree' behaald konden worden, staat op nummer één in het onderzoek van The Wall Street Journal. Dartmouth versloeg instituten zoals Harvard University, Stanford University en de Wharton School aan de Universiteit van Pennsylvania. De personeelsverantwoordelijken, die de scholen beoordeelden in een on-lineonderzoek, loofden Dartmouths kleine, universitaire MBA-programma voor het voortbrengen van algemene bestuurders die loyale teamplayers zijn. Net achter Dartmouth, op plaatsen twee en drie, staan twee andere MBA-programma's met minder dan 500 voltijdse studenten - Carnegie Mellon University's Graduate School of Industrial Administration en Yale University's School of Management. Beide kregen hoge cijfers voor het samenwerkingsvermogen en de analytische en probleemoplossende vaardigheden van hun studenten. Het gereputeerde Wharton daarentegen behaalde slechts de achttiende plaats en Columbia University, MIT en Stanford deden veel slechter. Rekruteerders klaagden erover dat de afgestudeerden van sommige van de meest prominente scholen té veel té snel verwachten op het vlak van salaris en positie en dat ze moeilijk lange tijd in dienst gehouden kunnen worden.Waarin verschilden de scholen uit de toptien dan van de rest? Ten eerste behaalden ze een veel hogere score dan de andere op vijf specifieke punten: het aanleren van analytische en probleemoplossende vaardigheden; vorige ervaringen van rekruteerders met de kwaliteit van de afgestudeerden van die school; de voorbereiding van de studenten op de nieuwe economie; het strategische denken van de afgestudeerden; en 'chemistry', een algemeen goed gevoel over de school.Veel hooggerangschikte scholen scoorden ook hoog voor de communicatieve en interpersoonlijke vaardigheden van hun afgestudeerden, wat negen op de tien rekruteerders zeer belangrijk vinden.Het is duidelijk dat kleinschaligheid voordelig was voor veel economische hogescholen in het onderzoek. De helft van de scholen in de toptien, en veertien van de top-25 tellen minder dan 500 inschrijvingen voor hun voltijds MBA-programma. Over het algemeen zeggen de lijstmakers dat afgestudeerden van kleine MBA-programma's meer meewerken en vriendelijker zijn dan hun tegenhangers aan grote scholen.Julie Hamrick, voorzitster van Ignite Sales, een vierjarig on-linemarketingbedrijf in Dallas, heeft economische hogescholen van alle groottes bezocht. "Maar elke keer opnieuw vinden we beter voorbereide studenten in de kleinere scholen; ze zijn minder theoretisch en meer gericht op praktijk," zegt Hamrick. "Ze lijken ook teamgerichter en het is uitermate belangrijk dat je op elk lid van het team kunt rekenen in een start-up zoals de mijne." MBA'ers uit elitescholen hebben de naam arrogant te zijn. Personeelszoekers vonden er maar enkele teamplayers. Het onderzoek naar de business schools bevatte ook een academische sectie waarin rekruteerders scholen nomineerden die ze uitstekend achtten in bepaalde studiegebieden. Daaruit bleek dat academische reputatie merkwaardig weinig invloed op de algemene rangschikking had. Faculteit en curriculum behoorden tot de minst belangrijke factoren in het onderzoek.Dat verklaart waarom sommige academische voordelen de rekruteerders niet imponeerden en niet noodzakelijk een plaats aan de top opleverden.