Heeft het onderscheid arbeiders-bedienden nog zin?

Neen. België is samen met Griekenland de enige EU-lidstaat waar er nog een onderscheid bestaat tussen arbeiders (die vooral handenarbeid verrichten) en bedienden (die vooral intellectuele arbeid verrichten). Een onderscheid dat in een postindus-triële samenleving compleet achterhaald is en op de werkvloer absurde problemen veroorzaakt zoals een ploegbaas die bediende is terwijl zijn medewerkers als arbeiders ingeschreven staan.
...

Neen. België is samen met Griekenland de enige EU-lidstaat waar er nog een onderscheid bestaat tussen arbeiders (die vooral handenarbeid verrichten) en bedienden (die vooral intellectuele arbeid verrichten). Een onderscheid dat in een postindus-triële samenleving compleet achterhaald is en op de werkvloer absurde problemen veroorzaakt zoals een ploegbaas die bediende is terwijl zijn medewerkers als arbeiders ingeschreven staan. De voorbije decennia is geprobeerd om de statuten naar elkaar toe te laten groeien. Tevergeefs. Werkgroepen binnen de Nationale Arbeidsraad en (zij het omfloerste) veroordelingen van het Arbitragehof in 1993 en 2001 hebben de situatie niet kunnen wijzigen. Het meest heikele thema blijft de ontslagregeling. De opzegtermijnen van een arbeider met minder dan vijf maanden dienst bedraagt 35 dagen, voor een bediende met dezelfde anciënniteit is dat drie maanden. Vakbonden willen de opzegtermijnen voor arbeiders optrekken, werkgevers willen die voor bedienden afbouwen. Maar er zijn nog andere verschillen. Bij arbeiders wordt het loon meestal meer dan een keer per maand uitbetaald, bij bedienden gebeurt dit op maandbasis. De proefperiode van een arbeider is maximum twee weken, bij bedienden kan dat oplopen tot een jaar. Tijdelijke werkloosheid is dan weer enkel mogelijk voor arbeiders. Ook de berekening van het vakantiegeld is verschillend bij arbeiders en bedienden. Tijdens het interprofessioneel overleg eind vorig jaar kwamen de vakbonden en werkgevers stilzwijgend overeen om het statuut arbeiders-bedienden in 2009 aan te pakken. Maar na Nieuwjaar werd al snel duidelijk dat vooral de vakbonden hiermee geen haast wilden maken. De sociale partners werken nu wel aan een oplossing voor de tijdelijke werkloosheid voor bedienden. Ze beseffen stilaan ook dat ze er alle belang bij hebben een kader te scheppen om zo de twee statuten naar elkaar te laten toe groeien. De sociale partners willen vermijden dat de regering het laken naar zich toe trekt. Het ACV lanceerde een tussenoplossing die in de ogen van veel experts een interessante vertrekbasis is. Zo wil het een ontslagregeling met een maand opzeg per begonnen dienstjaar en drie maanden als minimum. Ook met tijdelijke werkloosheid heeft het ACV geen probleem, zij het onder strenge voorwaarden. Arbeidsmarktexperts pleiten ervoor om snel tot een oplossing te komen voor een aantal minder complexe dossiers zoals tijdelijke werkloosheid en gevoelige thema's zoals de opzegtermijnen in een later stadium te regelen. Volgens arbeidsmarktspecialist Luc Sels (KULeuven) hoeft een verlenging van de opzegtermijnen geen probleem te zijn als daar andere flexibiliseringsinstrumenten tegenover staan zoals de annualisering van de arbeidstijd en versoepeling van de regels voor uitzendarbeid. Alle sociale partners hebben hun eigen agenda. Zo hebben de steeds machtiger wordende bediendecentrales altijd op de rem gestaan bij de discussies over een uitbreiding van tijdelijke werkloosheid. Daarmee hebben ze ook aangetoond hoe invloedrijk ze zijn. Andere reden voor de terughoudendheid is dat een eenheidsstatuut werkgevers en vakbonden ertoe zal verplichten hun structuren aan te passen. De twee grote vakbonden zijn opgebouwd op basis van de sectoren, maar tellen daarnaast bediendebonden en arbeiderscentrales. Bovendien zijn arbeiders minder beschermd en dat vertaalt zich bij hen in een hogere syndicalisatiegraad. (T)Door Alain Mouton