Premier Guy Verhofstadt (VLD) is pas 52. Geen leeftijd om nu al uit te bollen. Hij mag niet langer dralen en moet dringend het probleem van de eindeloopbaan aanpakken. Of hij dreigt politiek hetzelfde lot te ondergaan als zovele 55-plussers in dit land. Amper één op vier van hen is nog aan het werk. De slechtste score van de hele Europese Unie.
...

Premier Guy Verhofstadt (VLD) is pas 52. Geen leeftijd om nu al uit te bollen. Hij mag niet langer dralen en moet dringend het probleem van de eindeloopbaan aanpakken. Of hij dreigt politiek hetzelfde lot te ondergaan als zovele 55-plussers in dit land. Amper één op vier van hen is nog aan het werk. De slechtste score van de hele Europese Unie. De therapeutische sessies rond dit hete hangijzer slepen nu al maanden aan. Technische gesprekken met specialisten leverden niets op. Een parallelle biechtstoelprocedure leidde niet tot de verhoopte absolutie. De kloof tussen vakbonden en werkgevers is diep, de impasse groot. Tijd om te handelen dus. Het eindeloze gepalaver dat zich als een virus verspreidde in de DHL-crisis en B-H-V, dreigt nu ook over te slaan naar het overleg over de eindeloopbaan. Met collateral damage voor de economie. Het vertrouwen van de Belgische consument hangt op het laagste peil sinds oktober 2003 (toen schrapte Ford Genk onverwacht 3000 banen). De psychologie speelt mee. Voluntarisme als remedie, de geliefde aanpak van Verhofstadt II, zou misplaatst zijn. Net zoals een te grote dosis zwartgalligheid tot een onrealistische vorm van depressie zou leiden. Belgische ondernemers en consumenten - waarvan een flink aantal op een berg cash of spaargeld zit - hebben nood aan realiteitszin en bovenal het besef dat de problemen worden aangepakt. Hoe groot is de besluiteloosheid? Vooral het ABVV wil het eindeloopbaandebat koppelen aan de financiering van de sociale zekerheid. "Te veel hooi op de vork," zeggen de werkgevers. Al kan dit eigenlijk geen onoverkomelijk breekpunt zijn. In wezen zijn beide dossiers gekoppeld. Meer ouderen aan het werk is de beste garantie voor een volgehouden financiering van onze welvaartsstatus. ACV en ABVV weigeren zich ook blind te staren op de te hoge inactiviteit van oudere werknemers. Zij willen dat er tegelijk meer geld vrijkomt voor de instap van jongeren, vrouwen en allochtonen in het arbeidscircuit. Want meer ouderen op de arbeidsmarkt dreigt het aantal beschikbare banen voor jongeren te kortwieken. Die koppeling is niet zo evident. Net zoals de 38-urige week in het verleden niet heeft geleid tot meer jobs, steunt ook het kannibaliserende effect van meer actieve ouderen in het arbeidscircuit op een misvatting. De hoeveelheid werk is geen constante. Zolang de vakbonden aan dit vooroordeel blijven vasthouden, zien ze spoken. Er is nog een knelpunt. ACV en ABVV houden mordicus vast aan de fetisj van het brugpensioen, omdat het niet de 55-plussers zijn die volgens hen vrijwillig beslissen om te stoppen met werken. Zij worden door hun werkgevers gedumpt, zo luidt de redenering. Het brugpensioen dient dus als een pijnstiller voor sociale miserie. Zolang de vakbond in die termen blijft redeneren, zal de impasse in het eindeloopbaanoverleg blijven. Want de realiteit is genuanceerder. Onderzoek wijst uit dat vijftigplussers die voor tijdskrediet kiezen, dit instrument meer en meer gebruiken als een uitloper naar het brugpensioen. En het brugpensioen zelf dient als opstapje naar het voltijdse pensioen. Nochtans kan een bruggepensioneerde die na een paar jaar opnieuw aan de slag wil, dit perfect doen zonder juridische drempels. Er dreigt krapte op onze arbeidsmarkt. De arbeidsreserve zal in de volgende vijf jaar niet meer substantieel stijgen. De vraag dreigt dus groter te worden dan het aanbod. Een aantal bedrijven trekt daar nu lessen uit. Ze opteren voor een leeftijdsbewust personeelsbeleid (zie blz. 62). De voordelen zijn legio. De productiviteit van een vijftigplusser, zo blijkt uit studies, ligt hoger dan bij een werknemer van (gemiddeld) 42 jaar en oudere werknemers kunnen op de werkvloer hun expertise overdragen op jongere collega's. Zaak is dan wel dat er meer ruimte vrijkomt voor een mix van diverse arbeidsvormen, al naargelang van het tijdstip van de carrière. Vakbonden hameren op meer vorming, arbeidsduurvermindering en rustpauzes allerhande. De kern van hun betoog ligt in betere en aangenamere werkomstandigheden. Werkgevers willen vooral meer flexibiliteit en een minder rigide arbeidsreglementering. Een diepgaande herijking van de totale loopbaan - zoals de Gentse arbeidsjurist Marc De Vos onlangs omschreef - is de inzet. Het wordt hoog tijd dat de sociale partners daartoe bewogen kunnen worden. Lukt dat niet, dan zal ook Guy Verhofstadt zijn loopbaan als politicus in een ander perspectief moeten zien. piet.depuydt@trends.beHet eindeloze gepalaver dat zich als een virus verspreidde in de DHL-crisis en B-H-V, dreigt nu ook over te slaan naar het overleg over de eindeloopbaan.