In de jaren zeventig geraakte Francis Fukuyama, een Amerikaan met Japanse roots, in Parijs gefrustreerd tijdens een postgraduaat in literatuurwetenschappen bij de (naakte) keizers van het deconstructivisme Roland Barthes en Jacques Derrida. "Als je jong bent, denk je al gauw dat iets diepzinnig is omdat het ingewikkeld lijkt en je hebt nog niet het zelfvertrouwen om te zeggen dat het baarlijke onzin is," zo blikt hij terug. Aan Harvard spoelde hij zijn literaire kater door met een cursus Politieke Wetenschappen. Tijdens het bewind van Ronald Reagan en vader Bush gaf hij onder meer advies over het veiligheidsbeleid tegenover Irak, Pakistan en Afghanistan. In Europese (en ook wel in vele Amerikaanse) ogen had hij zich daarmee politiek verbrand. Toen zijn confraters op de Harvard-universiteit hem bijna weghoonden omdat hij het einde van het communisme had aangekondigd, repliceerde h...

In de jaren zeventig geraakte Francis Fukuyama, een Amerikaan met Japanse roots, in Parijs gefrustreerd tijdens een postgraduaat in literatuurwetenschappen bij de (naakte) keizers van het deconstructivisme Roland Barthes en Jacques Derrida. "Als je jong bent, denk je al gauw dat iets diepzinnig is omdat het ingewikkeld lijkt en je hebt nog niet het zelfvertrouwen om te zeggen dat het baarlijke onzin is," zo blikt hij terug. Aan Harvard spoelde hij zijn literaire kater door met een cursus Politieke Wetenschappen. Tijdens het bewind van Ronald Reagan en vader Bush gaf hij onder meer advies over het veiligheidsbeleid tegenover Irak, Pakistan en Afghanistan. In Europese (en ook wel in vele Amerikaanse) ogen had hij zich daarmee politiek verbrand. Toen zijn confraters op de Harvard-universiteit hem bijna weghoonden omdat hij het einde van het communisme had aangekondigd, repliceerde hij doodleuk dat er inderdaad nog enkele geïsoleerde plaatsen van hardnekkige aanhangers overbleven in oorden als Managua, Pjongjang of Cambridge in Massachusetts - niet toevallig de thuishaven van Harvard. De laatste mens. Maar de klap op de vuurpijl kwam er in 1989. Nog voor de val van de Berlijnse Muur kondigde hij in een essay en een lezing het einde van de geschiedenis af, een idee dat hij verder uitwerkte in het boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens. Nu het socialistische alternatief een tragische fata morgana gebleken was, bleef alleen de liberale democratie over als valabele én bij de mens passende politiek-maatschappelijke structuur. Hegel schreef het al: na de Franse Revolutie had de wereld zijn politieke basisbestel gevonden. Zelfs na 11 september 2001 was Fukuyama niet van zijn standpunt te kegelen. Hij ziet de terreur van de moslimfundamentalisten als een desperaat achterhoedegevecht van een cultuur die de confrontatie met het modernisme aangaat en mettertijd hetzelfde pad zal inslaan als het Westen. Luttele maanden later komt hij echter zelf aandraven met een ander levensgroot vraagteken: de geschiedenis bereikt haar einde niet zolang de wetenschap niet tot een eindpunt gekomen is. Op de drempel van de biotechnologische revolutie is dat nog lang niet het geval.De nieuwe mens. De vraag luidt zelfs of de huidige mens de biotechnologische revolutie zal overleven. Moet hij plaats ruimen voor De nieuwe mens, meteen ook de titel van Fukuyama's nieuwe boek? Eerst verkent de auteur de wetenschappelijke mogelijkheden. In de loop van de volgende twee generaties kunnen zich drie scenario's ontvouwen. Een eerste spruit voort uit nieuwe geneesmiddelen. Op basis van vorderingen in de neurofarmacologie ontdekken psychologen dat de persoonlijkheid verrassend kneedbaar is. Vergeet Freud, zijn gebeuzel werkt nauwelijks, medicijnen als Prozac en Ritalin hebben nu al een meetbaar effect op het gevoel van eigenwaarde en het concentratievermogen. Binnenkort heeft niemand meer een excuus om depressief of ongelukkig te zijn. Het tweede scenario gaat uit van het stamcelonderzoek. "Als je een nieuw hart of een nieuwe lever nodig hebt, laat je er eentje groeien in de borstkas van een varken of een koe. De hersenbeschadiging die wordt veroorzaakt door alzheimer of door een beroerte, kan worden gerepareerd."In het derde scenario laten de rijken het embryo nakijken voor het wordt geïmplementeerd. Je kan intelligentie, uiterlijk en zelfs seksuele voorkeur programmeren. "In toenemende mate kun je de sociale achtergrond van jonge mensen aflezen aan hun uiterlijk en hun intelligentie. Als mensen niet beantwoorden aan de sociale verwachtingen, zullen ze eerder de genetische keuzes van hun ouders de schuld geven dan zichzelf."Na de verkenning gaat Fukuyama het debat aan of we de biotechnologische revolutie zomaar op ons moeten laten afstormen of de deur nu dichtsmakken. De auteur heeft geen pasklare antwoorden, maar hamert erop dat we de biotechnologie niet a priori kunnen verketteren. We mogen ze echter ook niet overlaten aan winstgeile bedrijven, manipulerende dictators en asociale individuen. Wat dan wel? "We moeten de staatsmacht gebruiken om de biotechnologie aan regels te binden. En als dit de macht van afzonderlijke nationale staten te boven gaat, moet het op internationale basis geregeld worden."De verdienste van het boek schuilt vooral in het openen van het debat. Dat blijkt vandaag overigens vaak al voldoende voor het uitlokken van controverse. Door het debat te blokkeren en zich te koesteren in politieke correctheid, verdoem je de biotechnologie echter tot de Frankenstein-sfeer, waarin ze alleen ten goede zal komen aan goed ingelichte en vooral rijke burgers. Zo krijg je pas een gevaarlijke, duale maatschappij. Luc De Decker [{ssquf}]Francis Fukuyama, De nieuwe mens - Onze wereld na de biotechnologische revolutie. Contact, 320 blz., 31,90 euro.Door het debat te blokkeren en zich te koesteren in politieke correctheid, verdoem je de biotechnologie tot de Frankenstein-sfeer, waarin ze alleen ten goede zal komen aan rijke burgers.