"Met alle respect voor de slachtoffers van 11 maart, maar de aanslagen in Madrid vorige week waren toch van een heel andere dimensie dan die op 11 september 2001 in New York en Washington. De nieuwe terreurdaden zullen ongetwijfeld de onzekerheid aanwakkeren en drukkend werken op het toerisme in Spanje, maar we mogen ons ook geen problemen aanpraten die er niet zijn," zegt Jef Vuchelen, conjunctuurspecialist en hoogleraar aan de VUB.
...

"Met alle respect voor de slachtoffers van 11 maart, maar de aanslagen in Madrid vorige week waren toch van een heel andere dimensie dan die op 11 september 2001 in New York en Washington. De nieuwe terreurdaden zullen ongetwijfeld de onzekerheid aanwakkeren en drukkend werken op het toerisme in Spanje, maar we mogen ons ook geen problemen aanpraten die er niet zijn," zegt Jef Vuchelen, conjunctuurspecialist en hoogleraar aan de VUB. De visie van Vuchelen sluit nauw aan bij die van Etienne de Callataÿ, de hoofdeconoom van Bank Degroof: "De economische gevolgen van 11 maart 2004 zullen beperkt blijven. Ik zie nauwelijks redenen om de groeivoorspellingen naar beneden te herzien. De reacties van de financiële markten sluiten duidelijk aan bij die minimalistische interpretatie van de gevolgen van 11 maart. Een van de grote verschillen tussen de aanslagen in Spanje en die in de VS in 2001 is dat toen dagenlang de vrees bestond dat de financiële structuur van de VS - en dus van de hele wereld - zwaar gehavend zou zijn. Daar is nu nooit sprake van geweest." Ook vrij optimistisch, maar toch iets genuanceerder klinkt Jan Smets, de directeur van de Nationale Bank: "Ook de economische gevolgen van 11 september 2001 mogen niet worden overschat. Aan de consequenties van de aanslagen van 11 maart zitten zowel aanbod- als vraagaspecten. Wat de vraag betreft, leert het verleden dat het consumentenvertrouwen na zo'n aanslag een stevige negatieve impact ondergaat, maar dat die weer snel verdwijnt. Ook de gevolgen op het ondernemersvertrouwen zijn veeleer gering. Dit beperkt meteen ook de aanbodeffecten, al zullen de ondernemingen in Europa nu allicht nóg meer tijd en middelen aan veiligheid moeten besteden. Ook de verzekeringspremies zullen duurder worden en het transport zal hier en daar wat stroever verlopen". Niet iedereen deelt evenwel het optimisme van Vuchelen, De Callataÿ en Jan Smets. Zo bijvoorbeeld John Makin, hoofdanalist van het American Enterprise Institute in Washington: "Al voor de aanslagen van 11 maart zag het er niet schitterend uit voor de economische groei in de eurozone. Het beetje groei dat we kenden, was vooral een gevolg van de export naar de VS en Azië, meer bepaald China. De binnenlandse vraag sloeg niet echt aan en zal dat in het zog van de aanslagen in Madrid zeker niet doen. Slecht nieuws heeft in Europa immers de neiging om een langere en diepere impact uit te oefenen dan in de VS. Kijk naar de vertrouwensindicatoren na 11 september 2001. In de VS doken ze scherp naar beneden, maar er kwam ook snel én fors herstel. In Europa gingen ze iets minder scherp naar beneden, maar de opwaartse beweging verliep veel trager en kreeg nooit een echte groeidynamiek." Ook Peter Van den Houtte, hoofdeconoom van de bank- en verzekeringsgroep ING, wil de economische gevolgen van 11 maart 2004 niet al te licht wegvegen: "Spanje behoorde de jongste jaren tot de sterkste groeiers binnen de eurozone. Ik kan me niet inbeelden dat de aanslagen de Spaanse conjunctuur niet gedeeltelijk zullen onderuithalen. Spanje vertegenwoordigt bijna 10 % van de euro-economie. Maar de bredere impact van 11 maart gaat verder dan het louter mechanische effect van minder groei in Spanje. We hebben berekend dat na de aanslagen in New York en Washington de Belgische economie in 2001 en 2002 respectievelijk 0,2 % en 0,8 % aan groei heeft verloren. Let wel, dat zijn theoretische berekeningen waarmee we voorzichtig moeten omspringen. Bovendien kwamen er met de rentedaling van de Amerikaanse en Europese centrale banken belangrijke corrigerende maatregelen." Zowel voor John Makin als voor Peter Van den Houtte maken de aanslagen van 11 maart het pleidooi voor een nieuwe rentedaling door de Europese Centrale Bank ( ECB) een stuk steviger. Voor alle duidelijkheid voegt John Makin eraan toe dat "de behoefte aan zo'n rentedaling groot is, maar eigenlijk niks te maken heeft met 11 maart. De binnenlandse vraag in de eurozone heeft zeer dringend een forse duw in de rug nodig en daar kan op dit moment alleen de ECB voor zorgen". Die argumentatie krijgt ook steun van Jef Vuchelen en Etienne de Callataÿ. Alleen Jan Smets heeft geen open oor voor die argumentatie. Volgens hem zit de ECB op een goede koers en is er geen reden om daarvan af te wijken. Peter Van den Houtte stoffeert het pleidooi voor een stevige ECB-rentedaling als volgt: "De ECB verdedigde de jongste maanden haar beleid op basis van twee argumenten. Eerst luidde het dat de sterke euro niet echt een probleem vormde, wegens het herstel van de wereldeconomie. Zelfs met een sterke euro bood dat voldoende exportmogelijkheden. Vervolgens wees de ECB erop dat de sterke euro het consumentenvertrouwen stimuleerde. De aanslagen van 11 maart 2004 zullen dat consumentenvertrouwen, dat in de weken voordien ook al duidelijke tekenen van verzwakking liet blijken, zeker niet ten goede komen. En met de exportperspectieven van de bedrijven binnen de eurozone gaat het volgens de jongste gegevens ook niet bepaald de goede weg op. Vergeet bovendien niet dat als we enkele eenmalige ingrepen wegfilteren - de forse toename van de sigarettenprijs in Frankrijk en de prijsverhogingen in de Duitse gezondheidssector - de euro-inflatie nog maar net boven de 1 % komt, een stukje onder de ECB-doelstelling. Het pleidooi voor een rentedaling met 50 basisprocenten komt na 11 maart nog overtuigender over dan voordien." Johan Van OvertveldtEuropeanen moeten op hun hoede zijn: slecht nieuws heeft hier meestal een diepere en langduriger impact dan in de VS.