Er bestaat een enorme verscheidenheid aan officiële en niet-officiële eretekens. Officiële onderscheidingen worden in België toegekend op voorstel van de minister, bekrachtigd door de koning en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. In werkelijkheid krijgt de gelauwerde alleen maar een getuigschrift; als hij het ereteken ook werkelijk wil dragen, moet hij dat zelf bestellen en betalen. De reglementen verschillen van land tot land. In Frankrijk bijvoorbeeld worden de medailles effectief uitgereikt, maar bij het overlijden van de gelauwerde moet de onderscheiding aan de staat worden teruggegeven. Met niet-officiële onderscheidingen (medailles, insignes, trofeeën en gegraveerde borden, bekers en dozen) gaat het meestal heel anders.
...

Er bestaat een enorme verscheidenheid aan officiële en niet-officiële eretekens. Officiële onderscheidingen worden in België toegekend op voorstel van de minister, bekrachtigd door de koning en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. In werkelijkheid krijgt de gelauwerde alleen maar een getuigschrift; als hij het ereteken ook werkelijk wil dragen, moet hij dat zelf bestellen en betalen. De reglementen verschillen van land tot land. In Frankrijk bijvoorbeeld worden de medailles effectief uitgereikt, maar bij het overlijden van de gelauwerde moet de onderscheiding aan de staat worden teruggegeven. Met niet-officiële onderscheidingen (medailles, insignes, trofeeën en gegraveerde borden, bekers en dozen) gaat het meestal heel anders.André Charles Borné, die in 1985 een dik boek publiceerde met de titel 'Eretekens in België', onderscheidt in de loop der tijden vier categorieën van eretekens. Om te beginnen zijn er de beloningen, die al zolang bestaan als mensen in gemeenschap leven. In de oudheid kende men versierselen en blijken van eerbetoon zoals lauwerkransen in Athene, muurkronen in Rome, openbare huldigingen, triomftochten en dies meer. In de Middeleeuwen verschenen de religieuze en militaire orden, de ridderorde, de orde van verdienste en andere meer fantasierijke onderscheidingen. In de zestiende eeuw ten slotte ontstonden de decoraties.De oudste onderscheidingen uit deze opsomming zijn veelal verdwenen, maar de decoraties en de orden van verdienste (kettingen, grootlinten, plaketten, kruisen of sterren) hebben zich gehandhaafd tot op onze dagen. Verder bestaat er een hele reeks voorwerpen om verdiensten of heldendaden te belonen.In Belgiëzijn er nog maar drie echte medailleurs, zo vernemen we van Jean Leysen, zaakvoerder van P. De Greef. Twee daarvan maken decoraties, waarvan er per jaar zowat 50.000 worden uitgereikt. Groei zit er niet meer in die markt, gezien de mentaliteitsverandering en de evolutie van de werkgelegenheid.De Greef is de laatste fabrikant die nog decoraties maakt met vuurlak, zoals bijvoorbeeld de Kroonorde en de Leopoldsorde. De eerste decoraties van de Leopoldsorde werden in 1832 vervaardigd door de juwelier Gustave Wolfers. Later kwamen de medailleurs, die matrijzen en gespecialiseerd gereedschap ontwierpen voor de aanmaak van decoraties.De traditie wordt in leven gehouden door een handvol ambachtslui (waarvan twaalf bij De Greef) die nog beschikken over de vakkennis om deze symbolen te vervaardigen. Daarvoor zijn verschillende talenten nodig: zij bewerken zowel goud, zilver en messing als marmer, hout, kristal, email enzovoort. Slaan, polijsten, stempelen, graveren, snijden, zandstralen, vergulden, emailleren,...: het zijn allemaal technieken die deel uitmaken van het vak.De firma P. De Greef, gevestigd in de Brusselse Zuidstraat, produceert twintig- tot dertigduizend medailles en decoraties per jaar. De huidige winkel, waar op de bovenste verdieping het graveerwerk wordt gedaan, bevindt zich naast het oorspronkelijke Huis De Greef en dateert van 1956. Het interieur ademt respect voor de traditie. Het atelier op de Kolenmarkt werd in gebruik genomen in 1942, en er wordt nu nog altijd gewerkt zoals destijds.Huis De Greef werd tot het eind van de jaren tachtig geleid door de familie, vier generaties lang. Paul De Greef was graveerder op het ogenblik van de oprichting in 1890. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Marcel en zijn kleinzoon Paul. Na de dood van Paul in 1988 zette diens enige dochter Dominique het bedrijf voort, maar in 1991 droeg ze het over aan Jean Leysen. De omzet bedroeg toen 18,5 miljoen frank; nu is dat 42 miljoen.Jean Leysenmaakt een duidelijk onderscheid tussen decoraties en medailles. Tot de eerste soort behoren de eretekens van de arbeid, de Leopoldsorden, de militaire onderscheidingen, enzovoort; de tweede categorie omvat onder meer de medailles voor de sport en het bedrijfsleven. Decoraties kan men dragen op de kleding, terwijl medailles meestal thuis tentoongesteld worden.Het aantal eretekens van de arbeid vertoont een dalende lijn. Daar zijn diverse verklaringen voor: vervroegd pensioen, werkloosheid, gebrek aan belangstelling,... Het aantal nationale decoraties blijft stabiel, evenals de decoraties in het leger. Echt mooie sportmedailles zijn er in België niet veel meer, met uitzondering van de exemplaren die gemaakt worden voor de Memorial Ivo Van Damme en de golftoernooien. In de bedrijfsmedailles ziet Jean Leysen nog wel enig potentieel, op voorwaarde dat ze een meer eigentijds design krijgen.Het leger, de staat (anciënniteitsdecoraties voor ambtenaren) en de bedrijfssector vormen het leeuwendeel van de cliënteel bij De Greef. Ook de koning, verschillende ministers en hoge magistraten behoren tot de klanten.Inzake decoraties zijn de massief zilveren grootlinten van de nationale orden de kostbaarste stukken (40.000 fr.). De kleine lintjes die op de revers bevestigd worden, zijn het goedkoopst (50 fr.). De prijzen voor trofeeën gaan van 400 frank voor een klein bordje tot 100.000 frank voor een massief zilveren schaal.Medailles en decoraties maakt men bij De Greef helemaal zelf; alleen de moiré linten komen uit Frankrijk. Deze productie is goed voor 75 procent van de totale omzet. De overige 25 procent komt uit een activiteit waarin het bedrijf de jongste vijf jaar stevig investeert: het vervaardigen van alle soorten trofeeën, ook in nieuwe materialen zoals plexiglas.Lange tijdwaren medailles gedoemd om in een lade te blijven liggen tussen allerlei rommel. De Greef doet er alles aan om te verhinderen dat de traditie in onbruik zou raken, door de presentatie te moderniseren. Zo worden medailles bijvoorbeeld verwerkt in een presse-papier, smaakvol ingelijst om aan de muur te hangen of voorzien van een luxueus etui.Gelukkig heeft De Greef nog wel wat 'ouderwetse' spullen in voorraad. Liefhebbers en verzamelaars moeten beslist eens een kijkje gaan nemen: voor zeer redelijke prijzen zijn er heel wat medailles te vinden die de eer en de glorie uitstralen van vervlogen decennia.P. De Greef, Zuidstraat 112 in 1000 Brussel; tel. (02) 511.75.18, fax (02) 514.59.90, e-mail dgmed@skynet.beSERGE VANMAERCKE