Ontstaat er in 2003 een Europese managementstijl naast de Amerikaanse en de Japanse? Brengt de vrijheid van het personenverkeer mee dat Europese ondernemingen bewust gaan headhunten buiten hun grenzen?
...

Ontstaat er in 2003 een Europese managementstijl naast de Amerikaanse en de Japanse? Brengt de vrijheid van het personenverkeer mee dat Europese ondernemingen bewust gaan headhunten buiten hun grenzen? Dat het kan, bewijst Picanol. De West-Vlamingen exporteren 95% van hun weefgetouwen, en Azië wordt de groeimarkt. Aan het hoofd van Picanol staat na de familiale fase een internationale Vlaming en geen bekwame Indiër of Chinees. België is trouwens een raar geval. Het heeft de Europese hoofdstad. Het heeft de meest onderdanige verhouding met de Europese Unie. Het heeft een regering die over de hoofden van de makke burgers heen elke Europese uitbreiding, ingreep of reglementering slikt. En datzelfde land weigert een niet-Belg aan het hoofd van Belgacom, de nationale kampioen van de telecom. Volgens de reglementen móét de vervanger van wijlen John Goossens een landgenoot zijn. Het is hetzelfde als een Amerikaanse multinational die voor de wissel van zijn chief executive officer (CEO) alleen mag of wil aanwerven in de staat Minnesota. Hoever staan de Europese bedrijven met de internationalisering van hun leiding en raad van bestuur? Minder ver dan de retoriek over de Europese ruimte doet vermoeden. Ondanks de gênante houding van de Belgen over Belgacom, presteren wij niet slecht als paradijs van euromanagers. Wij exporteren onze managers: Luc Vandevelde was voorzitter van Marks & Spencer, Frank Meysman dirigeert Douwe Egberts Sara Lee, Dirk Goeminne is de baas van het Nederlandse Hema, Hugo Levecke leidt ABN Amro Lease (de moeder van Leaseplan), Patrick de Maeneire is CEO van Barry Callebaut en werkt in Zürich, Hendrik Verfaillie is hoofd van Monsanto, Michel-Marc Delcommune is chief financial officer van de Hongaarse energiegroep Mol enzovoort. En België importeert ook managers: Peter Davies en Rob Kuijpers bestieren SN Air Brussels, Ajit Shetty stuwt Janssen Pharmaceutica, de Antwerpse chemie heeft een crèmelaag van Herr Doktors, de Waalse staalindustrie kende haar Franse PDG's. Kweekvijver is opgedroogdDe uitstoot van Belgen die euromanager worden, soms tegen heug en meug, gaat in 2003 wellicht verder. Executive searchers zien daar twee grote redenen voor. Ten eerste: het akelige ondernemersklimaat in België. Ten tweede, en belangrijker nog: het ontbreken van internationale Belgische ondernemingen. Onder de Generale Maatschappij van België zaliger kon een talentvolle jonge Belg een mooi eerste deel van zijn loopbaan optekenen bij een buitenlandse dochter van een GMB-filiaal. Na de buitenlandse jaren stonden de secretaresse en het hoekkantoor klaar bij het moederhuis of een verwante onderneming. Congo was een kweekbed voor internationaal en avontuurlijk ingestelde ondernemers en kaderleden. De cirkel was rond: Belg bleef Belgische manager. Het opslokken en denationaliseren van onder andere Petrofina, GB-Inno-BM, BBL, Generale Bank, Tractebel door sluwe kapers, knipt die carrièrecirkel door. François Cornelis van Petrofina draagt bij Total gouden handboeien. Een jonge Belg met buitenlandse ambitie vertrekt nu rechtstreeks, vaak via de plaatselijke afdeling van een multinational, naar den vreemde en komt minder en minder terug. Op tien jaar tijd is er weinig veranderd in de Europese Unie, ondanks de eenheidsmarkt en zijn stimulans van fusies en overnames. Tien jaar geleden begonnen de B-scholen van het Oude Continent te spitten naar een eigen Europese managementstijl en manager. Of dat meer was dan een marketinghandigheidje om zich te onderscheiden van Harvard Business School, is een evidente vraag. Sybren Tijmstra en Kenneth Casler van het Parijse EAP geloofden in 1992 in een eigen continentaal managementtype. Het Amerikaanse model focust op financiën en marketing, het Japanse op gelijkheid en just in time, het Europese op zachtere talenten zoals people skills. De culturele subsystemen in de Europese Unie zijn echter taai, en belemmeren de vrije loop van de vaardigheden. Zonder in karikaturen te vervallen blijft het een feit dat Franse managers denken vanuit de hoogte. Ze vechten voor de mooiste parkeerplek bij de ingang van hun kantoor, een plaats die logischerwijze toekomt aan de beste klant. Een Duitser in Midden-Europa stapt rond met een historische bagage van veroveraar en plunderaar. België is een gelukkig land: het betekent niets op de Europese kaart, en mag zich dus beroemen op de eigenschap een productieband voor euromanagers te zijn.Frans Crols [{ssquf}]De auteur is redactiedirecteur van Trends.(2003)Europeaanse managers slagen er beter in om een gemeenschappelijke visie en samenwerking in te bouwen in een grensoverschrijdende associatie.