In maart 2010 sloeg Frankrijk op tafel. Christine Lagarde, toen nog minister van Economie, veroorzaakte een diplomatieke storm door luidop te verkondigen wat velen in stilte dachten. Duitsland heeft zijn buren verstikt met zijn exportgedreven economie en zijn loonmatiging.
...

In maart 2010 sloeg Frankrijk op tafel. Christine Lagarde, toen nog minister van Economie, veroorzaakte een diplomatieke storm door luidop te verkondigen wat velen in stilte dachten. Duitsland heeft zijn buren verstikt met zijn exportgedreven economie en zijn loonmatiging. "We hebben meer nood aan convergentie", voerde de latere bazin van het IMF aan. Daarmee bedoelde ze dat Duitsland dichter bij Frankrijk moest komen en dat de Duitsers hun binnenlandse markt moesten stimuleren om de groei in de eurozone te ondersteunen. De reactie van bondskanselier Angela Merkel liet niet lang op zich wachten. "Een Europese regering moet zich richten op de beste landen, niet op de zwakste." Sindsdien zette de primus van de klas het ene record na het andere neer. Dit jaar wordt een groei van 2,9 procent verwacht, de werkloosheid staat op haar laagste peil in twintig jaar, het handelsoverschot loopt op tot 175 miljard euro en het begrotingstekort werd bedwongen. De Franse politici pleiten nog altijd voor een Frans-Duitse convergentie, maar dit moet "Frankrijk de voetsporen in die van Duitsland te plaatsen", zegt president Nicolas Sarkozy. Concreet reist minister Bruno Le Maire voortdurend heen en weer tussen Parijs en Berlijn. Hij is belast met de uitwerking van het programma van de UMP voor 2012, de partij van Sarkozy. "Enkele maanden geleden waren de Duitsers allerminst vragende partij. Maar ze hebben begrepen dat een sterk Frankrijk in hun belang is. Tegenwoordig bestaat er een reële wil om samen te werken." De toekomst van de eenheidsmunt en de Europese markt ligt bij meer budgettaire discipline, economische coördinatie en fiscale integratie. Maar het is de vraag of het wel nuttig is dat Frankrijk het Duitse model als leidmotief neemt. Op langere termijn liggen de resultaten van beide landen dicht bij elkaar. Tussen 2000 en 2010 bedroeg de gemiddelde groei van Frankrijk 1,5 procent, die van Duitsland 1,1 procent. De twee grootste economieën van de eurozone zijn zeer verschillend. Om ze dichter bij elkaar te brengen, zijn structurele hervormingen nodig. "We hebben vooral behoefte aan meer samenwerking, al kan het ook interessant zijn om voor specifieke punten te kijken naar de praktijk aan de andere kant van de Rijn", benadrukt Xavier Timbeau, de directeur van de Franse dienst voor de Buitenlandse Handel (OFCE). Begin de jaren negentig kozen Duitsland en Frankrijk uiteenlopende wegen. De Fransen mikten in de eerste plaats op hun binnenlandse markt en het verbruik, de Duitsers haalden de buikriem aan om hun concurrentiekracht omhoog te drijven. Die keuze is de motor van de Duitse economie. De grote industriële, innoverende en exportgerichte kmo's, de be-faamde Mittelstand, die in Frankrijk zo nadrukkelijk ontbreekt. Als gevolg daarvan is het aandeel van de industrie in het Franse bbp gezakt van 24 tot 14 procent. In Duitsland bedraagt het nog altijd 24,9 procent en de industrie drijft de groei aan met haar exportprestaties. De Duitsers veroverden hun marktaandeel ten koste van de Franse ondernemingen. "Het zijn onze belangrijkste concurrenten en hun producten genieten een beter imago dan de onze, want ze hebben veel meer geïnvesteerd in innovatie", zegt Lionel Fontagné, econoom van het Centre d'études prospectives et d'informations internationales (Cepii). Het is allemaal een kwestie van middelen. Zo liggen de winstmarges hoger in Duitsland, maar er heerst ook een andere cultuur. De universiteiten en de bedrijven hebben altijd nauwe banden onderhouden, talloze managers zijn doctors. De kracht van Duitsland is tegelijk zijn zwakte. Omdat het afhankelijk is van de internationale markten, gaat het onvermijdelijk lijden onder de vertraging van de wereldeconomie. De regering heeft de groeivooruitzichten voor 2012 al verlaagd tot 1 procent, net als Frankrijk trouwens. Bovendien gaan ook in Duitsland stemmen op om het groeimodel weer in evenwicht te brengen. "De jobcreatie zal de vraag stimuleren", zegt René Lasserre, directeur van het Centre d'information et de recherche sur l'Allemagne contemporaine. De voorzitter van het Franse filiaal van het Duitse Bosch, Guy Maugis, is goed geplaatst om de evolutie van de loonkosten in Frankrijk en Duitsland te beoordelen. "In 2000 was Duitsland minder concurrentieel. Sindsdien werd het verschil kleiner en heeft Frankrijk soms zijn voorsprong verloren." Statistici kibbelen nog altijd welk van de twee landen het goedkoopst is. Maar één ding is zeker, de Duitsers hebben hun succes deels te danken aan hun kostenbesparende beleid. Tussen 2000 en 2009 is het gemiddelde reële loon er met 4,5 procent gedaald, terwijl het in Frankrijk met 8,6 procent toenam. Volgens sommige Franse experts is het gevaarlijk om Duitsland op die weg te volgen. "Het zou de concurrentiekracht van onze industrie verhogen, maar aangezien dat aandeel in onze economie vrij gering is, zouden de voordelen niet opwegen tegen de weerslag van de daling van de koopkracht op het verbruik van diensten", zegt de econoom Patrick Artus. Hij waarschuwt in zijn boek La France sans ses usines voor een ernstige vertraging van de groei. "De sociale bijdragen moeten lager. Alle studies wijzen uit dat de loonlasten in Frankrijk wegen op de werkgelegenheid." De sociale bijdragen vertegenwoordigen in Frankrijk 15 procent van het bbp en ze vallen vooral ten laste van de werkgever. In Duitsland is dat 12,6 procent en daar worden de lasten gelijk verdeeld over de ondernemingen en de loontrekkenden. In 2007 heeft Duitsland ze zelfs verlaagd om de concurrentiekracht te verhogen. Die ingreep werd gefinancierd met een daling van de uitgaven voor de werkloosheidsverzekering en een verhoging van de btw. Ook Frankrijk maakt zich op om de btw op te trekken. Met het grote begrotingstekort kan dat niet ge-paard gaan met een daling van de bijdragen. "Al in de jaren zeventig maakte de Franse regering gebruik van het Frans-Duitse convergentie-idee om binnenlandse beslissingen door te drijven", zegt Henrik Uterwedde, adjunct-directeur van het Frans-Duitse Instituut van Ludwigsburg. Sarkozy neemt dat recept over om de verhoging van de verlaagde btw-voet (5,5 %) te verantwoorden. Binnenkort wordt die afgestemd op het Duitse tarief (7 %). Vorig jaar gebruikte de president hetzelfde argument om de vermogensfiscaliteit onder handen te nemen. De hervorming werd een strovuur, al werden wel enkele aanpassingen aan de solidariteitstaks op de vermogens doorgevoerd. Frankrijk wil toch verdergaan in de fiscale convergentie door vanaf 1 januari 2013 een gemeenschappelijke vennootschapsbelasting in te voeren. "De Europese Commissie verdedigt al tien jaar het idee van een harmonisering van de bedrijfsfiscaliteit om de concurrentie tussen lidstaten tegen te gaan. Als Frankrijk en Duitsland zich smijten, kan dat het dossier misschien vooruithelpen", hoopt Fontagné. Hebben de Franse bedrijven daarbij iets te winnen? Niet als de hervorming zich beperkt tot de vennootschapsbelasting. Volgens het Rekenhof liggen de effectieve taksen dicht bij elkaar. Het grote verschil zit bij de sociale bijdragen die in Frankrijk veel te hoog zijn. Om die te verlagen, moet de financiering van de sociale bescherming wel verschoven worden naar de belastingen - de algemene sociale bijdragen, de btw of de lagere Franse inkomstenbelasting. Daarvoor moet een fiscaal model dooreen geschud worden dat tot nog toe altijd de vraag ondersteunde. Over een harmonisering van het niveau van de globale heffingen - die in Frankrijk 42,8 procent van het bbp vertegenwoordigen en in Duitsland 39,3 procent - hoeft men zich geen illusies te maken. De eerste rol van de fiscaliteit bestaat erin de openbare bestedingen te financieren, en die zijn veel omvangrijker in Frankrijk. 163 miljard euro is het fenomenale verschil tussen de openbare bestedingen in Frankrijk en Duitsland, berekende het liberale instituut Thomas-More. Sinds vijftien jaar hebben alle Duitse regeringen de rem gezet op de overheidsbestedingen. Tussen 1996 en 2003 zijn de uitgaven gemiddeld slechts 0,6 procent per jaar gestegen. In de periode 2004-'08 daalden ze zelfs met 1,4 procent per jaar. "De Duitse staat heeft het aantal ambtenaren afgebouwd door heel wat activiteiten uit te besteden aan de privésector en heeft geruime tijd ondergeïnvesteerd in infrastructuur", klinkt de uitleg van Arnaud Lechevalier, een onderzoeker aan de universiteit Paris I en het Marc-Blochcentrum in Berlijn. Kijk maar naar de toestand van de secundaire wegen in Duitsland en van de scholen, al werd die tendens wel gekeerd met de herstelplannen. In die context van bezuinigingen lanceerde Gerhard Schröder in 2004 zijn 'Agenda 2010', een pakket van pijnlijke hervormingen voor de verzorgingsstaat (werkloosheidsverzekering, pensioenen, gezondheidszorg). "Alle economen zijn het erover eens dat het de huidige groei voor minstens een derde verklaart", onderlijnt de econoom Jacques-Pierre Gougeon. Uitgaven naar beneden, belastinginkomsten omhoog. Duitsland kon de crisis van 2009 tegemoet treden met overheidsfinanciën in evenwicht. Het wil op dit ogenblik zijn begrotingstekort zo snel mogelijk volledig wegwerken en doet alsof het verbaasd is dat zijn buurlanden niet hetzelfde doen. "De Duitsers leggen de lat te hoog. Frankrijk heeft meer tijd nodig om zijn bestedingen naar beneden te brengen", windt Artus zich op. "Anders dreigt de groei nog meer lood in de vleugels te krijgen." En wat als Duitsland zijn heil te danken heeft aan het goede oude systeem van medezeggenschap? In 2009 hebben de staat, de werkgevers en de vakbonden een uitbreiding over het stelsel van de gedeeltelijke werkloosheid onderhandeld. Ook in de ondernemingen hebben werkgevers en werknemers een daling van de arbeidsduur en de lonen ingeruild voor werkzekerheid over verscheidene jaren. Daardoor werd de werkloosheid beperkt en zodra het herstel op gang kwam, voltrok de opleving zich snel omdat de ondernemingen niet opnieuw personeel in dienst moesten nemen. "Maar er woedt in Duitsland een discussie die in Frankrijk niet gevoerd wordt over de bestaansonzekerheid die de so-ciale samenhang erg op de proef stelt", stelt Gougeon vast. Als gevolg van 'Agenda 2010' - vermindering van de werkloosheidsvergoedingen, uitbouw van mini-jobs die per maand 400 euro opbrengen voor 60 uur werk - is het aandeel van de betrekkingen met een laag loon gestegen van 15 procent in het begin van de jaren 2000 tot 22 procent en ligt de armoede een pak hoger dan in Frankrijk. De Duitsers zijn steeds meer gewonnen om ook een minimumloon in te voeren. Het werkgelegenheidswonder heeft nog een andere donkere kant: het begint te mangelen aan geschoolde arbeidskrachten. Een streng selectiesysteem aan de universiteiten en de negatieve demografische evolutie veroorzaken een tekort aan ingenieurs. Op korte termijn leidt de daling van de totale en de actieve bevolking tot een verlaging van de werkloosheid, maar op middellange termijn tast ze de groei aan en de financiering van de sociale bescherming. STÉPHANIE BENZ (L'EXPANSION)Tussen 2000 en 2010 bedroeg de gemiddelde groei van Frankrijk 1,5 procent, die van Duitsland 1,1 procent."De Duitse producten genieten een beter imago dan de Franse, want Duitsland heeft veel meer geïnvesteerd in innovatie" Lionel Fontagné, Cepii