De aanslepende eurocrisis. De acute fase van de eurocrisis lijkt voorbij, maar ze kan elk moment opflakkeren. De eurozone dreigt nu terecht te komen in een chronische crisis. Er wordt altijd net voldoende gedaan om een acute aanval te voorkomen, maar van de noodzakelijke structurele ingrepen komt niks in huis. Te veel hangt vandaag af van de uitspraken en beloftes van ECB-voorzitter Mario Draghi. Zowel de budgettaire afspraken als de bankenunie blijven onvolledig, terwijl Spanje, Portugal, Italië en zeker Griekenland diep in het moeras wegz...

De aanslepende eurocrisis. De acute fase van de eurocrisis lijkt voorbij, maar ze kan elk moment opflakkeren. De eurozone dreigt nu terecht te komen in een chronische crisis. Er wordt altijd net voldoende gedaan om een acute aanval te voorkomen, maar van de noodzakelijke structurele ingrepen komt niks in huis. Te veel hangt vandaag af van de uitspraken en beloftes van ECB-voorzitter Mario Draghi. Zowel de budgettaire afspraken als de bankenunie blijven onvolledig, terwijl Spanje, Portugal, Italië en zeker Griekenland diep in het moeras wegzinken. 60 procent jeugdwerkloosheid is ronduit hallucinant. Het risico op averij voor de hele Europese Unie blijft reëel. Schuldophoping. De rijke landen zagen bijna zonder uitzondering hun schulden fors oplopen. Voor het geheel van de OESO-lidstaten nam de schuldgraad toe van 300 procent van het bbp aan het begin van de jaren tachtig naar ruim 700 procent in 2008 (zie grafiek). Sinds 2008 konden we ongeveer 50 procentpunt van die schuldgraad afpietsen -- de Amerikaanse gezinnen deden flink hun duit in het zakje --, maar de globale schuldratio moet hoe dan ook met minstens nog eens 200 procentpunt naar beneden. Zo'n schuldafbouw kan op diverse manieren gebeuren: door te besparen en te groeien, door inflatie en door een schuldherschikking. Elk van die opties weegt in min of meerdere mate op het groeipotentieel van de economie. Met die realiteit zitten we nog vijf of tien jaar opgezadeld. Monetair beleid. De belangrijkste centrale banken van de wereld gaan sinds 2008 heftig tekeer om de financiële crisis te bestrijden. De rentevoeten op korte termijn schommelen al enkele jaren rond het nulpunt. Via een enorme explosie van de eigen balansen -- de Amerikaanse Fed maal 4, de ECB maal 2,5 -- worden ook de langetermijnrentes gedrukt. Stilaan doemen echter de onrechtstreekse en ongewilde gevolgen van zo'n laks monetair beleid op. Het gaat om bijkomende onzekerheid, verhoogde spaarneiging bij de gezinnen, moeilijkheden voor verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen, verhoogde kans op nieuwe zeepbellen en ontregeling van de financiële markten. Protectionisme. Het monetaire beleid vormt ook de rechtstreekse aanleiding voor de wisselkoersoorlog waar de jongste weken veel over te doen was. Landen pogen hun wisselkoers naar beneden te halen om via betere exportperspectieven meer economische groei te kunnen realiseren. Vooral de Japanse regering is daarin actief. Maar actie leidt tot reactie, met als resultaat dat finaal niemand wint. De geschiedenis leert dat rondjes competitieve devaluaties steevast uitmonden in regelrecht en openlijk protectionisme. En dat kan de wereldeconomie, en zeker een kleine en open economie als de Belgische, missen als kiespijn.