Eén decennium leek het erop dat de esoterische discussies over eilanden, atollen en zandbanken in de Chinese Zee weer waren waar ze thuishoorden: in academische seminaries en juristenconclaven. Maar in 2010 stonden die wateren plots weer in het middelpunt van de belangstelling. China hield er vlootoefeningen, de Verenigde Staten stuurden het vliegdekschip George Washington. En de VS en China, samen met een aantal andere Zuidoost-Aziatische kuststaten, kibbelden over de zee. In 2011 loopt die woordenwisseling op.
...

Eén decennium leek het erop dat de esoterische discussies over eilanden, atollen en zandbanken in de Chinese Zee weer waren waar ze thuishoorden: in academische seminaries en juristenconclaven. Maar in 2010 stonden die wateren plots weer in het middelpunt van de belangstelling. China hield er vlootoefeningen, de Verenigde Staten stuurden het vliegdekschip George Washington. En de VS en China, samen met een aantal andere Zuidoost-Aziatische kuststaten, kibbelden over de zee. In 2011 loopt die woordenwisseling op. In de Zuid-Chinese Zee kruisen zich vier regionale tendenzen. De poging van de regering-Obama om Amerika's rol weer te bevestigen als macht in Azië. De toenemende assertiviteit van China als regionale mogendheid. De toenemende militaire macht die het ontwikkelt om dat streven kracht bij te zetten. En er is de vruchteloze zoektocht naar een efficiënt regionaal forum waarin geschillen besproken en opgelost kunnen worden. Voor hij Vietnam aandeed, voer de George Washington nog even voor de kust van Zuid-Korea. Daarmee leverde Amerika krachtige ondersteuning aan de bewering van Zuid-Korea dat Noord-Korea verantwoordelijk was voor het zinken van het marineschip Cheonan in maart 2010. Daardoor kwamen de VS overhoop te liggen met China, dat weigerde om zijn aloude bondgenoot met de vinger te wijzen, wat dan weer het signaal was voor wat spierballenvertoon van beide landen in de wateren voor de kust van de beide Korea's. Verontrust door China's standpunt dat het de Zuid-Chinese Zee als een van zijn wezenlijke invloedsgebieden beschouwt - op gelijke voet met Tibet en Taiwan - kwamen de VS in juli 2010 voor de dag met de uitspraak dat het ook een nationaal belang had bij de vrijheid van scheepvaart in het gebied. Dat gebeurde tijdens een van de doorgaans zoutloze vergaderingen van het ASEAN Regional Forum die in Hanoi gehouden werden. Dat zette bijna de helft van de 27 aanwezige landen aan om de Amerikaanse oproep te ondersteunen voor een nieuwe aanpak om geschillen te beslechten. Naast China en Taiwan maken ook Brunei, Maleisië, de Filipijnen en Vietnam territoriale aanspraken op delen van de zee. En ook Indonesië bezit wateren die op Chinese kaarten lijken te behoren tot het Chinese territoriale domein. Het is de aanspraak die Vietnam maakt op de Paraceleilanden, die door China bezet worden, die waarschijnlijk tot een conflict leidt. Daarom kwam de Amerikaanse knuffel aan een van China's traditionele rivalen zo provocerend over. Het wordt nog erger in 2011 als Amerika een overeenkomst kan bereiken met Vietnam over niet-militaire nucleaire samenwerking. Voor Chinese waarnemers lijkt dat sterk op de controversiële overeenkomst die de VS met India sloot en ruikt het dan ook naar een insluitingsstrategie. De Chinese maritieme invloed strekt zich niet alleen dieper uit, maar ook verder van de Chinese kusten. In 2010 nam Sri Lanka een door de Chinezen aangelegde haven in gebruik in het zuidelijk gelegen Hambantota. Intussen vorderen de werken aan de haven van Gwadar in Pakistan. En Chinese oorlogsbodems bezochten voor het eerst Myanmar. Dat alles scherpte het Indiase vermoeden dat een parelsnoerstrategie wordt gebouwd om zijn eigen maritieme ademruimte te beperken. Het is dan ook vooral als onderdeel van een bredere uitbreiding van invloedssferen dat de Zuid-Chinese Zee in het middelpunt van de belangstelling komt staan. De bezorgdheid wordt nog aangezwengeld door China's militaire modernisering met de onaangekondigde bouw van vliegdekschepen en raketten om schepen te raken. Heel wat Amerikaanse strategen blijven er nochtans van overtuigd dat de indruk dat China met bekwame spoed de technologische macht van Amerika aan het inhalen is, achterhaald wordt door de werkelijkheid. De VS zullen nog een hele tijd de dominante maritieme mogendheid in de regio blijven. Maar dat is geen garantie voor vrede. Daarvoor zijn ook regionale forums vereist die meer zijn dan praatbarakken. De Amerikaanse paraplu houdt de regio vooralsnog veilig. Maar hij zal niet eeuwig tegen de regen bestand zijn. De auteur is columnist Azië van The Economist.SIMON LONGChina heeft het wantrouwen van zijn buren uitgelokt.