Toegegeven, de S-Type lustten we destijds ook wel. En toch is de XF misschien wel de eerste berline van Jaguar die ons echt kon verleiden. En daarvoor hoefden we er niet eens mee te rijden. De XF breekt immers esthetisch met alle mogelijke vooroordelen die je over Jaguar kunt hebben. Zoals: toch wel eerder voor een ouder publiek, klassieke vormgeving en dies meer. Dat is zo omdat de XF een heel sierlijke, sportieve en voor een beetje autominnaar zelfs adembenemende lijn...

Toegegeven, de S-Type lustten we destijds ook wel. En toch is de XF misschien wel de eerste berline van Jaguar die ons echt kon verleiden. En daarvoor hoefden we er niet eens mee te rijden. De XF breekt immers esthetisch met alle mogelijke vooroordelen die je over Jaguar kunt hebben. Zoals: toch wel eerder voor een ouder publiek, klassieke vormgeving en dies meer. Dat is zo omdat de XF een heel sierlijke, sportieve en voor een beetje autominnaar zelfs adembenemende lijn heeft. Hoewel ook in autoland niet over kleuren en geuren wordt gediscussieerd, of misschien net wel, durven we hem gerust een van de weinige machines te noemen die erin slaagt om een zeer sportieve lijn en sfeer naadloos te verzoenen met de afmetingen en binnenruimte van een luxueuze berline. Ook het interieur trekt die lijn door. Luxueus, klassevol en dan toch niet té klassiek cosy, zoals het in een vorige Jaguar-generatie wel eens durfde te zijn. Heerlijk rijden, is dit. Ook in het vooronder van de XF diesel zit een verhaal. Terwijl de automarkt volop aan het downscalen is, naar motoren met een kleinere cilinderinhoud dus, gooide Jaguar er nog eens driehonderd cc bovenop. Nauwelijks een jaar na de lancering van de XF wordt de zescilinder turbodiesel van 2,7 liter immers vervangen door een heuse drieliter, net zoals zijn voorganger de vrucht van samenwerking tussen Peugeot en Ford, de vorige eigenaar van Jaguar. Het resulteert in een krachtbron die bijna een derde meer vermogen heeft, en zelfs 60 procent meer motorkoppel. Ondertussen werd de mechaniek zuiniger, bij een vergelijkbaar normverbruik zelfs een dikke 10 procent, met een CO2-uitstoot die ook in min of meer dezelfde mate is gezakt. Zijn soepelheid haalt de drieliter uit het gebruik van twee turbo's: de eerste treedt op in de lagere toeren, de tweede springt daarna bij. Of hoe Jaguar nu definitief een berline heeft waarmee het kan meespelen in een segment waar Mercedes, BMW en Audi al jaren de lakens uitdelen. Die upscaling maakt immers dat rijden met de Jaguar XF diesel een feest is, met heuse topprestaties, terwijl we de 2,7 al ervoeren als een bijzondere berline. Voor de Belgische fiscus is 272 pk natuurlijk ook een feest. Daarom is er voor onze markt in een versie voorzien die een maximaal vermogen van 210 paarden laat opmeten, want de BIV-factuur meteen al 2500 euro lichter moet maken. Jo Bossuyt