Voor een boekhouder is toegevoegde waarde een glasheldere notie, maar dat geldt niet noodzakelijk voor de man in de straat. Electrabel is het perfecte bedrijf om het begrip te illustreren. Als gas, uraniumstaven, biomassa of wind omgevormd worden tot elektriciteit, welke waarde schept dat dan? De toegevoegde waarde is de maatstaf voor de waarde van de productie van een onderneming, verminderd met wat daarvoor gebruikt werd. Het is met andere woorden de intrinsieke waarde die door een activiteit opgewekt wordt. In 2011 voegde Electrabel dus liefst 2,44 miljard euro waarde toe.
...

Voor een boekhouder is toegevoegde waarde een glasheldere notie, maar dat geldt niet noodzakelijk voor de man in de straat. Electrabel is het perfecte bedrijf om het begrip te illustreren. Als gas, uraniumstaven, biomassa of wind omgevormd worden tot elektriciteit, welke waarde schept dat dan? De toegevoegde waarde is de maatstaf voor de waarde van de productie van een onderneming, verminderd met wat daarvoor gebruikt werd. Het is met andere woorden de intrinsieke waarde die door een activiteit opgewekt wordt. In 2011 voegde Electrabel dus liefst 2,44 miljard euro waarde toe. Achter dat bedrag gaat in de eerste plaats het productiepark van het filiaal van de Franse gigant GDF Suez schuil. Meer dan 90 installaties, die midden 2012 een capaciteit van 9853 MW vertegenwoordigden. "Een gediversifieerd park, dat deel uitmaakt van een groot aantal gekoppelde netten", verduidelijkt woordvoerster Anne-Sophie Hugé. Zij benadrukt dat Electrabel meer is dan een louter industrieel bedrijf: "We zijn ook een commerciële onderneming, die elektriciteit en gas verkoopt. Bovendien hebben we het druk met portfoliomanagement, dat dient om onze productiemiddelen te optimaliseren zodat we de behoeften van onze klanten op elk tijdstip kunnen dekken. Toegevoegde waarde is een manier als een andere om de zaken te bekijken. Electrabel draagt bij tot de economie van het land. We hebben 5500 medewerkers, voor wie 142 miljoen aan sociale bijdragen overgemaakt werd in 2011." Was 2012 van hetzelfde allooi als 2011? Zeker is dat niet. "2011 was een erg goed jaar voor ons productiepark", zegt Hugé. Vorig jaar verliep duidelijk moeizamer, met onder meer de gedwongen stillegging van de kernreactoren Doel 3 en Tihange 2. En daarbovenop kwamen nog het klantenverloop, de verloren tarievenstrijd met de overheid, de verhoging van de nucleaire bijdrage, enzovoort. Allemaal tegenslagen die net zo goed uitdagingen zijn, op korte en lange termijn. Electrabel moet proberen marktaandeel te heroveren; de overheid ervan overtuigen dat de stilgelegde reactoren veilig heropgestart kunnen worden; anticiperen op het einde van het kerntijdperk; en, op kortere termijn, een deel van zijn nucleair potentieel naar de markt brengen. Electrabel lijdt ook onder de lage prijs van steenkool ten opzichte van gas, wat zwaar weegt op de rendabiliteit van zijn gascentrales. En ten slotte doet het zijn eerste stappen in offshorewindmolens met het project Mermaid (450 MW aan windturbines op zowat 50 km van de kust), waarvan de wieken in 2016 moeten draaien. Dat alles in afwachting van een wettelijk kader zonder grijze zones, wat nu nog verre van het geval is. Sinds de bekendmaking van het uitrustingsplan van staatssecretaris voor Energie Melchior Wathelet (cdH), werd geen enkele serieuze investering in productiemiddelen gedaan, zegt men fijntjes en wat perfide bij Electrabel. Gas of uranium omzetten in elektriciteit levert ongetwijfeld waarde op, maar duidelijk ook heel wat hoofdbrekens. BENOÎT MATHIEU