Toen in 1992 Jan Hoet zijn versie van 's werelds meest besproken overzichtstentoonstelling voor hedendaagse kunst mocht organiseren, de vijfjaarlijkse Documenta, had hij in een torentje naast het centrale museumgebouw werk van acht kunstenaars samengebracht die volgens hem beschouwd moesten worden als de grote "keer- of startpunten uit de moderne kunstgeschiedenis". Zelfs bij een leek moesten de meeste van die namen - David, Gauguin, Newman, Ensor, Beuys, Byars, en Giacometti - wel ergens een belletje laten rinkelen. Maar er was voorts nog dat ene kamertje, waar één enkel sc...

Toen in 1992 Jan Hoet zijn versie van 's werelds meest besproken overzichtstentoonstelling voor hedendaagse kunst mocht organiseren, de vijfjaarlijkse Documenta, had hij in een torentje naast het centrale museumgebouw werk van acht kunstenaars samengebracht die volgens hem beschouwd moesten worden als de grote "keer- of startpunten uit de moderne kunstgeschiedenis". Zelfs bij een leek moesten de meeste van die namen - David, Gauguin, Newman, Ensor, Beuys, Byars, en Giacometti - wel ergens een belletje laten rinkelen. Maar er was voorts nog dat ene kamertje, waar één enkel schilderij van een bij het grote publiek nog zo goed als onbekende kunstenaar was komen te hangen. Hij was 42, Nederlander, en zijn naam luidde René Daniëls. Het schilderij heette "Zonder Titel", en was aan alle randen aangevreten door een zwart, dat alleen in het midden nog een doorkijk op een diepblauwe kamer liet. Op één van de muren kon men een afbeelding van een brandende kaars ontwaren. Het doek was geschilderd in '87, vlak voor Daniëls door een hersenbloeding getroffen werd. Hij had het overleefd, maar met zijn schilderscarrière was het afgelopen. En achteraf is de verleiding natuurlijk groot om het door Hoet gekozen doek te zien als profetisch: met die kaars van de hoop, en een oprukkende duisternis. Alsof hij zijn lot had zien aankomen. Zijn eerste solotentoonstelling dateerde amper van tien jaar eerder, maar een overzichtstentoonstelling in het Van Abbemuseum, de eerste van enige omvang, toont nu welk een subliem oeuvre hij in die korte periode had weten te schilderen. Dat hij in het buitenland grotendeels een onbekende bleef, heeft trouwens allicht ook zijn oorzaak in het succes dat hij vrijwel van bij het begin in Nederland kende, waar zijn werk al van de eerste tentoonstellingen in de kluizen van verzamelaars verdween. Daniëls kreeg in 1978 zijn tweede solotentoonstelling - al onmiddellijk in het Van Abbe - en was begin jaren tachtig door Fuchs voor zijn Documenta geselecteerd en daarnaast ook voor de legendarische Zeitgeist-tentoonstelling. Maar Daniëls had het moeilijk met de kunstwereld, en die onvrede mag voor een groot deel ook de evolutie van zijn oeuvre verklaren. De vrolijk geschilderde spelletjes, waarbij een wild draaiende grammofoonplaat de allures van een melkweg aannam, en waarbij ook de invloed van Magrittes onbeschaamde période vache zich duidelijk liet merken, maakten plaats voor werk waarin Daniëls aan de toeschouwers niet langer een feest van de zinnen leek te gunnen, en hen in de plaats daarvan met denkoefeningen confronteerde. Over tentoonstellingsruimtes, en hun claustrofobische leegte bijvoorbeeld. Het ijle, al van bij het begin aanwezig in zijn werk, werd alsmaar ijler, tot op het laatst alleen nog wat takjes met woorden overbleven. En de verleiding is ook groot om in die hersenbloeding een haast bewuste keuze te lezen. René Daniëls: The Most Contemporary Picture Show. Tot en met 30 augustus. Voor de ruim zeventig schilderijen werd speciaal nog eens het oude museum op de Bilderdijk geopend, dat met het oog op een uitbreiding was gesloten. De circa honderdtwintig werken op papier, zo mogelijk nog indrukwekkender, worden in het tijdelijke verblijf aan de Vonderweg getoond. Info: Tel. 0031-40-275.52.75.Max Borka