De nieuwe informatieverplichting voor beursgenoteerde bedrijven zorgt ervoor dat alle beleggers op een gelijke manier worden behandeld.
...

De nieuwe informatieverplichting voor beursgenoteerde bedrijven zorgt ervoor dat alle beleggers op een gelijke manier worden behandeld.Alle beleggers die zich in identieke omstandigheden bevinden, moeten op dezelfde manier worden behandeld en geïnformeerd over het doen en laten van beursgenoteerde ondernemingen. Met dit objectief voor ogen werd de financiële berichtgeving van beursgenoteerde ondernemingen sedert 1990 aanzienlijk uitgebreid. Vooral de Koninklijke Besluiten van 3 juli 1996 over respectievelijk de occasionele en periodieke informatieverspreiding herschreven de informatieverplichting voor beursgenoteerde bedrijven. Eén loket.De twee KB's zijn sinds 1 augustus 1996 van kracht en heffen het Koninklijk Besluit van 18 september 1990 op. Terwijl vroeger de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ( CBF) in principe alleen toezicht kon uitoefenen op zowel de occasionele en periodieke informatie, wordt sedert 1 augustus deze bevoegdheid verdeeld over twee controle-instanties. Het toezicht op de occasionele informatie behoort exclusief toe aan het directiecomité van de Beurs, terwijl het toezicht op de periodieke informatie exclusief toebehoort aan de CBF. Er is geen dubbele controle meer, en dus moet één informatieverstrekking ook maar bij één loket worden aangemeld : het directiecomité van de Beurs of de CBF. Occasionele informatie.Daarnaast valt alle informatie nu onder één specifieke categorie : occasioneel of periodiek. De occasionele informatie omvat alle mogelijke feiten of beslissingen waarvan de beursgenoteerde onderneming op de hoogte is en die bij de publicatie ervan de koers van de financiële instrumenten gevoelig zou kunnen beïnvloeden. Het vroegere onderscheid tussen gevoelige en bijzonder gevoelige informatie bestaat niet langer. De aankondiging van resultaten of verwachte resultaten, of de aankondiging van het bedrag van dividenduitkering, of elke wijziging van de rechten verbonden aan de verschillende soorten aandelen wordt vermoed koersgevoelige informatie te zijn. Het is dus de emittent die zijn verantwoordelijkheid moet opnemen en uiteindelijk zelf moet uitmaken of de informatie koersgevoelig is. Occasionele informatie moet volledig, nauwkeurig en duidelijk zijn om een zo groot mogelijke transparantie naar de markt toe te vrijwaren. Alle feiten die een invloed op de koers kunnen hebben, moeten worden medegedeeld, en dit met zoveel mogelijk cijfermatige toelichtingen. Periodieke informatie.De periodieke informatie omvat de al dan niet geconsolideerde jaarrekening, het jaarverslag van de raad van bestuur, het door de commissaris-revisor opgestelde controleverslag en het halfjaarlijks verslag, alsmede de door de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen voorgeschreven bijzondere verslagen. Zo moeten vennootschappen die van plan zijn hun oprichtingsakte of hun statuten te wijzigen een ontwerp hiervan alsmede de desbetreffende verslagen aan de CBF overmaken. Dat moet gebeuren op het ogenblik dat de algemene vergadering die zich over de voorgestelde wijziging moet uitspreken, wordt bijeengeroepen.Controle "a posteriori".Sedert 1 augustus 1996 mogen beursgenoteerde vennootschappen hun occasionele en periodieke informatie bekendmaken, zonder dit voorafgaandelijk mee te delen aan het directiecomité van de Beurs (voor occasionele informatie) of de CBF (voor periodieke informatie). Dat betekent dat pas na de bekendmaking de controle-instanties toezicht zullen kunnen uitoefenen op de kwaliteit en de juistheid van de informatie. De onderneming wordt meer geresponsabiliseerd door deze werkwijze. Het is de onderneming zelf die de verantwoordelijkheid draagt om juiste, correcte en volledige informatie te verschaffen. Er is dus geen voorafgaande tussenkomst meer van de beursdirectie of de CBF. Indien naderhand zou blijken dat de informatie gebrekkig is, zal de betrokken onderneming in de toekomst, opnieuw zoals onder de vroegere wetgeving, aan een controle "a priori" worden onderworpen.Bekendmakingsregels.De nieuwe Koninklijke Besluiten hebben in tegenstelling tot vroeger een duidelijke planning uitgewerkt. De occasionele informatie mag alleen nog na de openingsuren van de beurs worden verspreid door bekendmaking in kranten, mededeling via persagentschappen en elektronische transmissiesystemen. Slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen mag een beursgenoteerd bedrijf informatie lossen tijdens de beursuren. Dit kan het geval zijn als het nieuws niet langer binnenskamers kan blijven, als de informatie al in de markt zit, of als er een andere beurs mee gemoeid is. In zulke gevallen moet de beurs ten minste dertig minuten voor de verspreiding van het bericht worden geïnformeerd, zodat de nodige beschermingsmaatregelen kunnen worden genomen (bijvoorbeeld tijdelijke schorsing). Bedoeling is dat iedere belegger gelijktijdig wordt geïnformeerd en dat er geen tweede Quick-incident plaatsheeft. Toen Quick op 11 juli 1996 zijn voorlopige halfjaaromzet onder embargo vrij gaf aan journalisten en beursanalisten, werd het principe van gelijke behandeling van de beleggers met de voeten getreden. Quick had meegedeeld dat de vooropgestelde omzet niet zou worden gehaald door onder meer de dollekoeienziekte. Een aantal makelaars bleek deze bevoorrechte informatie te hebben aangewend voor het actief verkopen van Quick-aandelen, om grotere verliezen te vermijden. Om het misbruik van deze bevoorrechte informatie te voorkomen, is sinds 1 augustus 1996 het embargosysteem nog alleen toegelaten voor een beperkt aantal journalisten, en dit op voorwaarde dat het directiecomité van de Beurs perfect wordt ingelicht welke journalisten de bevoorrechte informatie zullen ontvangen. De journalisten kunnen de informatie dan verwerken in hun artikels zodat iedereen voor de opening van de volgende beurszitting over deze informatie kan beschikken. De bedrijven die van het embargosysteem gebruik wensen te maken, doen dit wel op eigen verantwoordelijkheid. Ten slotte moet de periodieke informatie uiterlijk aan de CBF worden verstrekt op het ogenblik dat deze onder het publiek wordt verspreid of van de houders van financiële instrumenten ter beschikking wordt gesteld. Jean-Paul Timmermans Caty Grijseels Jean-Paul Timmermans en Caty Grijseels zijn juridische raadgevers bij Price Waterhouse.