De auteur is CEO van Melotte en oprichter van Innocrowd.
...

De auteur is CEO van Melotte en oprichter van Innocrowd. 24 oktober 2012. Terwijl de meeste mensen in Vlaanderen nog slapen, vertrek ik vroeg in de ochtend naar Zaventem om er het vliegtuig richting Spanje te nemen. De vriendelijke stem op Radio 1 herinnert mij aan de bijzondere ondernemingsraad bij Ford Genk later die dag. Ik geef grif toe, grote bedrijfssaneringen zijn niet mijn ding. Het brengt me in gedachten terug naar de naweeën van 9/11 en de golf van ontslagen die daarop volgde. In de nasleep van die vreselijke aanslag verloren duizenden mensen hun baan, de war on terror was een feit. Nooit zou internationaal ondernemen nog hetzelfde zijn. De strenge veiligheidseisen op onze luchthaven zijn er een trieste, confronterende erfgenaam van, en eerlijk gezegd, dit went nooit. Niets laat vermoeden dat de impact zo groot zal zijn, en toch: iets na negen verschijnt op mijn schermpje 'Ford Genk gaat dicht'. Vier woorden beschrijven kort en droog de realiteit. Om 10 uur schors ik de vergadering even om via internet het journaal live mee te volgen. Goedele doet haar uiterste best om de situatie helder te schetsen, maar wanneer het woord Valencia valt, zie ik de reactie van mijn vergadergenoten. Ze weten niet goed hoe te reageren: voor hen zit een zakenpartner uit de buurt van Genk. Er komt een troostend gebaar. De CEO van het bedrijf verontschuldigt zich voor het feit dat de productie van Genk naar Valencia verhuist en voegt er zachtjes aan toe dat er geen winnaars zijn. De loonkosten en de arbeidsvoorwaarden bij de Spaanse automobielproducent liggen ruim 30 procent lager dan voor de crisis. De marges op de autoassemblage zijn minder dan 0,5 procent en daarbovenop wegen de kosten van eerdere saneringen zwaarder dan de opbrengsten van de resterende productie. Uit maatschappelijk oogpunt is de contributie negatief. Dat is zeker niet wat Henry Ford voor ogen had toen hij zijn eerste autoassemblagefabriek opstartte. Geen uur later krijg ik al de eerste vraag van de Belgische pers: wat met de Limburgse economie? Is dit de voorbode van meer bedrijfssluitingen en blijven de wolken zich samenpakken boven de groenste provincie? De feiten zijn zwaar, maar dit is ook het startschot voor een nieuwe omwenteling. Ik denk spontaan terug aan de aankondiging van het beleidsplan van gouverneur Herman Reynders, Limburg als CO2-neutrale provincie. Wat tot gisteren nog een barrière was voor transitie is vandaag een opdracht geworden. Alle fantastische ideeën kunnen nu worden uitgewerkt. Een reconversie 2.0 dient zich aan en het verdwijnen van de belangrijkste industriële speler in de provincie opent de weg voor de creatie van nieuwe activiteiten. Opnieuw zal Limburg zijn rol van voortrekker opnemen en nieuwe sociaaleconomische modellen ontwikkelen om welvaart en welzijn van haar bevolking te genereren. De politieke kaarten zijn geschud en de beleidsmensen zijn bekend en zij zullen hun sterke schouders onder het project zetten. Nieuwe businessmodellen zullen ontstaan en die zullen in de rest van Vlaanderen kritisch bekeken worden, maar zoals bij de eerste reconversie geloof ik in het welslagen ervan. Want in acht jaar ondernemen in Limburg heb ik de veerkracht van deze provincie leren kennen, en het aangeboren en diepgewortelde, positieve chauvinisme dat de Limburgers zal verenigen. De underdogpositie zal hen helpen een eigen secundaire economie te creëren voor wie niet meer over de competenties en dynamiek beschikt om zijn eigen switch te maken. En wanneer het allemaal niet lukt, zal het niet aan de inzet liggen, maar wel aan het feit dat de economische globalisering geen rekening houdt met waar het allemaal om gaat: welvaart en welzijn creëren en dat het best in harmonie. MARIO FLEURINCKOpnieuw zal Limburg zijn rol van voortrekker opnemen en nieuwe sociaaleconomische modellen ontwikkelen.