Aan de vooravond van de nationale feestdag richten de Vlaamse werkgevers (Voka, Unizo en VKW) een commissie op om de regionalisering van de vennootschapsbelasting voor te bereiden. Vlaanderen beschikt namelijk over onvoldoende hefbomen om zijn concurrentiepositie te verbeteren.
...

Aan de vooravond van de nationale feestdag richten de Vlaamse werkgevers (Voka, Unizo en VKW) een commissie op om de regionalisering van de vennootschapsbelasting voor te bereiden. Vlaanderen beschikt namelijk over onvoldoende hefbomen om zijn concurrentiepositie te verbeteren. Wat fiscale procedures betreft, is de regio met handen en voeten gebonden aan de federale overheid. In plaats van een vaag Businessplan te lanceren, zou de Vlaamse regering beter ijveren voor meer fiscale autonomie om een volwaardig economisch beleid te kunnen voeren. Spanje geeft het voorbeeld door Catalonië en het Baskenland meer zelfbestuur te geven. In ons land raakt dit maatschappelijke debat - gestigmatiseerd door het Vlaams Belang - maar niet uit de startblokken. Vlamingen zijn bang voor hun eigen schaduw. Toch geniet Vlaanderen al enig zelfbeschikkingsrecht op het vlak van erfenis-, schenkings- en verkooprechten. Stapsgewijs verlaagt de regio haar tarieven. Met succes. Die maatregelen leveren de schatkist zelfs geld op. Tussen 2002 en 2005 stegen de totale opbrengsten van 1,6 tot 2,3 miljard euro (zie tabel: Wat brengen Vlaamse gewestbelastingen op?). "Binnen de bestaande bevoegdheden zijn er echter nog tal van verbeteringen mogelijk," zegt notaris Karel Tobback, voorzitter van de Federatie van Vrije Beroepen. "In de eerste plaats zit het systeem veel te ingewikkeld in elkaar. Dat bevordert fraude. Administratieve vereenvoudiging is noodzakelijk. Ten tweede moet de fiscale druk omlaag om de vermogensoverdracht tussen oud en jong te vergemakkelijken. Zo stimuleer je de economie, want de jeugd is actiever met (on)roerende goederen. Bovendien kan je de erfenisrechten, die steeds later geïnd worden als gevolg van de vergrijzing, beter vervangen door lagere maar vroegere schenkingsrechten. Die verschuiving zal de schatkist weinig of niets kosten. Als de regering geen rekening wil houden met de zogenaamde terugverdieneffecten, kunnen de maatregelen gefinancierd worden door bepaalde vrijstellingen, die nu hun doel missen door de complexiteit van de maatregel af te schaffen."Op 1 januari 1997 verlaagde Vlaanderen het tarief voor erfenisrechten in rechte lijn en tussen echtgenoten naar respectievelijk 3 % (tot 50.000 euro), 9 % (tussen 50.000 euro en 250.000 euro) en 27 % (meer dan 250.000 euro). Sinds vijf jaar zijn deze aanslagvoeten ook van toepassing op samenwonenden. Begin juli keurde het Vlaams Parlement de vrijstelling van erfenisrechten op de gezinswoning voor de langstlevende partner goed. Tobback: "Het doorsneegezin zal daardoor niet veel successierechten meer betalen. Dat past in de politiek van de regering om ervoor te zorgen dat elke gepensioneerde als appeltje voor de dorst over een eigen woning blijft beschikken.""Maar dat is niet voldoende," zegt advocaat Anton van Zantbeek (Greenille), specialist in vermogensplanning. "De maatregel zou uitgebreid moeten worden naar alle roerende en onroerende goederen. De echtgenoten hebben samen hun vermogen opgebouwd. Bij het overlijden van een van de partners hoeven daar toch geen belastingen op geheven te worden?"Daarnaast pleit Tobback - tevens vriend en sparringpartner van de Vlaamse milieuminister Kris Peeters (CD&V) - voor de afschaffing van de onfatsoenlijk hoge erfenisrechten van meer dan 50 %. "Niemand zou gedwongen mogen worden meer dan de helft van zijn vermogen aan de staat af te staan. Dat is geen belasting meer, maar een onteigening. Vaak gaat het over mensen die geen afstammelingen hebben en door het plotse overlijden van hun partner niet aan enige planning hebben kunnen doen."Sinds 1 januari 2004 zijn de schenkingsrechten op geregistreerde giften van roerende goederen aan kinderen, kleinkinderen, de echtgenoot of de samenwonende partner in Vlaanderen teruggebracht tot 3 %. Voor schenkingen aan andere begunstigden geldt een aanslagvoet van 7 %. Met deze verlaging van het tarief, die vroeger progressief opliep tot 80 %, wil de Vlaamse regering het 'slapende kapitaal' activeren. Als grootouders en ouders spaarcenten schenken aan (klein)kinderen, kunnen die dat geld gebruiken om een huis te kopen of in een onderneming in te brengen. De tariefverlaging blijkt een schot in de roos te zijn. In twee jaar tijd stegen de opbrengsten uit schenkingsrechten van 41 miljoen euro in 2003 naar 184 miljoen euro in 2005. Tobback: "Belastingplichtigen maken creatief gebruik van deze maatregel om erfenisrechten te vermijden. Wel sloot de Vlaamse minister van Financiën, Dirk Van Mechelen (VLD), het achterpoortje van de schenking onder opschortende voorwaarde van overlijden."Toch laat de Vlaamse overheid kansen liggen. Zo liggen de schenkingsrechten op onroerende goederen in rechte lijn nog altijd absurd hoog. Via patrimoniumvennootschappen kunnen de fiscale heffingen omzeild worden. Uit de praktijk blijkt dat bijna niemand meer dan 7 % wil betalen. Aangezien het huidige tarief toch een pak hoger ligt, wordt voor belastingvrije alternatieven gekozen. De inkomsten zijn dus nihil. Tobback: "Als je de aanslagvoet naar 3 % verlaagt, zullen de inkomsten ook substantieel toenemen, net zoals bij de schenkingsrechten op roerende goederen. Bovendien is het niet slecht dat onroerend goed sneller overgedragen wordt aan een volgende generatie. Het is economisch niet interessant te veel kapitaal bij de niet-actieve bevolking te laten, zeker niet nu de mensen steeds langer leven."Bovendien zou deze maatregel volgens Tobback de kredietwaardigheid van de volgende generaties verbeteren, omdat onroerend bezit het belangrijkste onderpand blijft van de banken. "Meer vastgoed naar de jeugd verhoogt namelijk de investeringscapaciteit van de opvolgingen. Bovendien zal dat leiden tot meer economische activiteit. De jongere generatie zal sneller investeringen doen in dit vastgoed (verbouwingen, opfrissing), die vooral de lokale economie steunt. Vastgoed kan je immers niet verplaatsen."Voorts gebeuren er bijna geen schenkingen van onroerende goederen in zijlijn als gevolg van de torenhoge tarieven. Nochtans is daar grote nood aan. Denk maar aan de nieuw samengestelde gezinnen, die niet kunnen genieten van de voordelen van het huwelijkscontract. Tobback: "Met een totaal onrealistisch belastingtarief van 30 tot 80 % dwingt de overheid de burgers tot een belastingontduiking of -ontwijking. Zo maken heel wat partijen gebruik van een vermomde schenking, waarbij een schenking wordt voorgesteld als een verkoop. Ook hier kunnen realistische en dus veel lagere tarieven alleen maar zorgen voor meer inkomsten voor de Vlaamse overheid, omdat ze nu toch bijna geen inkomsten uit de transacties haalt. Een tarief dat gelijke tred houdt met het verkooprecht - bijvoorbeeld 10 % - lijkt nuttiger."Op 1 januari 2002 verlaagde Vlaanderen de verkooprechten voor woningen of bouwgrond van 12,5 % naar 10 %. Ook zakte het tarief voor een bescheiden huis of appartement van 6 % naar 5 %. Tegelijk voerde de regering een vrijstelling voor de eerste schijf van 12.500 euro in (abattement) en mogen de al betaalde verkooprechten afgetrokken worden van de belastingen op de aankoop van een volgende woning of bouwgrond (meeneemrecht). Ondanks deze belastingverlaging daalden de fiscale inkomsten uit verkooprechten niet. De ontvangsten stegen integendeel van 921,17 miljoen euro in 2002 naar 1348,22 miljoen euro in 2005. Toch zet de complexiteit een domper op het succes van de maatregel. Tobback: "Aan het abattement en het meeneemrecht zijn een rits voorwaarden gekoppeld, die een negatief effect hebben op de economie in het algemeen en de vastgoedsector in het bijzonder. Het kenmerk van een goede belasting is het KISS-principe: keep it simple, stupid. Nu raakt de belastingbetaler er niet wijs uit. Zelfs notarissen en ambtenaren zien soms het bos door de bomen niet meer. Intussen betalen professionele handelaars in vastgoed maar 5 % bij verkoop. Voor speculanten is het dus goedkoper dan voor particulieren. Dat is toch eigenaardig." Daarom pleit Tobback voor een vereenvoudiging: "Verhoog het maximumbedrag van het abattement én schaf het meeneemrecht - inclusief het verminderde tarief voor professionals - af. Die maatregel zal heel wat tijd en energie besparen, zonder dat de schatkist daar verlies door lijdt. Zo stimuleer je de verwerving van een woning. Bovendien kan je het abattement laten toenemen naargelang het aantal kinderen ten laste om grote gezinnen te ondersteunen."Ook dringt Tobback aan op een verlaging van de verkooprechten bij een gedwongen verkoop, zoals bij faillissementen en echtscheidingen. Tobback: "Dit is een belasting op miserie. Bovendien verliezen de slachtoffers - inclusief schuldeisers - geld. Nu krijgen ze gemiddeld 90 % van de marktprijs, vanwege de urgentie van de operatie. Bovendien maakt de complexiteit van de huidige wetgeving de berekening van de kosten tijdens het bieden zo ondoorzichtig, dat je de beslagrechten maar beter kunt afschaffen of beperken tot maximaal 1 %. Dat kost de schatkist nog geen 2 % van de totale inkomsten uit de verkooprechten, of naar schatting 2 miljoen euro. Bovendien kan de staat rekenen op terugverdieneffecten, omdat ze vaak zelf schuldeiser is. Ook verhoogt de algemene kredietwaardigheid. Als gevolg van deze maatregel verliezen de eigendommen geen waarde bij een gedwongen verkoop. Dat vertaalt zich in lagere rentevoeten bij leningen van 100 %, wat op zijn beurt de economie stimuleert. Maar je mag vooral het sociale element niet vergeten. Mensen raken iets makkelijker uit hun schuldenput."Daarnaast bevoordeelt het huidige belastingregime het platteland. Zo liggen procentueel gezien de meeste huizen met een klein beschrijf in de buitengebieden. In de praktijk zijn die oude boerderijen echter al lang verbouwd tot prachtige villa's. Maar de regering voert een beleid om de bevolking opnieuw naar de steden te lokken. Denk aan de talrijke bouw- en renovatiepremies. Tobback: "De afschaffing van het klein beschrijf, zoals in Brussel, zou een enorme vereenvoudiging betekenen. De voorwaarden voor en de controle op het verlaagde tarief zijn namelijk zo complex - zeker in combinatie met het abattement en het meeneemrecht - dat zowel de belastingbetaler als de overheid weinig baat bij dit regime hebben. Met de opbrengsten uit deze maatregel zou de Vlaamse overheid enkele nuttige maatregelen kunnen financieren om de fiscale druk op het vastgoed in het algemeen te verlichten. Hierdoor zal een economische dynamiek ontstaan die iedereen ten goede komt."Ondanks de vrijstelling van de registratierechten op kapitaalverhogingen in vennootschappen begin dit jaar moeten er nog altijd regionale verkooprechten van 10 % betaald worden op de inbreng van woningen door een natuurlijke persoon. Tobback: "Maar dat is een zuivere pestbelasting, die indruist tegen de filosofie van de regering om de financiële fundamenten van het bedrijfsleven te versterken. Denk bijvoorbeeld aan de invoering van de notionele interestaftrek. Zo versterkt ook de inbreng van vastgoed het vermogen en de kredietwaardigheid van de onderneming en zou fiscaal dus niet gestraft mogen worden. Afschaffen dus!"Ten slotte blijven de fiscale procedure en de administratie een federale bevoegdheid. De top van de administratie vreest namelijk zijn postjes te verliezen bij een eventuele regionalisering. Tobback: "Het gevolg is dat het betrokken overheidsdepartement leegbloedt. De ambtenaren zitten tussen hamer en aambeeld. Ze vertonen een schrijnend gebrek aan ambitie of vernieuwingsdrang. Hier zou Vlaamse zelfstandigheid voor de noodzakelijke dynamiek en efficiëntie kunnen zorgen. Maar geen enkele volksvertegenwoordiger denkt aan deze oplossing. Volgens de politiek is deze materie geregionaliseerd. Maar dat is een vergissing."Eric Pompen