Wat doen de grote Belgische bedrijven met en op het Internet ? Trends heeft het ze gevraagd, door middel van een bescheiden enquête bij een aantal op de beurs genoteerde ondernemingen. De meeste van die bedrijven blijken de stap op het Net al te hebben gezet.
...

Wat doen de grote Belgische bedrijven met en op het Internet ? Trends heeft het ze gevraagd, door middel van een bescheiden enquête bij een aantal op de beurs genoteerde ondernemingen. De meeste van die bedrijven blijken de stap op het Net al te hebben gezet.Veel grote bedrijven hebben belangstelling voor het Internet en wagen er zich voorzichtig aan. Maar ze beschouwen het nog niet als een strategisch instrument. Dat is het besluit dat men kan trekken uit een peiling die Trends heeft uitgevoerd bij een aantal op de beurs genoteerde bedrijven. Van de ongeveer vijftig vragenlijsten die we eind 1996 verstuurden, kregen we er twintig terug. De antwoorden kwamen onder meer van bedrijven als Petrofina, GIB, Solvay, de Generale Bank en Bekaert. Onze bedoeling ? Meer informatie krijgen over de penetratie van Internet (en Intranet) bij de grote ondernemingen. Om allerlei redenen is de Internet-technologie zowel in België als elders eerst door kleine organisaties toegepast. Wij wilden graag weten hoe het er bij de grote ondernemingen aan toe gaat. Let wel, deze peiling levert een aantal inzichten op, maar is uiteraard te beperkt om "wetenschappelijke" waarde te hebben. GOEDE START.De eerste duidelijke vaststelling is de belangstelling van de bedrijven voor Internet. Van de twintig bedrijven die hebben geantwoord, beschikken veertien, dus 70 %, over een site op het World Wide Web. De "veteraan" is Bekaert, dat in 1994 van start is gegaan via zijn filiaal Delaware Computing verkoopt Bekaert ook al Internet/Intranet-gebaseerde software. Het laatste bedrijf dat bij het afsluiten van de peiling de stap naar het Internet had gezet, was Cockerill Sambre, dat op 18 november 1996 zijn site opstartte. De meeste bedrijven die nog niet op Internet aanwezig zijn, verklaren dat ze een site bestuderen of voorbereiden. Dat geldt onder meer voor Quick en Colruyt. De belangstelling lijkt het geringst bij de holdings. Albert Frère hoeft geen Internet. GBL vindt het voorlopig verloren moeite. Bij Almanij, de holding die de Kredietbank onderdak biedt, denkt men er net zo over. De grote uitzondering is de Generale Maatschappij van België, die een vrij goed uitgebouwde site heeft. Maar haar moederholding, Suez, heeft nog niet in dit domein geïnvesteerd. DECENTRALISATIE.Een tweede opvallend punt : het initiatief komt meestal niet van de dienst informatica of van de algemene directie. Bij de bedrijven die verklaren dat ze een Internet-site hebben, is die in driekwart van de gevallen opgestart door de afdeling communicatie. Slechts bij drie firma's heeft de dienst informatica een rol gespeeld.Een bewijs te meer van de verzwakking van deze diensten ? Niet echt. Voorlopig beschouwt men het Internet slechts als een bijkomende manier om bestaande documenten te verspreiden. Het is nog geen strategische toepassing. Alle bedrijven die op de enquête hebben geantwoord, zeggen dat hun Website verscheidene dagen zou kunnen uitvallen zonder een invloed te hebben op hun omzet. Dat terwijl de informatica-afdelingen zich meestal richten op operatieve taken : het beheer van de productie, de bestellingen, de voorraden, de leveringen..., allemaal opdrachten die permanent moeten worden vervuld.Het Internet (en het Intranet) wordt pas de verantwoordelijkheid van de informatica-afdeling als de algemene directie het vraagt. Bij slechts één van de bedrijven uit onze enquête is dat het geval : Axa, dat een Internet-site voor de groep heeft gelanceerd. UITBESTEDING ALS REGEL.Dat verklaart derde vaststelling waarom de Internet-site meestal buiten het bedrijf is gevestigd (tien van de veertien sites), zelfs bij organisaties met een omvangrijke informatica-afdeling ( BBL, Generale Bank). Ook het ontwerp en de ontwikkeling gebeuren meestal in onderaanneming door een externe leverancier. Deze laatste komt slechts zelden uit de wereld van de informaticaservice. Het gaat meestal om één van de vele kleine bedrijfjes die in de multimediasector zijn ontstaan ( Net. it. be, Ex Machina, DAD, E-Com, Switch On...). Dat uitbesteden heeft nog andere voordelen. Grote bedrijven worden uiteraard in de watten gelegd door de nieuwe kmo's van de Internetbranche. Ze zijn zelfs tot grote inspanningen bereid om een prestigieuze referentie te kunnen voorleggen. De ontwikkeling verloopt sneller en de bedrijfjes gaan soms erg ver in de toepassing van de allernieuwste software die het uitzicht van de site verfraait. Zeven van de veertien ondervraagde bedrijven met een eigen Website maken gebruik van de Javataal (1) of van Javascript, twee vrij nieuwe technieken.De situatie zal ongetwijfeld veranderen wanneer deze technologie zich op de elektronische handel zal richten. Men zal dan van "kritieke" toepassingen spreken en de dienst informatica zal een grotere rol toebedeeld krijgen. Maar voorlopig is daar nog geen sprake van. Geen enkel ondervraagd bedrijf verkoopt iets via het Internet. Alleen de Generale Bank zegt dat ze er belangstelling voor heeft, op voorwaarde dat de veiligheid van de transacties kan worden verzekerd.Interessant detail : de toegang tot het Internet voor de eigen werknemers. Geen enkel bedrijf zegt dat het al zijn personeelsleden toegang geeft. Het gebruik van het Net blijft een faciliteit die op beperkte schaal wordt verspreid, soms tegen betaling van een gebruiksrecht door de afdeling die erom vraagt.VAAG PUBLIEK.Vierde vaststelling : de bedrijven weten niet duidelijk welk publiek hun site aantrekt. De opgegeven cijfers zijn zo variabel en vertrekken van zo'n uiteenlopende begrippen ("hits", bezoekers...) dat men ze onmogelijk met elkaar kan vergelijken. "Wij hebben geen maatstaf om het resultaat te beoordelen," geeft men bij GIB Group eerlijk toe hun site krijgt 3000 hits (2) per week. Die onzekerheid blijkt ook uit de keuze van het publiek waarop wordt gemikt. Sommige ondernemingen (BBL, Generale Bank, Solvay, Axa, Fortis) richten zich vooral op hun klanten, andere willen hun aandeelhouders bereiken ( CBR, UCB), weer andere gaan naar het grote publiek toe ( Petrofina, GIB Group). Meestal is men tevreden over het resultaat, zonder echt te kunnen zeggen of men wel degelijk de bezoekers krijgt die men wil aantrekken. Eén van de problemen bestaat erin de site de nodige bekendheid te geven. Veel ondernemingen weten niet goed hoe ze dat moeten aanpakken. Meestal sturen ze een persbericht naar de kranten en hopen ze dat de informatie zal worden overgenomen. Sommige bedrijven, zoals de Generale Maatschappij van België, blijven in de beginfase liever discreet, tot de kinderziekten achter de rug zijn. CBR heeft de origineelste tactiek gekozen, door op zijn Website een... bezoek aan het Hortahuis op te nemen (het heeft meegewerkt aan de renovatie). Dit is ongetwijfeld de eerste keer in België dat een bedrijf zijn mecenaat op het Internet in het zonnetje zet.Veel ondernemingen vinden het nog te vroeg om besluiten te trekken. "Het is een begin," zegt Bernadette Hislaire, corporate image manager bij Solvay, dat zijn webstek in oktober 1996 lanceerde. "Maar er komt schot in de zaak. We krijgen vragen per e-mail, vooral over de producten." Dat laatste is interessant voor de commerciëlen, die merken dat je via Internet zonder grote promotiekosten prospects kan aantrekken. En het verklaart waarom Solvay van plan is zijn productinformatie uit te breiden (1). Dit is een aspect dat snel evolueert. Bekaert, dat sinds 1994 op het Internet aanwezig is, heeft een lengte voorsprong in de toepassing van de technologie, die het nu gebruikt voor zijn contacten met de leveranciers : die laatsten kunnen hun offertes via het Internet insturen (1). Dat is echter een uitzondering. In regel verschilt de inhoud van de sites weinig. Het gaat bijna altijd om de reproductie van documenten die al door het bedrijf zijn verspreid, zelden om echte Internet-documenten. De grote meerderheid (elf antwoorden op veertien sites) publiceert haar jaarverslag op de site, soms in een vereenvoudigde vorm (Solvay). Andere veel voorkomende items zijn productbeschrijvingen en persberichten. Soms vindt men ook werkaanbiedingen, zoals bij de BBL. Petrofina heeft een "milieurubriek". De Generale Maatschappij van België helpt de surfers door koppelingen naar andere sites aan te bieden.Afgezien van CBR, met zijn bezoek aan het Hortahuis, streeft geen enkel bedrijf echt naar originaliteit. Verzachtende omstandigheid : ze vertrekken vaak met erg beperkte middelen, en de taalproblemen maken één en ander er niet eenvoudiger op. In veel gevallen worden twee of zelfs drie talen gebruikt. Zo biedt de Generale Maatschappij van België bijna 1000 pagina's aan, want ze publiceert haar 323 pagina's informatie in drie talen : Nederlands, Engels en Frans (zie ook Trends, 30 januari 1997). INTRANETS OP KOMST.Slechts drie bedrijven beschikken over een Intranet, maar bijna alle andere zeggen dat ze er een voorbereiden of bestuderen (met uitzondering van GBL, Almanij en UCB). Verscheidene ondernemingen die nog geen Intranet hebben, wijzen erop dat ze reeds over een tamelijk krachtig systeem voor elektronische post beschikken, de voorloper van een informaticasnelweg binnen het bedrijf (Petrofina, Fortis).Dit alles valt op twee manieren te interpreteren. Het glas is halfleeg : de meeste grote bedrijven houden zich op de vlakte. Of uiteraard halfvol : ondanks alles worden er grote inspanningen geleverd, in een land dat geen koploper is op het vlak van de nieuwe communicatiemiddelen. En dat misschien 60.000 of 70.000 Internet-gebruikers telt, vergeleken met 4 miljoen telefoonabonnees. Wij kiezen voor de tweede optie. In een halfvol glas zit altijd meer.ROBERT VAN APELDOORN (1) Meer hierover op respectievelijk blz. 24 (Java), blz. 42 (Solvay) en blz. 45 (Bekaert) van de speciale "Intranet"-bijlage bij deze Trends. (2) Een "hit" duidt niet op een bezoeker, maar op een bestand dat wordt geraadpleegd. Een Webpagina kan verscheidene bestanden bevatten. Meestal gaat men ervan uit dat 10 hits overeenkomen met 1 bezoeker wat zou betekenen dat GIB 300 bezoekers per week ontvangt. Die berekening wordt echter betwist, omdat de sites steeds meer afbeeldingen en teksten bevatten en dus ook meer hits krijgen. PETROFINA De Website plaatst het merk Fina in de kijker.