Sinds in 1979 de sjah van Iran werd afgezet, heeft Saoedi-Arabië, dat zich beschouwt als de leider van de soennieten in het Midden-Oosten, zich afgezet tegen het sjiitische bolwerk Iran. In 2016 komt er misschien een voorzichtige toenadering. Daartoe moeten vijf zaken lukken.
...

Sinds in 1979 de sjah van Iran werd afgezet, heeft Saoedi-Arabië, dat zich beschouwt als de leider van de soennieten in het Midden-Oosten, zich afgezet tegen het sjiitische bolwerk Iran. In 2016 komt er misschien een voorzichtige toenadering. Daartoe moeten vijf zaken lukken. Ten eerste moet Iran aanvaarden dat Jemen stevig in de Saoedische invloedssfeer zit. Dat is vrij plausibel. In 2016 zou weleens een onderhandelde vrede kunnen tot stand komen. Ten tweede moet Saoedi-Arabië aanvaarden dat de Verenigde Staten, Rusland en de belangrijkste Europese landen erop willen investeren en verkopen in Iran. Een decennium van scherpe internationale sancties heeft geleid tot een enorme opgekropte vraag. De partners van Saoedi-Arabië in de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten (GCC) doen al jaren tersluiks zaken met Iran. De operatie in Jemen heeft de positie van Saoedi-Arabië als militaire leider van het soennitische deel van de Golf versterkt, maar economisch is zijn leiderschap niet geweldig. Ten derde moet Iran ermee stoppen ruzie te stoken bij de sjiitische bevolkingsgroepen in de Golfstaten. Handlangers van Islamitische Staat (IS) lieten in de zomer van 2015 bommen ontploffen in Saoedi-Arabië en Koeweit en troffen daarbij sjiitische doelwitten. Als zou blijken dat Iran in een Golfstaat tracht terug te slaan tegen de soennieten, of de sjiitische gemeenschappen oproept te rebelleren of te protesteren, dan kunnen de relaties dramatisch verslechteren. Ten vierde mag Iran niet sjoemelen met de belofte zijn voorraad hoogverrijkt uranium te beperken. Hoogstwaarschijnlijk doet het dat ook. Gezien het hoge risico op ontdekking zal Iran veeleer een decennium wachten tot de beperkingen waarmee het akkoord ging, beginnen weg te vallen. En tot slot het veruit meest problematische punt. Saoedi-Arabië en Iran moeten hun spanningen over Syrië afbouwen. Iran is de machtigste medestander van het Assad-regime, zowel met rechtstreekse militaire bijstand als via zijn satelliet Hezbollah. Saoedi-Arabië en de andere Golfstaten verlenen steun aan groepen die Bashar al-Assad bekampen, behalve aan IS. De as Rusland-Iran-Assad jaagt de Saoedi's angst aan. Maar ook hier is er hoop. Heel wat analisten denken dat Rusland te veel hooi op de vork genomen heeft en in 2016 op zoek moet naar vredesopties, die inhouden dat Assad mettertijd moet verdwijnen. Maar zelfs als Assad blijft en de oorlog voortwoekert, kan de opgang van IS in Syrië eigenaardig genoeg in de loop van volgend jaar voor een ontspanning zorgen. Hoe om te gaan met IS is een toenemende bekommernis voor zowel Iran als Saoedi-Arabië en dat kan het water in de Golf wat minder woelig maken. De auteur is redacteur Midden-Oosten en Afrika van The Economist.CHRISTOPHER LOCKWOOD, ILLUSTRATIE DAAN ROSSEELSSaoedi-Arabië en Iran moeten hun spanningen over Syrië afbouwen.