De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. et ontwerp van programmawet dat op dit ogenblik in het parlement wordt voorbereid, voorziet voor de eigen woning in een maatregel die op principieel vlak vrij revolutionair is. Voor de zal in de toekomst nooit nog personenbelasting verschuldigd zijn. Het kadastraal inkomen van de eigen woning zal immers volledig worden vrijgesteld. Het effect van die maatregel moet wel onmiddellijk worden genuanceerd. Eén: voor de meeste mensen heeft hij geen belang, aangezien het kadastraal inkomen van hun eigen woning nu al volledig van belasting is vrijgesteld. En twee: de vrijstelling van het kadastraal inkomen doet geen afbreuk aan het feit dat de onroerende voorheffing nog altijd verschuldigd zal zijn. VOORHEFFING. Om een en ander naar waarde te kunnen schatten, moet u weten dat de inkomsten van onroerende goederen (huizen, appartementen enzovoort) aan twee soorten belastingen zijn onderworpen. Enerzijds is er de inkomstenbelasting, anderzijds de onroerende voorheffing. Die twee vallen hoegenaamd niet samen. Bij de beroepsinkomsten en de daarop ingehouden bedrijfsvoorheffing is dat helemaal anders. Hier vervult de voorheffing effectief haar rol van voorheffing. De bedrijfsvoorheffing vormt een vooruitbetaling van de personenbelasting die op de beroepsinkomsten zal zijn verschuldigd. De bedrijfsvoorheffing is dan ook volledig verrekenbaar met de uiteindelijk verschuldigde personenbelasting. En als er te veel is ingehouden, zal het overschot worden terugbetaald. Bij de onroerende voorheffing is dat niet het geval. Zij wordt niet beschouwd als een vooruitbetaling van de inkomstenbelasting die op de onroerende inkomsten is verschuldigd. Dat komt omdat de onroerende voorheffing een belasting is die niet toekomt aan de federale overheid, maar wel aan de gewestelijke, provinciale en gemeentelijke overheden. Het leeuwendeel van de onroerende voorheffing vloeit naar de gemeente, een kleiner gedeelte naar de provincie en een nog kleiner gedeelte naar het gewest; maar geen eurocent gaat naar de federale overheid. Het gevolg is dat de federale overheid ook niet bereid is om de onroerende voorheffing te beschouwen als een vooruitbetaling van de personenbelasting die aan de federale overheid toekomt. De onroerende voorheffing is dan ook in principe al verschillende jaren niet (langer) verrekenbaar met de uiteindelijk verschuldigde inkomstenbelasting. EIGEN. Op deze uitsluiting bestaat tot nog toe slechts één uitzondering. Die heeft te maken met de eigen woning van de belastingplichtige. Voor de eigen woning is de onroerende voorheffing nog wel verrekenbaar. Maar die verrekenbaarheid is niet volledig. De onroerende voorheffing voor de eigen woning kan alleen worden verrekend als zij niet hoger is dan 12,5 % van het kadastraal inkomen van de woning. Voor een eigen woning met een kadastraal inkomen van bijvoorbeeld 2000 euro kan dus ten hoogste 250 euro onroerende voorheffing worden verrekend met de uiteindelijk verschuldigde personenbelasting. Dat is een peulschil. De onroerende voorheffing is immers doorgaans veel hoger dan 12,5 % van het kadastraal inkomen. Dertig of veertig procent is geen uitzondering. In de nieuwe regeling, die met ingang van het aanslagjaar 2006 (inkomsten van 2005) van toepassing wordt, wordt de draad volledig doorgeknipt. De onroerende voorheffing zal in geen geval nog verrekenbaar zijn. Ook niet voor de eigen woning. STIJGING. De maatregel past in de voortschrijdende tendens om de federale belastingen los te koppelen van de belastingen die een gewestelijke bevoegdheid zijn, en aan de lokale overheden toekomen. In ieder geval stijgt daardoor (opnieuw) de belastingdruk op onroerend goed. Weliswaar gaat de maatregel gepaard met een volledige vrijstelling van de (federale) personenbelasting op het kadastraal inkomen van de eigen woning. Maar zoals gezegd, vinden slechts weinigen daar baat bij. Het kadastraal inkomen is ook nu al in de meeste gevallen vrijgesteld van personenbelasting. Het belastbaar inkomen van de eigen woning wordt in de bestaande regeling immers verminderd met de zogenaamde woningaftrek. Die is weliswaar geplafonneerd. Maar dit plafond is zo hoog dat alleen op zeer grote eigen woningen nog een restant aan personenbelasting te betalen is. INWERKINGTREDING. De afschaffing van de verrekening van de onroerende voorheffing wordt niet bruusk ingevoerd. Zij geldt in principe vanaf het aanslagjaar 2006 (inkomsten van 2005). Maar als u voor de eigen woning nog een lening hebt lopen, blijft alles voorlopig bij het oude. Dat blijft zo tot die lening is afbetaald. Tot zolang blijft u dus ook recht hebben op de verrekening van de onroerende voorheffing. De nieuwe regeling geldt bijgevolg slechts onmiddellijk voor eigenaars van een eigen woning die geen lening meer hebben lopen. En ook voor wie na 1 januari 2005 eigenaar wordt van zijn eigen woning. Jan Van DyckDe federale overheid wil geen gewestelijke belasting meer verrekenen.