De aanslepende ellende in Japan en Zuidoost-Azië, de Russische crisis, het debacle van het speculatiefonds Long Term Capital Management of de beursinzinking in september: 1998 had op economisch gebied heel wat onaangename verrassingen in petto. De groei bleek ook in het Westen niet bestand tegen zoveel ontij, in zoverre zelfs dat eerst de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, tot driemaal toe haar belangrijkste rentetarief verlaagde. Begin december schoten ook de Europese centrale bankiers wakker. Intussen viel de exportgroei in België volledig stil, was het consumentenvertrouwen aangetast en zagen ook de industriëlen de toekomst steeds minder rooskleurig tegemoet. Waar moet dat allemaal eindigen in 1999?
...

De aanslepende ellende in Japan en Zuidoost-Azië, de Russische crisis, het debacle van het speculatiefonds Long Term Capital Management of de beursinzinking in september: 1998 had op economisch gebied heel wat onaangename verrassingen in petto. De groei bleek ook in het Westen niet bestand tegen zoveel ontij, in zoverre zelfs dat eerst de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, tot driemaal toe haar belangrijkste rentetarief verlaagde. Begin december schoten ook de Europese centrale bankiers wakker. Intussen viel de exportgroei in België volledig stil, was het consumentenvertrouwen aangetast en zagen ook de industriëlen de toekomst steeds minder rooskleurig tegemoet. Waar moet dat allemaal eindigen in 1999? Geert Noels, hoofdeconoom van beursvennootschap Petercam voorspelt voor de start van het nieuwe jaar weinig goeds voor de Belgische conjunctuur. Maar daarna verwacht hij wél beterschap: "Onze belangrijkste conjunctuurindicator moest de jongste weken snel terrein prijsgeven. In november gaf die al aan dat de groei was teruggevallen tot een niveau van 1,5% op jaarbasis. Het jaar sluiten we af met een groeiritme van nauwelijks 1%. Het laatste kwartaal van 1998 en het eerste van 1999 zullen dus volgens heel wat indicatoren als 'slecht' worden gecatalogiseerd. Toch verwacht ik dat de Belgische economie voor het geheel van 1999 met 2% zal groeien - een cijfer dat enkele maanden geleden nog als 'excessief pessimistisch' werd omschreven. Maar gezien de vrij slechte start houdt dit cijfer rekening met een stevig herstel in 1999. TRENDS. Wanneer mogen we dat herstel verwachten? GEERT NOELS (PETERCAM). Het keerpunt komt er niet in de eerste jaarhelft. Maar met de indicator die vandaag zes tot negen maanden vooruitkijkt, gaat het opnieuw de goede kant uit. Ik baseer me daarvoor op een analyse van een aantal sectoren die vooruitlopen op de economie. De transportsector bijvoorbeeld heeft een goede voorspellingskracht omdat in de conjunctuurschommelingen op relatief korte termijn de voorraadcyclus een belangrijke rol speelt. Bij een zeer gunstige conjunctuurverwachting worden voorraden excessief opgebouwd. Valt de groei plots terug, dan bouwen bedrijven eerst de voorraden af, waardoor we - zoals nu - te maken krijgen met een groeirecessie of een vertraging van de groei. Het huidige conjunctuurplaatje verschilt heel weinig van de groeivertraging in 1995, toen de economie ook niet verder kwam dan een groei van 1,3%. Ook de snelheid waarmee de indicatoren naar beneden tuimelen, doet denken aan 1995. Nu hebben we wél het voordeel dat de inzinking wordt gespreid over twee jaar (1998 en 1999), waardoor de vertraging bijvoorbeeld voor de begroting makkelijker te verteren valt. Hoe stevig zijn de fundamenten van het herstel?Eén van de fundamentele verschillen met bijvoorbeeld de recessie van 1982 of 1993 is dat zowel gezinnen, bedrijven als overheid vandaag financieel zeer sterk in hun schoenen staan. Die factor wordt onderschat. De gezinnen hebben er sinds 1988 nooit zo goed voorgestaan: ze hebben een lage schuldgraad en hun koopkracht is toegenomen, ondanks de gematigde reële loonontwikkeling. Bovendien is de werkgelegenheid al bij al vrij gunstig gebleven. Ook de bedrijven steken niet diep in de schulden, terwijl hun rendabiliteit is hersteld. Ze hebben in de eerste fase van het herstel na 1993 niet al te uitbundig gehandeld. Het gevolg daarvan is dat vandaag de bedrijfswinsten op peil zijn. De winstwaarschuwingen hebben het alleen over een lagere winst groei. De overheidsfinanciën in Europa ten slotte zijn van die aard dat geen forse besparingen meer nodig zijn, iets wat tijdens de recessie van 1993 nog wél het geval was. Het jaar 2000 zal daarom - als ik in extremen mag redeneren - uitbundig goed zijn, en niet uitbundig slecht door bijvoorbeeld de millenniumtoestanden. Maar remmen de nog altijd vrij hoge reële rentevoeten de groei in euroland niet af?Het rentebeleid was ten gevolge van de Duiste eenmaking lange tijd niet afgestemd op de conjunctuurevolutie. De rentedaling begon daardoor te laat. Het gunstige effect van de daling zal daarom nog enige tijd op zich laten wachten. Het zal de herleving in de tweede helft van 1999 ondersteunen. Een van die effecten loopt via een zwakkere euro. De waarde van de euro speelt een belangrijke rol in de keerpunten van de conjunctuur. Bovendien kan een structurele dollardaling de langetermijnvooruitzichten ondermijnen. Maar dat gevaar is geweken, aangezien de Europese centrale banken nu hebben getoond dat ze daar rekening mee zullen houden bij de uitstippeling van het monetaire beleid. Een stabiele euro hoeft geen sterke euro te zijn.Zal dit gunstige conjunctuurscenario standhouden als blijkt dat ook 1999 heel wat onaangename verrassingen in petto heeft?Mensen vergeten snel. Tussen 1980 en 1998 kenden we heel wat crisismomenten zonder dat ze de economie tot staan brachten. Een economie op snelheid is als een supertanker, en die heeft er geen problemen mee om door woelig water te varen. Een recessie in 1999 in Brazilië bijvoorbeeld kan men geen verrassing noemen. In Azië duiken trouwens tekenen van herstel op. Westerse bedrijven laten er opportuniteiten niet aan hun neus voorbijgaan. En dichter bij huis ontpopt Oost-Europa zich tot een interessante groeimarkt. De Belgische bedrijven doen er goede zaken.Maar wat als de beurzen in elkaar klappen? Dreigen dan geen deflatoire toestanden zoals in Japan?De kans dat de beurszeepbel uit elkaar spat, is heel klein omdat er gewoon geen zeepbel is. Een Dow Jones die nu op 9000 staat, kan men niet vergelijken met de Dow van 9000 zes maand geleden. Intussen groeide de economie én daalde de rente. De Brusselse beurs is zelfs zeer goedkoop. Men staart zich blind op de forse klim van de jongste drie jaar. Eigenlijk was dat een inhaalbeweging na een desastreuze beursperiode in de eerste helft van de jaren '90. De lagere rente en de hogere beurswinsten deden de rest. Dat betekent tegen eind 1999 een Bel20 van... ...4000. De pers zal het weer over beursrecords kunnen hebben. En dat is geen vrome nieuwsjaarswens.DAAN KILLEMAES