Een passie voor rozen
...

Een passie voor rozenDichters en verliefden kunnen niet zonder. Maar de roos is (opnieuw) meer dan een symbool. Elsie De Raedt schreef er een hartstochtelijk boek over. TEKST : LUC DE DECKER / FOTO'S : ERIK TANGHE Creativiteit zonder overdrijving, stijl zonder pronkzucht, design zonder gekunsteldheid. Die indruk overheerst bij een bezoek aan de tuin van Elsie De Raedt. De bezoeker wordt niet meteen overweldigd door oh's en ah's. Uiteraard schuilt er een bedrieglijke eenvoud in de vermetele combinaties, maar het ontwerp geeft blijk van mensenmaat. Het huis straalt dezelfde elegante eenvoud uit. Wie wat beter toekijkt, merkt dat het om een gedurfde variatie op een bescheiden Vlaamse boerderij gaat, zonder dat er banale fermetteconnotaties opkrinkelen. Het centrale deel van de achtergevel kreeg zelfs een gewaagd blauw, die de omgeving een behaaglijke warmte schenkt. De bloeiende clematis tegen de muur versterkt dat effect. Bezoekers bewonderen er vooral de rozen. Is dat niet die schreeuwerige plompe bloem, waarvan enkele jaren geleden al de verdwijning uit de finessetuinen aangekondigd werd ? "Dan heb je het over de meerderheid van de geurloze nieuwe soorten, waar de kleur van het blad en de vorm van de struik geen belang hebben. Ik noem ze begoniarozen," repliceert De Raedt. "Als een reactie daartegen maken we nu een revival van de heerlijk geurende botanische en oude rozen mee." Perkrozendoen denken aan eentonige, pijnlijk helle boorden. "Een tuin met uitsluitend rozen trekt me niet aan," geeft De Raedt toe. "Ze komen pas tot hun recht in combinatie met andere planten." In haar tuin ontluikt een heesterroos, bijvoorbeeld, in de buurt van een prachtige groep hosta's. Afwisseling, zo luidt de boodschap. Of dat ongestraft kan ? Het antwoord staat in haar boek : Rozen van de Lage Landen. De Raedt strooide handenvol onderhoudstips in de bekoorlijke uitgave, die uitgroeide tot een werkboek. Ook de kwekers en verkopers worden vermeld. Met haar ervaring durfde ze zelfs een heuse top-100 van de rozen uit onze contreien aan. De Raedt opent het boek echter met een verrassende blik op de geschiedenis van de rozen van bij ons. "Met bij ons bedoel ik het ruime gebied van de Benelux," verduidelijkt de schrijfster, die in een vroeger leven woordvoerster van enkele ministers was en carrière maakte als communicatiemanager. "Twee jaar geleden, toen mijn oudste dochter afstudeerde, zei ik het leven van stress, recepties en files vaarwel." Stilzitten kan ze echter niet. Naast een halftijdse baan in de buurt, onderhoudt ze haar tuin ("Een uur 's ochtends en een uur 's avonds"), geeft ze cursussen en verricht ze pionierswerk in de ISARD-Tuinacademie in Antwerpen. Ook daar wil ze de rijke geschiedenis van de botanici uit de Lage Landen in de verf zetten. "Onze rozentraditie is amper gekend. Botanisten uit deze streken waren al in de late middeleeuwen goed betaalde consultants aan de koninklijke en keizerlijke hoven." Aan het symboolvan de passionele liefde kleven echter stekels. Rozen geven (veel) werk, zorgen en insecten. "Een misverstand," oordeelt De Raedt. "Je moet wel deskundig snoeien en voeden. Bovendien vraagt de plant een goed verluchte en verlichte plaats. Laat de wind er doorheen waaien. Als je het hele seizoen bloei wil, moet je dagelijks de verwelkte bloemen wegknippen."In de bekendste rozenregio, Bordeaux, lijkt De Raedts theorie ondermijnd te worden. Vele wijngaarden zijn er afgeboord met rozen. Volgens de overlevering fungeren ze als noodklok. Als eerste tonen ze eventuele oprukkende insecten, het teken dat de wijnboer dringend moet handelen. Maar De Raedt kreeg zopas gelijk uit vermaarde hoek. "Larie," zei Bruno Marly ons onlangs. Marly beheert château Malartic-Lagravière, producent van de alom geprezen grand cru classé uit Graves. "Waarschijnlijk ontstond die traditie om de paarden niet in de gaarden te laten lopen of eten. Nu is het puur decoratief. Wij gebruiken gele en rode rozen omdat we zowel witte als rode wijn produceren." Wijn en rozen, dat heet passie. Elsie De Raedt, Rozen van de Lage Landen. Roularta Books/Fontein, 128 blz., 1395 fr.