"De geallieerden dienen een openbare aanklacht in tegen Wilhelm II von Hohenzollern, de voormalige Duitse keizer, voor een zware misdaad tegen de internationale moraal en de onschendbaarheid van de verdragen." Zo luidt artikel 227 van het Verdrag van Versailles uit 1919, dat formeel een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. De overwinnaars wilden de afgetreden Duitse keizer voor een internationaal tribunaal dagen voor oorlogsmisdaden. Dat proces kwam er niet. De keizer leefde sinds november 1918 in ballingschap in Nederland. Dat was in de oorlog neutraal en weigerde Wilhelm II uit te leveren.
...

"De geallieerden dienen een openbare aanklacht in tegen Wilhelm II von Hohenzollern, de voormalige Duitse keizer, voor een zware misdaad tegen de internationale moraal en de onschendbaarheid van de verdragen." Zo luidt artikel 227 van het Verdrag van Versailles uit 1919, dat formeel een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. De overwinnaars wilden de afgetreden Duitse keizer voor een internationaal tribunaal dagen voor oorlogsmisdaden. Dat proces kwam er niet. De keizer leefde sinds november 1918 in ballingschap in Nederland. Dat was in de oorlog neutraal en weigerde Wilhelm II uit te leveren. Maar wat als er wel een proces had plaatsgevonden? Dat is de vraag die een groep Nederlandse historici, juristen en (ex-)magistraten willen beantwoorden in Het proces tegen Wilhelm II. Het boek is een schoolvoorbeeld van wat-als-geschiedschrijving. Op basis van de in de jaren twintig beschikbare informatie bestaat het uit een requisitoir van de aanklager, een pleidooi van de verdediging en een vonnis. Het is een juweeltje. Bij de lectuur krijg je indruk dat het om officiële procesdocumenten gaat. Het requisitoir bevat vijf aanklachten. Eén: Wilhelm II heeft een aanvalsoorlog gevoerd. Twee: de schending van de Belgische neutraliteit was een misdrijf. Drie: hij is mee verantwoordelijk voor de Duitse oorlogsmisdaden in België, onder andere het doden van burgers in Dinant. Vier: hij is verantwoordelijk voor de schending van de internationale wetten en de gebruiken van de oorlog. Vijf: hij is verantwoordelijk voor het uitroepen van een onbeperkte duikbootoorlog. De verdediging probeert de aanklachten 280 bladzijden lang te ontkrachten. Zo acht ze de beschuldiging van de aanvalsoorlog belachelijk, aangezien ook de andere landen, vooral Frankrijk en Rusland, in de aanloop naar de oorlog een agressieve, nationalistische politiek voerden. De schending van de Belgische neutraliteit was volgens de verdediging noodzakelijk, omdat de overige grootmachten anders een oorlog tegen Duitsland waren begonnen. Voor de oorlogsmisdaden was Wilhelm II niet verantwoordelijk, omdat hij niet direct het bevel ertoe gaf. En de duikbootoorlog, waarin koopvaardijschepen zonder waarschuwing werden gekelderd, was geen schending van het maritieme recht. De geallieerden hadden die schepen van wapens voorzien waardoor het oorlogsbodems werden. Het onderbouwde vonnis overloopt de aanklachten. De aanvalsoorlog van de Duitse keizer wordt bewezen geacht, maar op zich was dat niet strafbaar. Pas in 1946, met de Neurenberg-processen tegen de nazi's, evolueerde het internationale strafrecht verder. De vaag geformuleerde beschuldiging van de schending van internationale wetten houdt evenmin stand. Voor de duikbootoorlog en de oorlogsmisdaden in België wordt Wilhelm II vrijgesproken. Hij wordt enkel schuldig bevonden aan de schending van de Belgische neutraliteit. De straf: levenslange detentie in zijn ballingsoord Doorn in Nederland. Daar bleef Wilhelm II tot zijn overlijden in 1941. En niet in 1943, zoals dit voor de rest accurate boek vermeldt. Hans Andriessen, Het proces tegen Wilhelm II: een vonnis over de schuld van de Duitse keizer aan WO I, Lannoo, 2016, 520 blz., 34,99 euroALAIN MOUTON