In het kielzog van de records verpulverende bestseller De Da Vinci-code van de Amerikaan Dan Brown, geniet de kunstenaar-wetenschapper-uitvinder Leonardo da Vinci (1452-1519) een nooit geziene populariteit. Een pontificaal museum als het Louvre in Parijs, dat zijn mysterieuze schilderij Mona Lisa herbergt, werd herschapen in het Benidorm van de kunst. Een onophoudelijke toeristenstroom vergaapt er zich aan de sibillijnse glimlach van de androgyne dame. Is het de Madonna? Of een verhuld zelfportret van de homoseksuele arties...

In het kielzog van de records verpulverende bestseller De Da Vinci-code van de Amerikaan Dan Brown, geniet de kunstenaar-wetenschapper-uitvinder Leonardo da Vinci (1452-1519) een nooit geziene populariteit. Een pontificaal museum als het Louvre in Parijs, dat zijn mysterieuze schilderij Mona Lisa herbergt, werd herschapen in het Benidorm van de kunst. Een onophoudelijke toeristenstroom vergaapt er zich aan de sibillijnse glimlach van de androgyne dame. Is het de Madonna? Of een verhuld zelfportret van de homoseksuele artiest? Gewoon het portret van een huisvrouw, zo corrigeert de Britse schrijver en tv-maker Charles Nicholl nuchter in zijn monumentale biografie Leonardo da Vinci (Spectrum/Standaard, 630 blz., 39,95 euro). Nuchter, van overtollige sensatie gespeend, maar wel boeiend tot de laatste letter - zo overtuigt Nicholl, die jarenlang onderzoek verrichtte voor zijn portret in extenso. Door die lange voorbereiding kun je hem ook niet beschuldigen te willen profiteren van de slipstream van Browns bestseller (al zal die de verkoopcijfers van zijn kolos wel ontzettend opkrikken). Leonardo (Luitingh, 512 blz., 24,95 euro), nog een biografie van de Florentijnse homo universalis, dateert al van 1988 en verschijnt nu in een herziene editie. Ook Serge Bramly pakt uit met een solide, doortimmerde en al bij al prettig leesbare levensbeschrijving. En ook hij plaatst zijn protagonist keurig in zijn tijd, de Renaissance. Het wordt moeilijk kiezen tussen beide biografieën, al heeft Nicholl een paar streepjes voor. Zijn bevindingen hebben een iets grotere reikwijdte en de uitgave is verzorgder (harde kaft, duidelijke illustraties, waarvan sommige in kleur). Ongetwijfeld had de eigenzinnige wetenschapper Leonardo da Vinci het geluk geleefd te hebben nog voor de Inquisitie helemaal genadeloos werd. Die periode wordt in onze contreien verpersoonlijkt door Ferdinand Alvarez de Toledo, beter gekend als de hertog van Alva (1507-1582). Historicus Henry Kamen zoekt in Alva - Een biografie (Houtekiet, 271 blz., 19,95 euro) uit waarom 'de bloedhond van de Nederlanden' zo fundamentalistisch zijn Kerk en koning diende, en waarom hij zo wreed tekeerging. Een hoogst interessante verrassing is De laatste reis van Columbus (Manteau/Ambo, 352 blz., 22,50 euro) van Der Spiegel-journalisten Klaus Brinkbäumer en Clemens Höges. Onder die titel gaat een volwaardige biografie schuil van de beroemde ontdekkingsreiziger, die eenzaam en vergeten stierf in 1506, na een mislukte expeditie. Ook rond Columbus circuleren tal van mysteries en mythes, die nu ernstig onderzocht worden. Vermelden we nog de sobere heruitgave van Freud (Bezige Bij, 846 blz., 25 euro), de meesterlijke biografie die Peter Gay in 1988 schreef over de grondlegger van de psychoanalyse. Een klassieker voor elke biografieliefhebber. Luc De Decker