MARC BUELENS
...

MARC BUELENSIk denk dat 351 theorieën over leiderschap nog niet voldoende zijn. Ik heb er een 352ste. En deze keer uiteraard de beste, de meest relevante. Bronnie Ware is een verpleegkundige die honderden mensen heeft begeleid op hun sterfbed. Ze heeft hun ook gevraagd waarvan ze het meest spijt hadden. De top vijf zal je niet echt verrassen. Hij circuleerde gretig op het internet. Maar mijn verrassend revolutionair nieuwe inzicht is dat wat we verwachten van onszelf ook datgene is wat we van onze leiders verwachten; alleen hopen we stiekem dat zij wél doen waarvoor wij te laf, te traag, of te voorzichtig zijn. Hier komen ze dan, als absolute primeur voor de wereld, de vijf Bronnie Ware-Marc Buelens (afgekort: de 'Ware Buelens') principes van leiderschap-alsof-je-leven-ervan-afhangt. Leiders moeten de moed hebben hun eigen leven te leiden, en niet dat van een ander. Mensen klagen dat ze levenslang hebben willen beantwoorden aan verwachtingen van anderen. We willen dat onze leiders 'echt' zijn, geen lesjes opdreunen. We willen dat onze leiders vooral zichzelf zijn, zich niet verstoppen achter formele evaluatiegesprekken, maar durven de zotte beslissingen van wie boven hen staat te stoppen of minstens op een boeiende manier te interpreteren. We willen dat onze leiders minder hard werken. Vooral mannen mompelen blijkbaar op hun sterfbed dat ze liever minder hard hadden gewerkt. Waarom dat inzicht zo laat komt, laat ik aan de psychologen over, maar in ieder geval moet je er als leider ontspannen bij lopen, en veel tijd hebben voor je mensen, want echt luisteren vraagt veel tijd. Emoties zijn besmettelijk: als onze baas er als een stresskonijn bij loopt, dan zien we dus weldra ook zwart van de stress. We willen dat onze leiders de moed hebben hun emoties echt te uiten. Tja, we liegen er blijkbaar nogal op los. We zeggen dat schoonmoeder zo lekker heeft gekookt, hoewel we de frituur verkozen. Maar onze leiders moeten dus communiceren wat ze echt voelen. Geen opgeklopt positivisme. Geen woedeaanvallen om indruk te maken, want leiders zijn niet woedend, maar geïrriteerd of gefrustreerd. Zeg dus als leider niet: wat een rotkwaliteit, kan je echt niet beter? Zeg: daar gaat mijn bonus, hoe moet ik dat uitleggen aan mijn partner? Mannelijke leiders kunnen bijvoorbeeld moedig zijn en tegen hun secretaresse zeggen: 'Schatje, ik weet dat ik problemen kan krijgen met de personeelsafdeling, maar ik zie je graag en mijn hormonen wijzen in de richting van een hotelkamer.' Dat vraagt inderdaad moed, veel moed. We willen dat onze leiders in contact blijven met hun vrienden. Blijkbaar verliezen we onze vrienden tijdens het leven; en hebben we daar spijt van als de dood nadert. Hier zie je dat de leiderschapsliteratuur een afschuwelijke blinde vlek vertoont. Waar de vorige drie punten nog af en toe eens worden aangeraakt in de duizenden publicaties over leiderschap, bespelen we hier een nieuw thema. Onze leiders moeten bridgen met hun vorige bridgepartners, ze moeten klasreünies houden, ze moeten op café of in de tearoom gezellig bijkletsen. 'Sex and the City' als rolmodel voor leiders. Hoe kon de leiderschapsliteratuur zo blind geweest zijn! De stressliteratuur gonst van de voordelen van sociale steun, maar men heeft nooit beseft dat het echt eenzaam is aan de top. Men verwijst wel naar de steun die de huwelijkspartner geeft, maar de grote problemen bij de mannelijke leiders ontstaan natuurlijk als ze ten gevolge van punt drie dat hotel in hun gps hebben ingegeven, de echtgenote dat ontdekt, enzovoort. Daar gaat de sociale steun. Hier hebben vrouwelijke leiders een groot voordeel. Vooreerst verbergen ze hun slippertjes beter, maar zij hebben vooral al lang beseft dat problemen met man én werk heel goed uitgepraat kunnen worden met vriendinnen, moeder of een oudere dochter. Dat inzicht bleef echter verborgen op de Flair-pagina's, en heeft nooit Leadership Quarterly bereikt. We willen dat onze leiders gelukkig zijn. Op hun sterfbed beseffen blijkbaar mensen maar voor het eerst dat ze ook gelukkig hadden kunnen zijn. Ze hebben gewoonweg telkens zelfsaboterende keuzes gemaakt. Kies beter en bemin je keuze. Hier moeten we bekennen: dat thema is voor de trouwe lezer van deze column niet echt nieuw. We hebben al een column geschreven dat gelukkige mensen betere leiders zijn, we hebben al tientallen voordrachten gegeven over 'zelfzorg', en er een boek over geschreven. Maar nu hoort u het ook eens van een ander, neen, van honderden op hun sterfbed. Maak uw leiders gelukkig! Hoe? Door als medewerker vooral de vorige vier punten niet toe te passen. Laat dat maar aan de leiders over. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Leuven Gent Management School.We hopen stiekem dat onze leiders wél doen waarvoor wij te laf, te traag, of te voorzichtig zijn.