De nieuwe pensioenwet wil de duurzaamheid van de aanvullende pensioenen garanderen en het sociale karakter ervan behouden. Ze heeft verregaande gevolgen voor de tweede pensioenpijler - de groepsverzekering van werknemers en zelfstandigen, het vrij aanvullend pensioen (VAPZ) en de individuele pensioentoezegging (IPT), en het pensioenplan voor artsen en apothekers via het RIZIV.
...

De nieuwe pensioenwet wil de duurzaamheid van de aanvullende pensioenen garanderen en het sociale karakter ervan behouden. Ze heeft verregaande gevolgen voor de tweede pensioenpijler - de groepsverzekering van werknemers en zelfstandigen, het vrij aanvullend pensioen (VAPZ) en de individuele pensioentoezegging (IPT), en het pensioenplan voor artsen en apothekers via het RIZIV. Tot nu toe werden veel pensioenplannen afgesloten met de 60ste verjaardag van de werknemer of de zelfstandige als einddatum. Dat is veranderd: voor nieuwe contracten die worden afgesloten sinds 1 januari, moet de contractuele eindleeftijd de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar zijn. "Die eindleeftijd van 65 jaar geldt ook voor jonge verzekerden, al weten ze dat hun wettelijke pensioenleeftijd op 66 of 67 jaar zal liggen", zegt Tom Goossens, belastingadviseur bij de financiële planner Optima. Zodra de pensioenleeftijd opschuift, verschuift ook de eindleeftijd van de nieuwe pensioenregelingen. Vanaf 2025 ligt die op 66 jaar, vanaf 2030 op 67 jaar. "Bestaande pensioenregelingen mogen behouden blijven", zegt Goossens. "Als de einddatum van een plan bijvoorbeeld 60 jaar is, mag dat zo blijven. Maar wie de eindleeftijd van een lopende polis wil wijzigen, moet rekening houden met de nieuwe regelgeving. Zo is het niet meer mogelijk de eindleeftijd te verschuiven van 60 naar 62 jaar." De einddatum van de bestaande pensioenplannen mag dan wel behouden blijven, maar die eindleeftijd is toch veeleer theoretisch. "Het is niet omdat er 60, 61 of 62 jaar als einddatum op een pensioenplan staat, dat de verzekerde het geld ook op die leeftijd krijgt", zegt Goossens. "Het gespaarde kapitaal van de tweede pijler mag pas worden uitgekeerd als de verzekerde zijn wettelijk pensioen opvraagt. Voor wie vóór 1962 geboren is, zijn er overgangsmaatregelen." "De nieuwe regelgeving werkt in twee richtingen: de verzekerde moet het kapitaal ook opvragen als hij met pensioen gaat voordat het pensioenplan afloopt. Een zelfstandige die een individuele pensioentoezegging heeft met 65 jaar als eindleeftijd, maar al op zijn 63ste met pensioen gaat, moet het aanvullend pensioen opnemen op zijn 63ste." "Een pensioenplan is bedoeld als een aanvulling van het wettelijk pensioen, niet als vervanging ervan", zegt Tom Goossens. "De nieuwe regeling wil voorkomen dat mensen vroeger stoppen met werken en het geld van de tweede pijler gebruiken om de periode tot aan hun wettelijk pensioen te overbruggen." Een voorbeeld: Jan wordt 60 jaar in 2022. Hij heeft dan een carrière van 39 jaar. Hij bezit een individuele pensioentoezegging met een kapitaal van 200.000 euro. De eindleeftijd ervan is vastgesteld op 60 jaar. Vanaf 2019 moet hij 44 loopbaanjaren kunnen voorleggen om vervroegd met pensioen te gaan. Hij heeft pas recht op een pensioen op zijn wettelijke pensioenleeftijd, die tegen dan 66 jaar bedraagt. Als Jan zou overwegen te stoppen met werken op zijn 60ste, heeft de nieuwe pensioenwet tot gevolg dat hij de jaren dat hij geen wettelijk pensioen krijgt, niet kan overbruggen met het kapitaal uit zijn interne pensioentoezegging. Het belastingtarief voor de uitkering van het kapitaal op 60 jaar is tegen dan opgetrokken tot 20,19 procent. Met die regeling hoopt de regering mensen langer aan het werk te houden. De grote vraag is welk rendement Jan krijgt op het kapitaal van zijn interne pensioentoezegging dat hij opbouwt tussen zijn 60ste en 66ste jaar. De nieuwe wet is daar vaag over, stelt Goossens vast. "Uit de motivatie bij de wet kunnen we afleiden dat het de bedoeling is de gegarandeerde rentevoeten uit het verleden aan te houden. Maar het is de vraag of de verzekeringsmaatschappijen er dezelfde interpretatie op na zullen houden." Een mogelijkheid zou dan zijn dat Jan op het kapitaal de intrestvoet krijgt die geldt wanneer het geld wordt uitgekeerd. De hervorming kan tot gevolg hebben dat sommige bedrijven en zelfstandigen hun pensioenplan afbouwen. De fiscale aftrek van pensioenpremies heeft een bovengrens - de zogenaamde 80 procentregel. "Dat is een fiscaal voordelige manier van verloning, zolang je totale pensioeninkomsten - het wettelijk en aanvullend pensioen - niet uitstijgen boven 80 procent van het laatste brutojaarloon", legt Goossens uit. Bedrijven en zelfstandigen houden rekening met die grens bij het bepalen van de jaarlijkse stortingen. Vooral zelfstandige bedrijfsleiders hielden de looptijd van de polis kort. Ze betaalden een hogere jaarlijkse premie en hadden dus een hogere fiscale aftrek. Als de einddatum van het contract naderde, verlegden ze die datum in overleg met de verzekeraar, om het kapitaal op een fiscaal voordelig moment te laten uitkeren. Door de minimumleeftijd op 65 jaar vast te leggen, vervalt die mogelijkheid voor nieuwe pensioenplannen. Bestaande pensioenplannen ontspringen de dans, maar het moment van de uitkering wordt wel gekoppeld aan de pensionering. Het is mogelijk dat ook werkgevers de pensioenplannen van werknemers herbekijken en over een langere periode minder premies betalen. Er zijn nog enkele andere onduidelijkheden. "Wat bijvoorbeeld met aanvullende dekkingen, zoals voor een vervangingsinkomen bij ziekte of invaliditeit? Blijft ook die lopen tot de pensioenleeftijd, als de eindleeftijd op het contract 60 jaar is?", vraagt Goossens zich af. "En nog: stel dat een werknemer een pensioenpolis met een einddatum van 65 jaar heeft. Door zijn vervroegde pensionering, bijvoorbeeld op 63 jaar, is hij verplicht het kapitaal eerder op te vragen. Is dat dan een afkoop, waarop de verzekeraar een afkoopvergoeding kan inhouden?" De laatste jaren heeft het pensioenbeleid sterk ingezet op informatie en transparantie. Resultaten daarvan zijn de pensioendatabank van de overheid en de versterkte jaarlijkse informatieverplichting voor verzekeraars. De projecties die ze maken, blijven uitgaan van de contractuele eindleeftijd. Ook voor de berekening van de 80 procent-grens wordt nog altijd rekening gehouden met projecties tot de contractuele eindleeftijd. Een hervorming daarvan is mogelijk. Het moment waarop u beslist te stoppen met werken, wordt steeds belangrijker. De overheid helpt u daarbij. Met de website MyPension.be kunt u sinds kort uw vroegst mogelijke pensioenleeftijd bepalen. Maar u moet altijd de denkoefening maken of het financieel haalbaar is om dat ook te doen. JOHAN STEENACKERS"Een pensioenplan is bedoeld als een aanvulling van het wettelijk pensioen, niet als vervanging ervan" De hervorming kan tot gevolg hebben dat bedrijven en zelfstandigen hun pensioenplan afbouwen.