2010 was opnieuw een turbulent jaar zoals we er elkaar liever niet te veel toewensen. De toekomst van de euro deed bij heel wat mensen het angstzweet uitbreken. Er zijn in de economie weinig zaken fundamenteler dan het monetaire regime, dus we kunnen echt wel spreken van een existentiële crisis voor de economie.
...

2010 was opnieuw een turbulent jaar zoals we er elkaar liever niet te veel toewensen. De toekomst van de euro deed bij heel wat mensen het angstzweet uitbreken. Er zijn in de economie weinig zaken fundamenteler dan het monetaire regime, dus we kunnen echt wel spreken van een existentiële crisis voor de economie. Doemdenken is echter niet gepast, omdat we altijd de keuze hebben tussen verschillende wegen om met onze economische besognes om te gaan. Economen moeten hun plaats kennen en die bestaat enkel in het aanbieden van een menukaart met keuzemogelijkheden voor de beslissers. Het probleem van landen in de eurozone is dat het aantal alternatieven om de knopen op een verantwoordelijke wijze door te hakken, met de dag slinkt. Angst mag dan wel de moeder van alle emoties zijn, het brengt ons geen stap verder om wanhoop te cultiveren. Gelukkig is de mens erg wendbaar, iets wat een waardevolle eigenschap is in tijden van crisis. Zo werd ons eerst verteld dat het noodfonds voor het bijstaan van Europese landen in hun donkerste uren nooit effectief gebruikt zou worden. Enkele luttele maanden later bleken de Europese regeringsleiders het gebruik ervan bijna letterlijk door de strot van Ierland te duwen. Vandaag wordt getest of de Europese solidariteit stopt aan de landsgrenzen of zich zoals in elke volwassen muntunie uitspreidt over alle leden van dezelfde munt. In Europa hebben we een lange geschiedenis van monetaire knipperlichtrelaties, met als recentste voorbeeld de Latijnse Muntunie tussen 1865 en 1913, toen België dezelfde munt deelde met onder meer Italië, Zwitserland en Frankrijk. Vandaag zitten we echter zo goed als in een catch 22. We moeten landen als Ierland wel bijstaan omdat de collateral damage anders te groot zou zijn voor onze banken in de rest van Europa. De schuldencrisissen van staten en banken zijn dan ook intens vervlochten, zeker als we inzien dat obligatiehouders er niet aan kunnen ontkomen om een verlies te nemen in een schuldvereffening. Na al wat er geschreven is over de vloek van Merkel (ongetwijfeld was het niet de gepaste communicatie op het juiste moment), blijft het principe overeind dat diegenen die risico nemen, de kosten ervan niet zomaar kunnen afwentelen op anderen. Iedereen met gezond verstand beseft dat het een groot verschil uitmaakt of je leent aan de Duitse dan wel aan de Griekse staat. Het kan niet dat die rekening opnieuw naar derden wordt doorgeschoven. A fortiori wanneer het - zoals in het geval van Ierland - om privéschulden gaat. De olifant in de porseleinkast is dat we er alleen uitkomen als banken grotere kapitaalbuffers aanhouden, zodat er niet steeds een reddingsfonds moet worden opgericht om investeringsflaters op af te schuiven. Laten we eerlijk toegeven dat de nieuwe kapitaalregels die banken beschutten tegen de kostprijs van een gemiddelde financiële crisis, echt niet ambitieus zijn. Iedereen beseft dat we moeten ontsnappen aan het lemon socialism waarbij de winst toekomt aan wie risico's neemt, terwijl de verliezen voor de belastingbetaler zijn. Hier een einde aan maken, is essentieel voor de moraliteit van het kapitalisme zoals Adam Smith die zag. Het betekent gewoon dat we opnieuw 120 kilometer per uur rijden op de autosnelweg in plaats van 300. Tussen 1997 en 2007 verzesvoudigden de balansen van de banken, terwijl de reële economie tien jaar geleden minstens zo goed van financiële diensten werd voorzien. De kapitaalkosten hoeven niet onhoudbaar te stijgen omdat ook de risicopremie zakt als de excessieve hefboom in het banksysteem afgebouwd wordt. Ten slotte komen we uiteraard uit bij de overheid die de broeksriem moet aantrekken, vooral omdat de vergrijzingskosten beginnen op te lopen. Belangrijke besparingen vormen het uitgelezen moment om de werking van de overheid te herbekijken. Voorwaar heel wat werk op de plank voor 2011. IVAN VAN DE CLOOTIedereen beseft dat we moeten ontsnappen aan het lemon socialism, waarbij de winst toekomt aan wie risico's neemt terwijl de verliezen voor de belastingbetaler zijn.