De regering ruimt de laatste obstakels weg om de Belgische aftrek van 'definitief belaste inkomsten' (DBI-aftrek) volledig in overeenstemming te brengen met de Europese moeder-dochterrichtlijn. Eind goed, al goed. Alleen kan men zich afvragen waarom dat twintig jaar heeft moeten duren.
...

De regering ruimt de laatste obstakels weg om de Belgische aftrek van 'definitief belaste inkomsten' (DBI-aftrek) volledig in overeenstemming te brengen met de Europese moeder-dochterrichtlijn. Eind goed, al goed. Alleen kan men zich afvragen waarom dat twintig jaar heeft moeten duren. De Europese moeder-dochterrichtlijn wil dat dividenden zonder bijkomende belasting kunnen doorstromen naar de moedervennootschap. Dividenden worden normaal gezien belast bij de vennootschap die ze toekent. Als ze bovendien ook nog eens bij de ontvangende (moeder)vennootschap worden belast, is er sprake van economische dubbele belasting. De Europese moeder-dochterrichtlijn wil dat niet. Een van de methoden waarin de richtlijn voorziet om dit doel te bereiken, bestaat erin dat de lidstaat van de moedervennootschap de ontvangen dividenden vrijstelt van belasting. België kent al sinds jaar en dag een systeem waarbij dividenden bij de ontvangende (moeder)vennootschap vrijgesteld worden van belasting. Dat stelsel heet de 'aftrek van definitief belaste inkomsten' (DBI-aftrek). Het laat toe de ontvangen dividenden uit het fiscaal resultaat te verwijderen. Zo worden zij niet nog eens (bij de ontvangende vennootschap) belast. Deze DBI-aftrek is aan tal van voorwaarden en beperkingen onderworpen. Twintig jaar geleden, bij de invoering van de moeder-dochterrichtlijn, werd gewaarschuwd dat de Belgische regeling op deze manier voor problemen zou zorgen. Verschillende van die voorwaarden en beperkingen zouden niet de toets met de Europese moeder-dochterrichtlijn kunnen doorstaan. Maar de regering deed alsof haar neus bloedde. Nu, twintig jaar later, weten we dat ze dat beter niet had gedaan. Van de Belgische DBI-aftrek is inmiddels op verschillende punten komen vast te staan dat hij wel degelijk strijdig was met de Europese moeder-dochterrichtlijn. De belangrijkste strijdigheid betreft het lot van de DBI-overschotten. In de Belgische regeling konden de ontvangen dividenden slechts van het fiscaal resultaat afgetrokken worden, in de mate dat er een positief fiscaal resultaat bestond. Stel dat het fiscaal resultaat 40 bedraagt, terwijl er 100 in principe aftrekbare dividenden ontvangen zijn: de DBI-aftrek was dan beperkt tot 40. Het DBI-overschot van 60 ging onherroepelijk verloren. Al jaren geleden werd opgemerkt dat de dividenden waarvan de aftrek op deze manier verloren gaat, in hoofde van de ontvangende moedervennootschap onrechtstreeks toch aan belasting onderworpen worden. En dat de enige oplossing erin bestaat, te aanvaarden dat dergelijke DBI-overschotten - net als verliezen - overdraagbaar zijn naar de volgende belastbare tijdperken. Het Europese Hof van Justitie heeft die knoop een tijdje geleden definitief doorgehakt: om in overeenstemming te zijn met de moeder-dochterrichtlijn moeten DBI-overschotten overdraagbaar zijn in de tijd. De Belgische fiscus heeft zich daar inmiddels bij neergelegd. De wetgeving is ook al aangepast. De Belgische DBI-aftrek was nog op andere punten bekritiseerbaar. Zo mag de DBI-aftrek niet worden toegepast op het fiscaal resultaat dat bestaat uit het verwerpen van sommige beroepskosten (bijvoorbeeld het niet-aftrekbare gedeelte van autokosten). Van die aftrekbeperking is inmiddels ook komen vast te staan dat ze niet in overeenstemming is met de moeder-dochterrichtlijn. De wettekst werd daarom op dit punt al verschillende jaren geleden aangepast. Enige tijd geleden voerde de Belgische wetgever nog een bijkomende voorwaarde in voor de DBI-aftrek: die zou alleen nog gelden als de dividenden verband houden met aandelen die de aard van financiële vaste activa hebben. Van die beperking is gewaarschuwd dat zij de toets met de Europese moeder-dochterrichtlijn ook niet zou kunnen doorstaan. De Europese Commissie liet weten dat zij er ook zo over dacht. Vandaar dat België zijn wetgeving nu aanpast: de voorwaarde dat het om financiële vaste activa moet gaan, wordt vanaf 1 januari van dit jaar kort en goed geschrapt. Advocaat en hoofdredacteur van FiscoloogJAN VAN DYCKDe Europese moeder-dochterrichtlijn wil economische dubbele belasting vermijden.