Noem Jan L'Hoëst (54) en het bedrijf dat hij leidt niet langer zomaar IJsboerke. Na de overname van Artic/Frisa spreken we van de gedelegeerd bestuurder van de Belgian Icecream Group. Die naam dekt, ook na de recente overname van de Luikse concurrent Mio, volgens L'Hoëst beter de lading van de ijsproducent die eigendom is van de Nationale Portefeuillemaatschappij (NPM) van Albert Frère. De merknaam IJsboerke wordt wel behouden. "Zoals InBev nog steeds de merken Jupiler en Stella Artois gebruikt", legt L'Hoëst uit.
...

Noem Jan L'Hoëst (54) en het bedrijf dat hij leidt niet langer zomaar IJsboerke. Na de overname van Artic/Frisa spreken we van de gedelegeerd bestuurder van de Belgian Icecream Group. Die naam dekt, ook na de recente overname van de Luikse concurrent Mio, volgens L'Hoëst beter de lading van de ijsproducent die eigendom is van de Nationale Portefeuillemaatschappij (NPM) van Albert Frère. De merknaam IJsboerke wordt wel behouden. "Zoals InBev nog steeds de merken Jupiler en Stella Artois gebruikt", legt L'Hoëst uit. Niet toevallig haalt hij dit voorbeeld aan. Hij was jarenlang corporate IT director bij InBev. L'Hoëst startte zijn carrière nochtans op achttienjarige leeftijd als belastingcontroleur. Niet omdat het zijn grote droom was, wel omdat hij dringend aan het werk moest om vrouw en kind te onderhouden. In avondschool behaalde L'Hoëst een diploma handels- en financiële wetenschappen. Daarmee kon hij aan de slag bij de Amerikaanse bank JP Morgan, alvorens zich bij InBev te voegen om de verschillende IT-afdelingen te harmoniseren. Een taak waar zijn voorganger niet in slaagde en die was niet van de poes volgens Beni Roos, die personeelsdirecteur was bij Interbrew. "L'Hoëst is de perfecte man om in moeilijke tijden aan boord te hebben", vindt Roos. "Hij kan goed om met tegenstand, want niet iedereen was enthousiast over de veranderingen die hij moest doorvoeren." Zelf omschrijft L'Hoëst zich als "een rechtvaardige, maar harde zakenman die alles doet om een goed resultaat te behalen, al betekent dat beslissingen nemen die je weinig populair maken". De reorganisatie van IJsboerke en de uitdunning van het management die daarbij hoorde, toen de firma in 2000 virtueel failliet was, is daar een voorbeeld van. "Maar", voegt Roos eraan toe, "je kan doden als een beul of op een sympathieke manier. In L'Hoësts afdeling was er nooit rumoer." Het vertrek van L'Hoëst bij InBev is naar Roos' mening te wijten aan het feit dat er remmen werden gezet waardoor hij zijn doel niet kon bereiken. Dat kon de man maar moeilijk verkroppen. Na zijn overstap naar NPM werd L'Hoëst in 1999 algemeen directeur van IJsboerke. Ook daar merkte onder meer Nicole Houbrechts, gewestelijk secretaris van de Centrale Voeding, Horeca en Diensten van ABVV, dat hij nog steeds zijn doelen strak stelt en nastreeft. Dat maakt het soms moeilijk voor werknemers en vakbonden, omdat de eisen van L'Hoëst niet mis zijn. "Het is meer een baas dan een coach, want als iemand afwijkt van de lijn die hij uitstippelt, wordt het heel moeilijk om zijn afgemeten doel te bereiken", zegt Houbrechts. Collega Dirk Verhaegen van ACV Voeding en Diensten vult aan: "De cultuur waarin de patron het alleen voor het zeggen heeft, heerst inderdaad nog een beetje. Het sociaal overleg wordt er nu wel serieus genomen." Dat L'Hoëst het er op zakelijk vlak goed van afbracht, geeft ook Roger Janssens toe. De zoon van IJsboerkestichter Staf Janssens maakte het de nieuwe gedelegeerd bestuurder nochtans niet makkelijk. Door een jarenlange broedertwist kwam IJsboerke de afgelopen jaren regelmatig negatief in het nieuws. Aanleiding voor de wrevel was de hoge prijs die Achilles Janssens kreeg van NPM voor de aandelen, ook de aandelen die hij drie jaar eerder voor een lagere prijs van Roger had overgenomen. Bovendien eiste Roger zelfs even dat de overname ongedaan gemaakt zou worden. "De last die ik van de twist ondervond, beperkte zich ertoe dat we telkens als het proces vorderde, werden gevraagd naar informatie die nog steeds in de fabriek in Tielen opgeslagen was", relativeert L'Hoëst. Een mankement dat L'Hoëst binnenkort parten zal spelen, is het feit dat hij geen voeling heeft met ijs en de Belgische ijssector. Zo zegt Roger Janssens. "Dat hij zich voor de productie moet laten leiden door anderen, is niet positief." Houbrechts nuanceert: "Het is niet omdat L'Hoëst zelf geen frisco's kan maken dat hij de producten niet kent. Hij let eerder op de rendementen, dus kent hij perfect alle grondstoffenprijzen." Enkele concurrenten noemen L'Hoëst toch soms de eeuwige afwezige, maar dat weerlegt Chris Moris van Fevia. "De eigenzinnige L'Hoëst is erg kritisch en veeleisend voor de federatie. Zo heb ik mijn leden graag." Ook de voorzitter van de Belgische groepering van de roomijsindustrie, Wilfried Blontrock, gaat ervan uit dat L'Hoëst de sector ondertussen kent. Dat maken de gekozen overnames volgens hem duidelijk. L'Hoëst startte inderdaad zelf de gesprekken met Artic/Frisa in de zomer van 2006. Werd het contract tussen pot en pint getekend of toch bij een coupe de glace? "Ik bestel zelden desserts. Of ik daarom beter in de biersector was gebleven? Geen commentaar", lacht de fan van voetbalploeg Standard, die vroeger hoopte zijn carrière op zijn vijftigste af te ronden om zich voltijds voor goede doelen in te zetten. "Dat blijft een droom, maar zoals je ziet, ben ik nog aan het werk. Dat blijf ik zolang ik me amuseer." Sjoukje Smedts