Het Spaanse parlement heeft er midden september mee ingestemd de resten van oud-dictator Francisco Franco weg te halen uit zijn praalgraf. Het voorstel werd aangenomen met 176 stemmen voor en 2 stemmen tegen. 165 leden onthielden zich. De beslissing veroorzaakte in Spanje beroering, vooral ter rechterzijde. Conservatieve Spanjaarden vrezen dat oude wonden worden opgereten.

Wat nu gebeurt, gaat volgens sommigen in tegen de afspraak die rechts en links hebben gemaakt na de dood van Franco in 1975: om de overgang naar de democratie zo vlot mogelijk te laten verlopen, zouden de aanhangers van Franco niet veroordeeld worden. Ze hoefden zich zelfs niet te verontschuldigen voor de doden die het franquisme op zijn geweten had. Tegelijk zou ook gezwegen worden over de moordpartijen van de linkerzijde en de republikeinen tijdens de Spaanse burgeroorlog. Dat alles moest zo snel mogelijk vergeten worden.

Dat is ook de analyse in de nieuwe biografie Franco. Anatomy of a dictator van Enrique Moradiellos. Over de Spaanse dictator is al veel geschreven, maar dit werk is atypisch. Het begint niet met het levensverhaal van de militair die zou opklimmen tot staatshoofd. Wel met de manier waarop de Spanjaarden in de jaren na de dictatuur tegen het verleden aankeken. De onverschilligheid overheerste. De Spanjaarden wilden naar de toekomst kijken. Maar vanaf 2004, toen de socialist José Luis Zapatero aan de macht kwam, dook het Spaanse spook dat Franco was, weer op. De regering nam de 'wet van historische herinnering' aan, die alle symbolen die verwijzen naar Franco uit het openbare leven bant. Tegelijk kwamen historici met nieuwe inzichten over die periode. Daarop borduurt Moradiellos voort.

© BI

Franco was niet de superdiplomaat die Spanje grotendeels uit de Tweede Wereldoorlog wist te houden. Het land moest zich wel neutraal opstellen, want het was economisch uitgeput door de burgeroorlog. Aan de andere kant wordt duidelijk dat Franco vanaf de jaren vijftig begreep dat Spanje uit de armoede en het isolement moest komen. De man bleef wel allerlei linkse complotten zien. Dat de door hem aangewezen opvolger, koning Juan Carlos, de democratie zou herstellen, was voor Franco allesbehalve vanzelfsprekend.