Weinig bedrijven spreken zo tot de verbeelding als de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), die twee eeuwen lang het monopolie had over de handel van Nederland met het Verre Oosten. De cijfers zijn indrukwekkend. Tussen 1602 en 1795 verscheepte de VOC bijna een miljoen mensen naar Azië op zowat 5000 schepen. In de talloze kantoren, pakhuizen en scheepswerven verspreid over Nederland werkten 3000 mensen. In Azië halfweg de achttiende de eeuw nog eens 25.000 mensen.
...

Weinig bedrijven spreken zo tot de verbeelding als de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), die twee eeuwen lang het monopolie had over de handel van Nederland met het Verre Oosten. De cijfers zijn indrukwekkend. Tussen 1602 en 1795 verscheepte de VOC bijna een miljoen mensen naar Azië op zowat 5000 schepen. In de talloze kantoren, pakhuizen en scheepswerven verspreid over Nederland werkten 3000 mensen. In Azië halfweg de achttiende de eeuw nog eens 25.000 mensen. Economen fascineert vooral de financiële innovatie bij de 'eerste multinational uit de geschiedenis'. De VOC was het eerste bedrijf waarvan de aandelen vrij verhandelbaar waren. De beurs van Amsterdam floreerde en de basis was gelegd voor wat vandaag een van de voornaamste financieringsbronnen is. Maar alle financiële spitstechnologie ten spijt blijft de VOC vooral ook een kind van zijn tijd. Of zou de belegger vandaag tevreden zijn met een eerste dividend in peper en foelie? In de geschiedenis van de VOC is de invloed van de Belgen prominent aanwezig. De meest tot de verbeelding sprekende figuur is Isaac le Maire, in de beginjaren de grootste aandeelhouder en bestuurder. Later werd hij tot ontslag gedwongen en verloor hij zijn fortuin aan de speculatie tegen het aandeel. Le Maire mag zich daardoor wel de uitvinder van het shorten noemen en grondlegger van verschillende technieken om een aandelenkoers te manipuleren. Het is dit soort verhalen in de marge die een geschiedenisboek doorgaans interessant maken. Helaas zitten er in Het Grote VOC Boek niet zo gek veel anekdotes. Dat is niet zo verbazend, gezien het opzet van het boek. De aanleiding voor de samenstelling is de digitalisering van het gigantische VOC-archief. Die schat aan informatie is nu vrij toegankelijk, waar u zich ook bevindt. Maar het boek dient dus vooral de rijkdom van het archief te tonen en blijft daarom eerder een droog, feitelijk relaas dan een goed historisch verhaal. In 2002 vierden de Nederlanders de 400ste verjaardag van de VOC, een gelegenheid waarbij het bedrijf vooral bewondering oogstte. In de inleiding op dit boek schrijft algemeen rijksarchivaris Marens Engelhard dat er vandaag meer discussie is, en dat er tegenover het succes ook veel geweld, gruwelijkheden en onderdrukking stonden. Dit boek blijft niet blind voor die duistere kant van het VOC-verleden, maar behandelt het thema wel braaf en in bedekte termen. Het is natuurlijk uitgegeven in opdracht van de overheid. Het kan dus niet de bedoeling zijn grote controverse uit te lokken. De Nederlanders kunnen zich ook verschuilen achter het feit dat de VOC een bedrijf was, net zoals veel Belgen graag inroepen dat Congo privébezit was van koning Leopold II. Het Grote VOC Boek springt vooral in het oog door zijn rijke illustraties. Het mikt met veel kaderstukken, fictieve dagboekfragmenten en verhalen over de eerste olifant en neushoorn in Nederland duidelijk op een breed publiek. Net daarom bestaat de kans dat u wat op uw honger blijft zitten. Gerrit Knaap, Het Grote VOC Boek, W Books, 2017, 208 blz., 29,95 euro JASPER VEKEMAN