Toen in januari 1991 de eerste Golfoorlog uitbrak, ronselde een Duitse neonazi - nota bene een voormalig legerofficier - volgelingen om samen met Saddam Hoessein tegen Israël en de geallieerden te vechten. Met deze bitter realistische achtergrond van de Golfoorlog en het blinde antisemitisme weeft mid-dertiger Frank Adam een nonfictieraamwerk rond zijn complexe roman Sjirk - Boek aan de Hebreeën.
...

Toen in januari 1991 de eerste Golfoorlog uitbrak, ronselde een Duitse neonazi - nota bene een voormalig legerofficier - volgelingen om samen met Saddam Hoessein tegen Israël en de geallieerden te vechten. Met deze bitter realistische achtergrond van de Golfoorlog en het blinde antisemitisme weeft mid-dertiger Frank Adam een nonfictieraamwerk rond zijn complexe roman Sjirk - Boek aan de Hebreeën. In de rest van het gecompliceerde (we vermijden opzettelijk ingenieuze) verhaal is de fictie aan de macht - een fictie waarin paranoia, sadisme, geweld en haat de boventoon voeren. Met zijn ankerpunten naar de wereldactualiteit geeft Adam aan dat de Pasoliniaanse rauwheid niet vrijblijvend is. Op het einde van het boek distantieert de auteur zich overigens van het ijzige fascistische gewauwel van zijn protagonisten. Is hij bang dat de lezers hem ervan zullen verdenken te sympathiseren met de waanzinnige ideeën of wil hij een rechtszaak omwille van racisme voorkomen? Het verhaal ontspint zich aan de vooravond van de eerste Golfoorlog. Een even excentriek, gek als gevaarlijk internationaal gezelschap van jodenhaters vergadert in een hotel in Oost-Jeruzalem. Onder het mom van een carnavalesk Laatste-Oordeelsfeest beramen ze een aanslag. Bovendien zal hun leider, hun Führer, zich eindelijk bij hen voegen. Allen stellen ze zich enkel voor met hun codenaam, die steevast verwijst naar bekende of beruchte historische figuren (zoals Waldheim, Flavius Josephus en Herodes). Al gauw sluipt ook een verrader binnen en slaat de paranoia toe. Het verhaal wordt macaber. Door een satirische (en bijwijlen ook irritant modieus hilarische) uitvergroting van de personages en de gebeurtenissen maakt Adam duidelijk dat het hem niet om de sinistere verhaallijn zelf te doen is. Zijn ambitie reikt (veel) verder. In plaats van een akelige tot ironische actiethriller, mikt Adam doelbewust op een spel van verwijzingen en dubbele bodems. De raadsels uit zijn verhaal weerspiegelen zich in de literaire, psychologische, historsche en filosofische referenties. Het kolkt onder de oppervlakte. Het is een cliché, maar in dit geval blijkt een vermelding van Umberto Eco en diens gecodeerde literaire thrillers terecht. Helaas geldt die verantwoording vooral voor het feit dat Eco zwaar over de schreef ging (behalve dan in zijn magistrale megaseller De naam van de roos). Net als Eco, vermeit Adam zich te zeer in het spel met betekenissen, zodat er finaal enkel een wazig spel om het spel overblijft. Misschien is dit wel het postmoderne antwoord op het l'art pour l'art uit het vorige fin de siècle. Dat kan best groots en meeslepend worden, maar dat is deze roman niet. Adam gaat finaal ten onder aan zijn raadsels. De Spielerei haalt het op de literatuur. Sjirk is dan ook een even grandioze als interessante mislukking. Arbeiderspers, 336 blz., 859 fr. ISBN 9029500069. LUC DE DECKER