Het Jongeren- en Voordeelbanenplan levert veel aanwervingen op. Maar echt nieuwe jobs zijn daar nauwelijks bij. De overheid financiert enkel een verschuiving van het werkloosheidsprobleem. Toch tonen de resultaten aan dat er nog een plaats is op de arbeidsmarkt voor jongeren en langdurig werklozen mits een algemene verlaging van de arbeidskost.
...

Het Jongeren- en Voordeelbanenplan levert veel aanwervingen op. Maar echt nieuwe jobs zijn daar nauwelijks bij. De overheid financiert enkel een verschuiving van het werkloosheidsprobleem. Toch tonen de resultaten aan dat er nog een plaats is op de arbeidsmarkt voor jongeren en langdurig werklozen mits een algemene verlaging van de arbeidskost.Het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid pakt graag uit met het numerieke succes van het Jongeren- en Voordeelbanenplan : einde juli '96 genoten liefst 139.000 aanwervingen al van een verlaging van de lasten op arbeid voorzien in deze plannen.Over de uiteindelijke nettocreatie van arbeidsplaatsen doet het kabinet minder triomfantelijk. Met reden. De werkloosheid daalde niet met 139.000 eenheden. Sinds augustus '93, de start van het Jongerenbanenplan dat begin '95 afgelost werd door het Voordeelbanenplan (voorlopig verlengd tot '98) schommelde de werkloosheid gewoon mee met de conjunctuur. Een eerste aanwijzing dat de nettocreatie van arbeidsplaatsen dankzij de machinaties van de regering nagenoeg nihil is. Het kabinet pocht met een netto -obcreatie van 25 à 30 procent, maar dat is volledig uit de lucht gegrepen. Het toekennen van voordelen aan bepaalde doelgroepen op de arbeidsmarkt jongeren onder de 26 (Jongerenbanenplan) en langdurig werklozen (Voordeelbanenplan) ontsteekt in een vrije markt immers een mechanisme van afwenteling van de werkloosheid naar andere groepen die relatief minder interessant worden voor de werkgevers.Bruno Van der Linden, onderzoeker bij het IRES ( Institut de Recherches Economiques et Sociales) ontrafelde in een studie uit 1993 de tewerkstellingseffecten van subsidies toegekend door de overheid bij de aanwerving van jongeren en langdurig werklozen. Aan de hand van een enquête bij 400 bedrijven kwam Bruno Van der Linden tot de bevinding dat op 100 aanwervingen, mét overheidssubsidies, er netto 12 nieuwe jobs gecreëerd werden. Met andere woorden, de overige 88 arbeidsplaatsen waren er ook zonder overheidstussenkomst gekomen. Ofwel omdat het bedrijf in kwestie ook zonder overheidshulp had aangeworven (53 aanwervingen op 100) de zogenaamde windfalls of cadeaus voor werkgevers. Ofwel omdat het bedrijf een beroep doet op een kracht die specifiek in aanmerking komt voor de subsidies, terwijl de vacature anders door iemand anders was ingevuld (35 aanwervingen op 100) het substitutie-effect. Een analoge studie in Ierland kwam tot hetzelfde resultaat. Bovendien houden deze studies geen rekening met het vervangingseffect, het perverse effect bij uitstek : het bedrijf werft mensen aan in het kader van deze lastenverlagende programma's en ontslaat terzelfder tijd evenveel relatief duurdere werknemers. Deze conclusies gelden ook voor de uiteindelijke tewerkstellingseffecten van het Jongeren- en Voordeelbanenplan omdat beide programma's analoge doelgroepen met soortgelijke maatregelen een verlaging van de werkgeversbijdrage aan een baan willen helpen. De cijfers van het Planbureau bevestigen dit. Die leveren een nettocreatie van arbeidsplaatsen op van ongeveer 15 % (zie grafiek). Daarbij zijn evenwel ook de arbeidsplaatsen meegeteld gecreëerd door andere zij het beperkte maatregelen inzake vermindering van de loonkosten voor lage lonen en de versterking van het plus een-plan. Die 15 % is dus een absoluut plafond. Dat bevestigt ook Francis Holderbeke van het Hiva ( Hoger Instituut van de Arbeid). Hij haalt een enquête aan uitgevoerd door het vakblad Personeel & Organisatie waaruit een groter belang van de "windfalls" te voorschijn komt : aanwervingen in het kader van de banenplannen gebeuren vooral door gezonde en groeiende KMO's die in elk geval mensen gingen aanwerven en die de onvoorwaardelijke cadeaus van de overheid niet nodig hebben. De idee om voorwaarden (bijvoorbeeld de eis van een toename van het totaal aantal arbeidsplaatsen) te koppelen aan de verlagingen, werd opzij geschoven ten voordele van de eenvoud en overzichtelijkheid. En om op die manier het numerieke succes van de plannen te garanderen. De bevindingen van "Personeel & Organisatie" ondermijnen het resultaat van 15 % inzake nettocreatie van arbeidsplaatsen. De bedrijven richten gewoon hun vacatures naar de begunstigde doelgroepen ten koste van werkzoekenden die buiten de gunstmaatregelen vallen. Het resultaat is dan nul procent meer arbeidsplaatsen. ZUURSTOF.Als men het succes van de banenplannen louter afmeet aan het aan 't werk zetten van de doelgroepen, zijn de overheidstussenkomsten wel een schot in de roos. Het numerieke succes toont aan dat er nog een plaats is op de arbeidsmarkt voor meestal laaggeschoolde jongeren en langdurig werklozen (zie Trends 26 september). Tabel 1 toont aan dat de aanwervingen in het kader van het Jongeren- en Voordeelbanenplan niet afnemen in functie van de duur van de werkloosheid.De plannen corrigeren ook het vaak te negatieve beeld dat bedrijven zich vormen van langdurig werklozen. "Op die manier wordt er wat zuurstof in de dichtgeslibde arbeidsmarkt van voor de werkgevers anders te dure laaggeschoolden gepompt. Die mensen kunnen op die manier arbeidservaring opdoen," zegt Francis Holderbeke. "De overheid corrigeert zo de vrijemarktwerking die te dure werknemers onverbiddelijk in de kou laat staan." De te hoge arbeidskosten voor de minst productieven is natuurlijk het gevolg van de hoge belastingen van de overheid op arbeid. De overheid probeert via deze plannen met de rechterhand te herstellen wat ze met de linkerhand kapotmaakt.Die herstellingswerken dienen bovendien gefinancierd te worden (zie tabel 2). Aan één netto-bijkomende arbeidsplaats hangt al vlug een prijskaartje van 600.000 à 800.000 frank vast. De kostprijs van de overheidsplannen is veel duidelijker dan de eventuele voordelen. Kosten die de kansen op een verlaging van de belasting op arbeid zeker niet doen toenemen. Een volledige kosten-batenanalyse van het Jongeren- en Voordeelbanenplan is (nog) niet gemaakt, maar dreigt negatief uit te vallen.ARMOEDEVAL.Voordelen voor bepaalde doelgroepen zonder dat die gekoppeld worden aan een algemene en graduele verlaging van de belastingen op arbeid zijn een maat voor niets. Francis Holderbeke ziet in de eerste plaats heil in de verlaging van de werk nemersbijdrage. Zo kan het nettoloon van de laaggeschoolden verhoogd worden en stijgt het verschil met de uitkeringen die werklozen ontvangen. Hoe hoger dat verschil, hoe hoger de ontsnappingsgraad uit de werkloosheid, berekende Bruno Van der Linden. Veel werklozen met een uitkering als gezinshoofd zien hun netto-inkomen dalen als ze een arbeidsplaats aanvaarden in de onderste regionen van de loonwaaier waar langdurig werklozen veelal terechtkomen. Men spreekt hier van de armoedeval. Bedrijven weten dit en bieden in die categorie dan ook nauwelijks vacatures aan omdat er toch geen respons op volgt. Of omdat het bedrijf in de pool van arbeidskrachten die in aanmerking komen voor lastenverlaging niet de nodige kwalificaties voor een openstaande betrekking vindt. De overheidsplannen verhinderen dan ook niet dat het aantal langdurig werklozen blijft stijgen (zie tabel 3) ook sinds in 1995 het Voordeelbanenplan van kracht werd. Een duurzame aanpak van het probleem van de langdurig werklozen vereist een heroriëntatie van de economie naar het scheppen van voor de werkgever betaalbare laag-productieve arbeidsplaatsen die ook voor de werkzoekende een motiverende meerverdienste oplevert. De gekende tijdelijkheid van het Voordeelbanenplan of het al afgevoerde Jongerenbanenplan buigt een economie niet om.DAAN KILLEMAES MIET SMET (MINISTER TEWERKSTELLING EN ARBEID) Pocht met nettocreatie aan jobs via Jongeren- en Voordeelbanenplan van 25 à 30 %.FRANCIS HOLDERBEKE (HIVA) Gelooft slechts in maximaal 15 % nettocreatie aan jobs via Jongeren- en Voordeelbanenplan.