De markt van de bouwgronden wordt beheerst door grootgrondbezitters, die woekerwinsten maken op de kap van de kleine man. Dat is het basisidee achter het voorstel van SP.A-voorzitter Johan Vande Lanotte om een derde van de bouwgronden die vrijkomen, ter beschikking te stellen tegen een prijs die 40 % lager ligt dan die van de vrije markt.
...

De markt van de bouwgronden wordt beheerst door grootgrondbezitters, die woekerwinsten maken op de kap van de kleine man. Dat is het basisidee achter het voorstel van SP.A-voorzitter Johan Vande Lanotte om een derde van de bouwgronden die vrijkomen, ter beschikking te stellen tegen een prijs die 40 % lager ligt dan die van de vrije markt. Op donderdag 9 maart houdt de commissie Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening van het Vlaams Parlement een hoorzitting over de beschikbaarheid van betaalbare bouwgronden. Is het voorstel van de Oostendse socialist het overwegen waard? Neen. Om te beginnen, is het in de praktijk onhaalbaar. Zal de staat na de veiling van één op drie gronden automatisch een prijsverlaging opleggen? Dat werkt niet. Of geeft de overheid subsidies aan minderverdieners, waardoor die goedkope gronden kunnen aanschaffen? Dan wordt de net-iets-meer-verdiener uit de markt geprijsd en zal die bovendien als belastingbetaler mee opdraaien voor de aankoop van de nieuwe eigenaar. Welk deel van de markt wil Vande Lanotte trouwens regelen? Het deel waar nu de "vastgoedspeculanten" bewegen? De vastgoedsector bezit naar schatting amper 6 % van de portefeuille aan gronden (zie blz. 54). Het voorstel van Vande Lanotte zou dus betrekking hebben op 2 % van de markt. Om een hypothetische club vastgoedspeculanten te treffen, moet de middenklasse van de kleine huiseigenaars de rekening betalen. Billijk is dat niet. Ter overweging: de grootste vastgoedspeculanten vandaag zijn waarschijnlijk de NMBS, Belgacom en het Belgische leger. Zou de overheid - eigenaar van 65 % van de gronden - niet beter een dynamisch beleid voeren en een deel van haar gronden en gebouwen ter beschikking stellen voor nieuwbouwprojecten? Vande Lanotte wil trouwens met zijn interventionisme een fenomeen bestrijden dat de politiek zelf gecreëerd heeft. Tot voor enkele jaren was er geen probleem met beschikbare bouwgronden. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) creëerde echter schaarste. Zo is de bouwgrondprijs in tien jaar tijd geklommen met liefst 197 %. Wie zich de luxe van een schaars goed wil veroorloven, moet deze prijs betalen. Daar kan geen overheidsingreep tegenop. Kan de overheid dan iets doen om wonen voor Jan Modaal aantrekkelijk te maken? Toch wel. Om te beginnnen, kan ze de renovatie van bestaande woningen fiscaal aantrekkelijker maken. Nog fundamenteler is de noodzaak aan een efficiënt stadsbeleid. De overheid gaat er in het RSV van uit dat 60 % van de nieuwe woningen in de steden wordt gebouwd. Maar wil de Vlaming dat wel? In steden is wonen oninteressant door de hoge onroerende voorheffing. Bovendien is er nood aan een eerlijke vaststelling van de kadastrale inkomens. Eigenaars in Schaarbeek, Molenbeek of Borgerhout wanen zich in een luxewijk wanneer hun belastingbrief binnenvalt. Steden "woonrijp" (dus aantrekkelijk) maken betekent ook investeren in veiligheid en (reële, geen gratis) mobiliteit. Dit soort maatregelen is niet spectaculair, maar ze hebben wel een impact op de markt. Het populistische 'huis met tuin'-socialisme dat de SP.A-voorzitter predikt, bekt misschien wel lekker, maar is een maat voor niets. Hans Brockmans