We zochten vergeefs naar een link tussen Elliot Carter (°1908) en Johannes Brahms (1833-1897). Toch staan beiden samen op een avondvullend programma van de Vlaamse Opera.
...

We zochten vergeefs naar een link tussen Elliot Carter (°1908) en Johannes Brahms (1833-1897). Toch staan beiden samen op een avondvullend programma van de Vlaamse Opera. Elliot Carter, intussen 95, werd geboren in New York, studeerde literatuur en wiskunde aan de Harvard University. Als zestienjarige leerde hij Charles Ives kennen, die hem meenam naar concerten van onder meer Copland, Stravinsky en Varèse. In 1932 volgde Carter drie jaar lang contrapunt en compositie bij de befaamde Nadia Boulanger, die een grote invloed had op zijn vroege composities. Maar Carter verdiepte zich ook in niet-westerse en middeleeuwse muziek en assimileerde talrijke invloeden die een stempel drukten op zijn werk. Tot aan de Tweede Wereldoorlog schreef hij in een typisch Amerikaans neoklassiek idioom. Aanvankelijk getuigde zijn werk wel van enige maturiteit, maar was het niet grensverleggend. Na de oorlog kwam daar verandering in en ontpopte Carter zich tot een unieke modernistische componist. Zijn 'Cellosonate' (1948) is baanbrekend. Carter wil de complexiteit, de chaos van het leven in zijn muziek vatten. Vooral op het gebied van harmonie, ritme en tempo verbindt hij pluriformiteit aan formele helderheid en structurele transparantie. Voor zijn 'Variations' (uit 1955) vertrekt hij van boven elkaar liggende lagen die hij naar het midden van het werk toe - in een soort zandloperstructuur - vereenvoudigt. Zodra de simpelste, vijfde variatie is afgelopen, wordt de structuur weer complexer, een complexiteit die haar hoogtepunt bereikt in de finale. Carter wil ook onze perceptie van de tijd manipuleren, zoals Joyce, Proust en Eisenstein dat deden. 'Ein deutsches Requiem' voor gemengd koor, solostemmen en symfonisch orkest van Johannes Brahms is een sleutelwerk in zijn carrière en het grootste koorwerk dat hij schreef. Het is niet gebaseerd op de klassieke vijfdelige indeling van het katholieke requiem, maar omvat zeven delen: vier voor koor, twee voor bariton en koor, één voor sopraan en koor (elke keer met orkest uiteraard). Ivan Törz dirigeert het Symfonisch Orkest en Koor van de Vlaamse Opera. Solisten zijn: Michael Kraus (bariton) en Camilla Nylund (sopraan). Milo DerdeynZondag 16 februari, 20.00 uur, Stedelijke Concertzaal De Bijloke, Bijlokekaai 7, Gent. Info: 09 225 24 25Dinsdag 18 februari, 20.00 uur, de Vlaamse Opera, Frankrijklei 3, Antwerpen.Info: 03-233 66 85