Het openbaar onderzoek naar het ontwerp van Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen ( RSV) werd vorige week afgesloten met een recordaantal van 32.000 bezwaarschriften. Naast de klassieke kritiek van de diverse drukkingsgroepen beschuldigt jurist Jan Ghysels specialist ruimtelijke ordening en co-auteur van de Panoramacodex de regering nu ook van zware juridische fouten : "Door het recht als een detail te beschouwen, verpruts je de goede ideeën en creëer je stof voor jarenlange discussies." Als de turf van 500 pagina's de voorbode is van wat Vlaanderen met zijn ruimtelijke ordening zal doen, voorspelt de advocaat van de Brusselse associatie Ghysels, Flamey & Empereur een even groot debacle als met de huidige gewestplannen.
...

Het openbaar onderzoek naar het ontwerp van Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen ( RSV) werd vorige week afgesloten met een recordaantal van 32.000 bezwaarschriften. Naast de klassieke kritiek van de diverse drukkingsgroepen beschuldigt jurist Jan Ghysels specialist ruimtelijke ordening en co-auteur van de Panoramacodex de regering nu ook van zware juridische fouten : "Door het recht als een detail te beschouwen, verpruts je de goede ideeën en creëer je stof voor jarenlange discussies." Als de turf van 500 pagina's de voorbode is van wat Vlaanderen met zijn ruimtelijke ordening zal doen, voorspelt de advocaat van de Brusselse associatie Ghysels, Flamey & Empereur een even groot debacle als met de huidige gewestplannen. TRENDS. Geeft het ontwerp-RSV geen concrete invulling aan het plandecreet van 24 juli '96 ? JAN GHYSELS. Tot die datum ontbrak de wettelijke basis voor de opmaak van het Structuurplan. Diezelfde dag nog werd het voorontwerp vastgesteld. Dat kan in principe niet. Bovendien heeft de minister geen decreet nodig om een beleidsvisie uit te werken. Op basis van de huidige Stedenbouwwet van 29 maart '62, uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven kan perfect een nieuwe strategie worden uitgestippeld. Dit akkoord is een politiek document, bestemd voor de parlementaire controle achteraf, wat geen machtiging geeft om op te treden. Moet er geen duidelijkheid komen inzake de ruimtelijke wanorde van Vlaanderen ?Ja, maar ik vind het ontwerp-RSV verloren tijd. De Stedenbouwwet voorziet een soepele bijsturing van de gewestplannen naar gelang van de maatschappelijke behoeften, inclusief de ecologische noden van deze tijd. Maar deze wet is nooit uitgevoerd. Zo ontbreken nog altijd het nationaal plan en de streekplannen. Het is dus onzinnig een nieuw decreet te schrijven bovenop de bestaande teksten. Voer gewoon je taken naar behoren uit en pak de knelpunten aan. Een bijkomende tekst schrijven lost de problemen niet op. Het maakt de zaak nog verwarder, zodat de kans op gesjoemel en aanslagen op de schaarse ruimte nog vergroot. Hoe raak je uit die knoeiboel ?In dit land bestaat geen deftig systeem van wetten of decreten maken. Bij elk nieuw probleem wordt gewoon een nieuw document gemaakt. Zo zit je op dit ogenblik met meer dan 40.000 wetten, waarvan de politici zij die verantwoordelijk zijn voor het bestuur de meeste gewoon niet kennen of toepassen. Zelfs juristen zien het bos door de bomen niet langer. Daarom dringt een saneringsoperatie zich op. Is het niet hoog tijd dat de overheid een commissie van deskundigen bijeenroept om na een inventaris te hebben gemaakt te beginnen knippen en wieden in de huidige berg van juridische teksten, zodat ze op elkaar afgestemd raken en verstaanbaar worden ? Zorgt de inspraakprocedure niet voor de nodige correcties ?Neen. Minister Eddy Baldewijns (SP) heeft verzuimd het voorafgaand advies van de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening ( Vlacoro) te vragen, hoewel dit decretaal is vastgelegd. Bovendien hebben de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (Serv) en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Mina) op voorhand maar een gedeelte van het document ter inzage gekregen, zodat hun oordeel moeilijk als definitief kan worden beschouwd. Ik krijg de indruk dat de regering de inspraak als een volkomen futiliteit beschouwt. Bijkomend bewijs is dat het RSV-document niet in het Staatsblad is verschenen. Het is nochtans niet dikker dan Vlarem II of het Mestactieplan. Inhoudelijk nu : is de selectie van de economische knooppunten te ruim of mist het RSV uitbreidingsmogelijkheden voor de ondernemingen ?Over de concrete gevolgen voor het bedrijfsleven laat ik mij als jurist niet uit. Maar het RSV is een zoveelste illustratie van de gekende struisvogelpolitiek. Zo houdt het ontwerp geen rekening met de bestaande milieuwetgeving of met het Mina-plan, waardoor grote onduidelijkheid bestaat over onderlinge coördinatie. Ook creëert het plandecreet een provinciaal niveau. De besturen mogen voortaan verordeningen uitschrijven, maar geen plannen van aanleg opstellen.Waar ligt de bevoegdheidsgrens ?Vroeger beschikten de lokale overheden over autonomie ter zake. Nu zit alles in een hiërarchisch keurslijf. Voorts ontbreken de nodige handleidingen in het document. Ik hou m'n hart vast voor zo'n centralistische aanpak van ruimtelijke ordening. Zo duidt het RSV economische knooppunten aan op grond van gegevens uit '91. Dit betekent dat de omgeving van Forges de Clabecq indien het in Vlaanderen zou liggen de bestemming van "economisch knooppunt" krijgt. Hoe kun je nu een probleem oplossen zonder ooit ter plaatse te gaan kijken ? Ik onderschrijf de noodzaak van een goed structuurplan als beleidsinstrument. Daar is echter geen decretaal RSV voor nodig, dat in detail na het regionaal plan komen nog provinciale en gemeentelijke plannen de bestemming van elk stukje grond voorschrijft. Aan welke alternatieven denkt u om de druk op de open ruimte af te laten nemen ?Wat het natuurbehoud betreft, zie ik meer heil in een aanpassing van de vennootschaps- en faillissementswetgeving. Nu blijven vele oude industrieterreinen onaangeroerd omdat ze vervuild of onaangepast zijn, omdat de bestaande bedrijven niet kunnen uitbreiden of omdat er geen goede infrastructuur aanwezig is. Denk maar aan de Zennevalei. Nieuwe ondernemingen worden aldus verplicht de nog groene plekken aan te snijden om hun activiteiten überhaupt nog te kunnen uitoefenen. Door sanering van de bestaande gebieden vul je heel wat bestaande behoeften op, zonder aan de nog vrije natuur te raken. Zo zou je de vennootschappen bij ontbinding of vereffening kunnen verplichten hun gronden vrij te maken. Ook een vermindering van de successierechten zal de druk op de open ruimte doen afnemen. Nu moeten de nabestaanden zoveel belastingen betalen op hun erfenis, dat ze vaak verplicht worden een deel van het goed (residentieel) te verkavelen om hun schulden af te lossen. ERIC POMPEN JAN GHYSELS (GHYSELS, FLAMEY & EMPEREUR) Een aanpassing van de vennootschaps- en faillissementswetgeving is beter voor het behoud van open ruimte dan het huidige structuurplan.