Door de variaties te analyseren in het DNA van de verschillende bevolkingsgroepen die vandaag leven, hopen wetenschappers het mysterie van het ontstaan van de mens te ontrafelen. Nu al suggereren minuscule genetische verschillen tussen autochtone volkeren dat er 100.000 jaar geleden grote groepen anatomisch moderne mensen zijn weggetrokken uit Afrika. In die kleine genetische verschillen ligt de sleutel tot ons verleden. Die kennis van het verleden, die vastligt in onze genen, dreigt echter verloren te gaan. Stammen en etnische groepen die vroeger geïsoleerd leefden, worden immers opgenomen in een wereldwijde maatschappij van migraties en verstedelijking.
...

Door de variaties te analyseren in het DNA van de verschillende bevolkingsgroepen die vandaag leven, hopen wetenschappers het mysterie van het ontstaan van de mens te ontrafelen. Nu al suggereren minuscule genetische verschillen tussen autochtone volkeren dat er 100.000 jaar geleden grote groepen anatomisch moderne mensen zijn weggetrokken uit Afrika. In die kleine genetische verschillen ligt de sleutel tot ons verleden. Die kennis van het verleden, die vastligt in onze genen, dreigt echter verloren te gaan. Stammen en etnische groepen die vroeger geïsoleerd leefden, worden immers opgenomen in een wereldwijde maatschappij van migraties en verstedelijking. De mens sterft uitOp basis van het aantal talen, bestaan er tussen de 5000 en de 8000 autochtone volkeren, die werden gekenmerkt door een eeuwenlange genetische isolatie en inteelt. Genetici zagen al lang geleden in dat de menselijke verscheidenheid afneemt door migraties, gemengde huwelijken en volkerenmoorden. Die achteruitgang kunnen ze niet tegengaan. Wel kunnen ze de nog bestaande verscheidenheid instandhouden door stukjes weefsel te verzamelen van zoveel mogelijk verschillende autochtone volkeren. De bedoeling is een databank aan te leggen als een soort moleculair museum waarin de menselijke verscheidenheid bij het begin van de 21ste eeuw in kaart wordt gebracht.In 2002 zullen de eerste stukjes weefsel uit de databank worden gebruikt. De studie van het menselijk DNA om de oorsprong van de mens te achterhalen, is al ver gevorderd. Svante Paabo, een Zweeds DNA-onderzoeker, verricht baanbrekend werk met zijn team aan het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in het Duitse Leipzig. Naast het ontwarren van genetische verschillen tussen menselijke bevolkingsgroepen, zal het team ook de verschillen bestuderen tussen het DNA van de mens en dat van de chimpansee, onze meest directe nog levende voorouder. Want hoewel men weet dat het verschil minder dan 2% bedraagt, weet men nog niet waarin dat verschil precies schuilt. Wanneer wetenschappers dit kunnen achterhalen, kunnen ze misschien ook een antwoord geven op de vraag hoe en waarom zo'n 2 miljoen jaar geleden de eerste mensen zijn ontstaan uit de primaten. Genetisch onderzoek heeft aangetoond dat autochtone bevolkingsgroepen uit Azië, Europa en Noord- en Zuid-Amerika genetisch gezien veel minder verschillen dan groepen die momenteel in Afrika leven. Dit wijst erop dat er relatief weinig mensen _ misschien zelfs niet meer dan een paar duizend _ uit Afrika zijn weggetrokken om de wereld te bevolken, en zo een genetische 'bottleneck' hebben gecreëerd die ook vandaag nog in het DNA van alle niet-Afrikanen blijft voortbestaan.Ook andere onderzoeken naar de genetische verschillen tussen autochtone bevolkingsgroepen leveren verrassende resultaten op. Mark Stoneking bestudeert in Thailand stammen om te zien of hij verschillen kan ontdekken in de prehistorische verplaatsingen van mannen en vrouwen. Zijn resultaten tonen onverwacht dat het de vrouwen zijn die gewoonlijk verder weg trokken dan de mannen. Uit een studie van twee Thaise stammen met een verschillende sociale achtergrond _ één patrilokale stam, waar de mannen in hun geboortedorp bleven wonen en één matrilokale stam, waar de vrouwen niet verhuisden _ haalde Stoneking het eerste bewijs om zijn stelling te onderbouwen. Bij mannen in de patrilokale stammen is er een duidelijk grotere variatie in de Y-chromosomen dan bij mannen in matrilokale stammen. Die verscheidenheid neemt toe met de tijd omdat in de dorpen waar de mannen niet verhuizen, de Y-chromosomen genetisch afgezonderd raken van andere groepen. Bij de zeldzamere matrilokale stammen is er een grotere verscheidenheid in het mitrochondische DNA dat via de moeder wordt geërfd. Jammer genoeg zal de snelheid waarmee dit werk in 2002 zal vorderen geen gelijke tred kunnen houden met de snelheid waarmee de menselijke verscheidenheid voorgoed verloren gaat.Steve ConnorDe auteur is wetenschapsjournalist voor The Independent.[2002]De menselijke verscheidenheid neemt af door migraties, gemengde huwelijken en volkerenmoorden.