Biodiesel

Bioro is de naam van de vennootschap, met Cargill als hoofdaandeelhouder (51 %). De fabriek in de Gentse haven kan een jaarproductie aan van 200.000 ton biodiesel. Het totale project vergde een investering van 100 miljoen euro. De verwerking tot biodiesel ligt in het verlengde van de bestaande activiteiten. Namelijk de opslag en raffinage van plantaardige oliën. De balans die in mei 2008 werd afgesloten, toonde een overgedragen verlies van 3,3 miljoen euro. Een omzet van 10,1 miljoen euro, en een negatieve cashflow van 1,9 miljoen euro. Toch is er beterschap op komst. Sinds 1 juni 2009, en dat voor twee jaar, moet 4 procent van de Belgische diesel komen uit hernieuwbare bronnen. "Die verplichting heeft de fabriek in Gent in zijn derde bestaansjaar eindelijk op het niveau gebracht waar ze moest zijn", zegt Van Doninck. "Voor Bioro zullen we dit boekjaar wellicht wél goede cijfers hebben."
...

Bioro is de naam van de vennootschap, met Cargill als hoofdaandeelhouder (51 %). De fabriek in de Gentse haven kan een jaarproductie aan van 200.000 ton biodiesel. Het totale project vergde een investering van 100 miljoen euro. De verwerking tot biodiesel ligt in het verlengde van de bestaande activiteiten. Namelijk de opslag en raffinage van plantaardige oliën. De balans die in mei 2008 werd afgesloten, toonde een overgedragen verlies van 3,3 miljoen euro. Een omzet van 10,1 miljoen euro, en een negatieve cashflow van 1,9 miljoen euro. Toch is er beterschap op komst. Sinds 1 juni 2009, en dat voor twee jaar, moet 4 procent van de Belgische diesel komen uit hernieuwbare bronnen. "Die verplichting heeft de fabriek in Gent in zijn derde bestaansjaar eindelijk op het niveau gebracht waar ze moest zijn", zegt Van Doninck. "Voor Bioro zullen we dit boekjaar wellicht wél goede cijfers hebben." In september 2003 kocht Cargill OCG Cacao, de op een na grootste dekchocoladefabrikant van Europa. De algemeen directeur in België, Michel Goemaere, was een van de verkopende aandeelhouders. De overgenomen onderneming werd meteen het Europese bruggenhoofd in de productie en de verkoop van industriële chocolade. De vestiging in Moeskroen kreeg sinds de overname een steeds belangrijkere rol toegespeeld. Klanten zijn de grote pralinemakers, de bakkerijindustrie, de koekjesproducenten, de roomijsindustrie. "Onze verkopers zitten zeer dicht bij de klanten", meldt Michel Goemaere. "Het zijn technische mensen en ingenieurs. We werken samen met de klanten aan de productontwikkeling. De procesverbetering." 95 procent van de orders is maatwerk. De Belgische chocolade is gegeerd. 15 procent van de productie in Moeskroen vertrekt naar de andere continenten, voornamelijk Amerika en Azië. Begin 2003 vestigde Cargill zijn hoofdkantoor voor Afrika, Europa, en het Midden-Oosten in Mechelen. Het topmanagement voor de regio was voordien versnipperd over Londen en Parijs. Mechelen ligt centraal in Europa. Vlak bij de Europese hoofdstad. Voor een groot deel op rijafstand van de belangrijkste West-Europese fabrieken. De luchthaven van Zaventem is vlakbij. Er zijn goede trein- en autowegverbindingen. "We moesten ook veel lokale mensen kunnen vinden, met een redelijke talenkennis", zegt Cis Van Doninck. "Van de 270 werknemers zijn er 200 Belgen. Het is ook niet zo moeilijk om expatriates te vinden. Antwerpen en Brussel zijn grote steden. De grote aantrekkingskracht voor de buitenlanders is de grote beschikbaarheid van internationale scholen. Zeker in Brussel." Hiermee begon het allemaal. De opslag, en in- en uitvoer van landbouwgewassen in de havens van Antwerpen en Gent. In de Gentse haven verzorgt Cargill de verwerking van diverse graansoorten tot olie, en meel voor veevoeder. In het verleden werd enkel soja verwerkt in Gent. De omschakeling naar diverse graansoorten was bittere noodzaak. En gelukkig was er ook de biodiesel. "De fabriek in Gent werd onder de loep genomen. Kon ze wel nog concurreren op wereldvlak", bedenkt Van Doninck. Vanuit Argentinië werd veel goedkoper sojameel aangeleverd. "Biodiesel is dus de redding geweest van Gent." Aan de ingang van het O&O-centrum in Vilvoorde pronken flesjes van Chimay en Heineken. Het zijn enkele klanten van de moutfabriek in Herent. Herent is dé plaats in Europa voor mout. Herent levert onderzoek voor haar klanten, brouwers in heel Europa. Bovendien ontvouwde de fabriek begin dit jaar forse uitbreidingsplannen. Bijna een verdubbeling, naar een productie van 220.000 ton mout per jaar. Het mout gaat via het kanaal van Mechelen naar Leuven en in containers naar Japan en Zuid-Afrika. "De klanten willen Belgische mout. Het heeft een bepaalde smaak. Die bevalt hen. België is dan ook het land van het bier." Cargill Oil Packers behoort tot de grootste bottelaars voor tafelolie in West-Europa. Het is een sector met kleine marges, gekoppeld aan voortdurende investeringen in een toenemende automatisering. De laatste balans, die van het boekjaar 2007-2008, toonde een bedrijfswinst. Maar ook een overgedragen verlies voor een bedrag van 11,6 miljoen euro. Want er is veel concurrentie. Cargill heeft geen eigen merk. Er is de aankoopmacht van de warenhuizen, voor wie Cargill de huismerken maakt. Toch is het voor de onderneming een zeer logische activiteit. In het verlengde van de andere activiteiten. Het onderzoeks- en ontwikkelingscentrum. Vandaag het op een na belangrijkste van de groep wereldwijd, na Minneapolis. Het belandde in 2002 in de schoot van Cargill. Samen met de overname van de zetmeel- en glucosefabrikant Cerestar. De overname breidde het takenpakket in Vilvoorde fors uit. In Vilvoorde werken 150 technologen. Een smeltkroes van zestien nationaliteiten. Twee derde van het personeel is Belg. Vilvoorde telt ettelijke laboratoria. Proefinstallaties, fabriekjes, voor de bereiding van nieuwe ingrediënten. "In samenspraak met de klant werken we aan de lokale smaken", verduidelijkt Lieve Beyen. "Knapperigheid, smaak, textuur, zijn heel lokaal. Een koekje in België is anders dan in Frankrijk. Laat staan in China." Want dat is uiteindelijk het steeds terugkerende refrein. Cargill mag dan al een voedingsreus zijn. Een eenheidssmaak bestaat er daarom niet. Het is steeds weer werken met en voor lokale klanten. Voor hun lokale gewoonten en smaken.